Koel Quotes

We've searched our database for all the quotes and captions related to Koel. Here they are! All 15 of them:

β€œ
Een verlangen was het om alles waar zij naar keek in je op te zuigen, om niets te vergeten, geen moment van deze wereld die haar wereld was geworden: koel, helder, ondoorgrondelijk.
”
”
J. Bernlef (Hersenschimmen)
β€œ
Heeft uwe vriendin gisteren u koel bejegend, morgen zal zij u lachend tegemoet komen. Dat gaat zoo op en af, als het water in de Schelde....
”
”
Anonymous
β€œ
In the silence that followed the end of the call to prayer, the songs of the first Delhi birds could suddenly be heard: the argumentative chuckle of the babblers, the sharp chatter of the mynahs, the alternating clucking and squealing of the rosy parakeets, the angry exclamations of the brain fever bird, and from deep inside the canopy of the fruit trees in Zafar’s gardens at Raushanara Bagh and Tis Hazari, the woody hot-weather echo of the koel.
”
”
William Dalrymple (The Last Mughal)
β€œ
Na het eten neemt hij het koele besluit in de toekomst zichzelf gade te slaan, even geboeid maar emotioneel onbewogen als gold het een vreemdeling die op bezoek is, iemand met wie hij slechts toevallig te maken heeft. En feitelijk is de wending 'als gold het' een stijlclichΓ©, want het gaat om een doodgewone realiteit. Zichzelf begluren als een willekeurige mens, met wie men opgescheept zit: ziedaar zijn nuchter project. Dit heeft niets te maken met navelkijkerij, wel integendeel. De navelkijker is een blindstaarder die zichzelf vol eigendunk het middelpunt van de wereld acht. Wie scherp toekijkt echter, ontmaskert en verpulvert, niet dramatisch, maar met een juist gedoseerde glimlach, die meteen ook gechecked wordt op de mogelijke aanwezigheid van pose. Wie op die manier zichzelf bekijkt, raakt aan de hele wereld, leert de hele wereld kijken en glimlachen.
”
”
Paul de Wispelaere (Paul-Tegenpaul)
β€œ
Haal nog maar een lamsrug uit de koeling! En Rafael...' - Jenny 'Ik weet het, ik weet het al, bazin... nog een couvert erbij op tafel één!
”
”
John Flanagan (The Kings of Clonmel (Ranger's Apprentice, #8))
β€œ
De zieke man Soms sneeuwen vogels aan zijn raam voorbij als zichtbaar beeld van zijn verlangen, nog eenmaal door het licht omvangen te zijn een smalle vogel, van zomerwind doorstreeld. Zoo zwierend in zijn kleine hemelvlak, blijven zij troostend tot de winter hen verdrijft. Het laatste beeld dat van hen hangen blijft, is hun verwarde vlucht hoog over het dak. Nog hangt hun koele wiekslag voor het raam, maar felle kou dringt door de muren binnen, daalt tot in't hart en over alle zinnen. Wat nu nog sterven moet, is slechts een lege naam.
”
”
Willem Brakman
β€œ
Zestien maanden lang,' zei de vreemdeling, 'heb ik geen vrouw in de ogen gekeken. Je hebt mooie ogen, Teresa, ze doen me denken aan de hemel boven VenetiΓ«. Soms zag ik een stukje hemel door het raam van de gevangenis, als ik even op en neer mocht lopen door de gang. Wat ik zag was een koel grijsachtig blauw, alsof de zee erin weerspiegeld werd. Je ogen hebben de kleur van de eeuwige dingen, maar dat zul je wel niet begrijpen en dat hoeft ook niet. Al die misverstanden, hoe lang bestaan die al niet tussen een man en een vrouw? Hoe vaak heb ik me achteraf niet geschaamd, als ik weer eens veel te veel gepraat had met een vrouw? Kus me maar.' Zijn stem klonk ongedwongen en vriendelijk. Toen het meisje zich niet verroerde en hem met haar grijsblauwe ogen bleef aanstaren, keek hij haar verwonderd aan en vroeg haar nog een keer vriendelijk: 'Kus me maar, of begrijp je het niet?' Later herinnerde Teresa zich dat zijn stem ook zo geklonken zou hebben, als hij haar om een glas water had gevraagd. Het had net zo eenvoudig en terloops geklonken, maar omdat ze nog nooit een man had gekust, bleef ze hem een beetje verdwaasd aankijken. Met een al even nonchalant gebaar sloeg hij zijn arm om haar middel en vroeg belangstellend: 'Wat voel je?' 'Niets,' antwoordde het meisje. 'Begrijp je me niet?' vroeg hij licht geprikkeld. 'Begrijp je niet wat ik vraag? Ik vroeg je niet wat je eigenlijk van mannen vindt of hoe je over de liefde denkt. Luister nou eens, kleintje, ik vraag je wat je voelt als ik je aanraak, als ik met twee vingers over je arm streel, als ik mijn hand op je hart leg. Kijk zo... Wat voel je nu, op dit moment?' Het meisje stond op, lichtte met een gracieuze beweging haar rok bij de zijkanten iets op van de vloer, zoals ze dat in de gelagkamer wel eens had zien doen, maakte een diepe buiging en zei toen beleefd: 'Met uw goedkeuring, meneer, ik voel niets.
”
”
SΓ‘ndor MΓ‘rai
β€œ
Er is een ruim tweepersoonsbed dat mijn hele herinnering beslaat. Buiten, in de diepte, is het stil, op het geluid van een enkele passerende auto na. Een auto, zo laat nog, een veeg in de nacht. Ik lig op mijn linkerzij, met mijn hand omklem ik de metalen rand. Ik druk mijn wang tegen het koele metaal. Wie op zijn linkerzij slaapt belast zijn hart, zegt mijn moeder. Vanuit mijn positie aan de rand van het bed kijk ik recht de zwarte hemel in. De nacht is veraf en dichtbij. Het matras deint op en neer als een vlot op de oceaan. Ik ben achttien, ik heb niets tegen de nacht. Maar dΓ©ze, terwijl ik er nog middenin ben, zou ik nu al uit mijn leven willen schrappen.
”
”
Tessa de Loo
β€œ
Als je kalm blijft en je hoofd koel houdt tijdens een gevecht, heb je een voordeel. Maar het detail dat hij over het hoofd ziet, is dat mijn versie van kalm en koel zijn er heel anders uitziet dan die van Esther. Ik drijf iedereen heel kalm en koel tot waanzin. Of, als de gemoederen hoog oplopen, kan ik heel kalm en koel iemand in zijn gezicht stompen. Het draait allemaal om context.
”
”
Rebecca McLaughlin
β€œ
house – it hadn't changed much – I walked out of town towards the river-bed. It was February. As I looked across the dry water-course, my eye was immediately caught by the spectacular red blooms of the coral blossom. In contrast with the dry riverbed, the island was a small green paradise. When I went up to the trees, I noticed that some squirrels were living in them and a koel, a crow pheasant, challenged me with a mellow 'who-are-you, who-are-you'.
”
”
Ruskin Bond (Stories Short And Sweet)
β€œ
Luriati military is called out and the newcomers shepherded into camps outside the city proper. The camps were occasional at first, Koel once remarked in group, and then seasonal, but now there are permanent camps, ever-growing, holding in quarantine those suspected of bearing plague or rebellion.
”
”
Vajra Chandrasekera (The Saint of Bright Doors)
β€œ
Fools rush to their death, kings set the board and execute.
”
”
Koel Alexander (The Spirit Of The Arena (Raven & Fire Series Book 2))
β€œ
I am Kole Alexsson, I am the blood of the raven. I have walked in the company of the gods, so tell me Alexandria, am I not a king?
”
”
Koel Alexander (The Spirit Of The Arena (Raven & Fire Series Book 2))
β€œ
In 't verdriet om zijn tijd, en in toenemende maagpijn schilderde hij, terwijl er buiten sneeuw viel : 'De Blinden die elkander in de Gracht leiden'; 't Valt voor in zijn vredige streek, met de kerk, ginder rustig en uitnodigend gezeten aan de voet van een buikrond heuveltje. Hier van voor, rechts, diept een koele gracht, waar lis wiegt en irissen tintelen. Op de voorgrond, in de richting van die gracht, komen de zes blinden met hun wijde mantels aan, achtereen elkaar vasthoudend aan hun staf, of de hand op de schouder van de voorgaande gelegen. Hun oude, getaande, domme bedelaarsgezichten zijn smekend omhoog gericht; maar hun ogen zijn ofwel gesloten, of 't zijn enkel matte, witte ballen of uitgezworen holtens. Ze zullen de gracht intuimelen, één voor één, lijk de voorsten al bezig zijn, - de eerste had nogal muziek bij! Rond dit drama bloeit een schone, zachte zomer. Er is stilte, vrede en zon! Daarin ligt heel zijn tijd : 't verscheuren van elkanders overtuiging, de blindheid van elkendeen; daarin ligt zijn twijfel, zijn gebroken droom, zijn geloof, zijn verlangen naar rust, heel zijn hart en heel zijn ziel, - heel de tegenstrijdigheid van zichzelf en van zijn tijd. Toen hij de schilderij af had; - 't was enige dagen voor Kerstmis - liet hij palet en borstels uit zijn hand glijden. 'Nu heb ik, geloof ik, niets meer te doen dan maagpijn te lijden', zuchtte hij.
”
”
Felix Timmermans (Pieter Bruegel, zoo heb ik u uit uw werken geroken)
β€œ
En zij liep met hare onzekerheid rond als met een lossen tand die zij niet trekken kon maar waaraan zij telkens voelen moest.
”
”
Frederik van Eeden (Van de koele meren des doods)