“
Als de geluiden op de aard vervagen,
de wind gaat liggen en de oceaan
het deinen staakt, de dieren slapen gaan,
de Nacht zich wiegt in zijn besterde wagen,
dan blijf ik waken, peinzen, gloeien, klagen,
want elke ochtend vangt mijn oorlog aan,
en slechts in wie mij dit heeft aangedaan
vind ik mijn vrede en mijn welbehagen.
De bron die mij het levenssap moet geven,
brengt zowel bitter water voort als zoet;
en één hand heelt me, na me te doorboren.
Zij doet mij duizendmaal per dag herleven,
omdat mijn lijden eeuwig duren moet,
terwijl mij geen verlossing is beschoren.
(Ike Cialona)
”
”