โ
Sommige mensen lijken de wetten van nature in zich te hebben. Ze lezen geen boeken en hebben toch een mening, een overtuiging, een idee over hoe de wereld in elkaar hoort te zitten. Ik begreep niet hoe dit mogelijk was.
โ
โ
Connie Palmen (De wetten)
โ
Verdriet is niet deelbaar, datdenk ik, omdat woorden niet genoeg zijn, omdat armen die omarmen het gevoel niet wegnemen, omdat begrijpen, echt begrijpen, simpelweg niet bestaat, zelfs niet tussen uzssen die de blikken kennen van hun ouders, en het geluid van harten die aan flarden worden geschoten, en het stikken in de dichte lucht van salons en woonkamers en keukens waar ze met veel woorden zitten te zwijgen tegen mekaar.
โ
โ
Griet Op de Beeck (Kom hier dat ik u kus)
โ
Op het Waterland college zitten niet veel hoogbegaafde leerlingen,
maar wel veel ouders van hoogbegaafde leerlingen.
โ
โ
Martje van der Brug (Havo is geen optie)
โ
k Heb jarenlang achter mijn boeken zitten zweten;
en โk weet wel veel maar ik wil alles weten.
โ
โ
Johann Wolfgang von Goethe (Faust)
โ
Denken vanuit 'het ja' betekent dat je iets meer in de tsjakka-hoek van het leven moet gaan zitten.
โ
โ
Paulien Cornelisse (Taal is zeg maar echt mijn ding)
โ
Dingen kunnen nog zo rotsvast zitten, zolang je zelf maar blijft bewegen kun je ze altijd weer veranderen. Eรฉn stap opzij, een stapje van niks is genoeg en heel de wereld oogt anders. Een mens moet in het leven zijn eigen coulissen verplaatsen.
โ
โ
Arthur Japin
โ
Ik heb gemerkt, juffrouw Engel, in mijn lange loopbaan in het onderwijs, dat een rotmeisje veel gevaarlijker is dan een rotjongen. Bovendien zijn ze veel moeilijker klein te krijgen. Een rotmeisje te grazen nemen is als achter een bromvlieg aan zitten. Je mept erop en het gore kreng is alweer weg. Rotmormeld, die meisjes.
โ
โ
Roald Dahl
โ
Misschien zijn alle draken in onze levens eigenlijk prinsen en prinsessen die alleen maar zitten te wachten op het moment waarop we eindelijk, mooi en moedig, in actie schieten. Misschien is datgene waar we bang voor zijn in zijn blootste essentie iets hulpeloos wat onze liefde zoekt.
โ
โ
Griet Op de Beeck (Kom hier dat ik u kus)
โ
Wat is dat toch aan een mens dat het idee dat alles eindig is en uiteindelijk toch zal verzinken in anderhalve kuub aarde hem niet bij voorbaat moedeloos maakt een kort na zijn geboorte al bij de pakken neer doet zitten? โกJapin
โ
โ
Arthur Japin (De man van je leven)
โ
Gekkenhuizen worden gebouwd om mensen die er niet opgesloten zitten te laten geloven dat ze nog bij hun verstand zijn. (Michel Eyquem de Montaigne)
โ
โ
Brigitte Aubert (Death from the Woods)
โ
Welke achterlijke idioot heeft het in de hersens van de mensen zitten stampen dat ze eerst van zichzelf moeten houden voordat ze iemand anders lief kunnen hebben? Het is de meest belachelijke, de meest wrede wet ever en ze regeert de twintigste eeuw. Het is rabiate nonsens. Je moet van iemand anders houden en iemand anders moet van jou houden, dat moet je niet ook nog eens zelf hoeven te doen, dat is onmogelijk. Wie houdt er nu van zichzelf zonder door een ander bemind te worden? Niemand toch? Ja, een handvol monomane gekken met negen assertiviteitstrainingen achter de rug.
โ
โ
Connie Palmen (De wetten)
โ
Linguรฏsten houden er congressen over, filosofen en logici zitten ermee verveeld: het probleem van de zelfreferentie. De kwestie is: kan een taal ooit over iets anders gaan dan over zichzelf? Kan God naar zichzelf verwijzen? Kan ik dat? Een wijsvinger kan niet wijzen naar zichzelf, een oog kan zichzelf niet zien. En toch kijken honden en dwazen inderdaad naar de vinger die wijst, en niet naar de richting waarin gewezen wordt.
โ
โ
Patricia De Martelaere (Het onverwachte antwoord)
โ
Wat betreft de wederopbouw, en het langzaam weer opbouwen van het land, dat is waar we nu midden in zitten, ik denk niet dat we ons kunnen voorstellen wat de slavernij de mensen hier heeft aangedaan, dat gaat heel diep, deze dingen duren heel lang door, zelfs het zich afzetten tegen het kolonialisme heeft daar sporen van. Hier was het vrij laat, 1830, maar een beetje verder naar het Westen, duurde de slavernij 3 tot 4 eeuwen, 40 tot 60 miljoen mensen is geraamd, werden verplaatst van hier, naar Amerika, dat is geen kleinigheid he, Je zou zeggen dat is een Afrikaanse holocaust. (Dr. H Hinfelaar, witte Paters)
โ
โ
Marga Kerklaan (Het einde van een tijdperk: 130 jaar belevenissen van Nederlandse missionarissen)
โ
Je zit er nog middenin. Je zult er altijd middenin blijven zitten. Nee, niet letterlijk. Maar in je hart. Niets houdt ooit op, niet als het zo diep is gaan zitten. Je zult altijd met een open wond blijven rondlopen. Dat is na verloop van tijd nog de enige keus. Met een open wond rondlopen of dood. Denk je ook niet?
โ
โ
Julian Barnes (The Only Story)
โ
Ik denk te veel. Het interesseert niemand. Mijn gedachten zitten in mij als sardines in een blik. Een blik waarop een verkeerd etiket is geplakt zodat niemand de inhoud kan raden.
โ
โ
Willem Frederik Hermans (De tranen der acacia's)
โ
Ze hadden aan de tijd zitten morrelen, die twee, en hem uiteindelijk onklaar gemaakt.
โ
โ
Tommy Wieringa (De heilige Rita)
โ
Jij gaat ergens in een boom rauwe eekhoorns zitten eten terwijl je iedereen in je buurt met een pijl omlegt. - Peeta
โ
โ
Suzanne Collins (The Hunger Games (The Hunger Games, #1))
โ
Droom: dat de hele mensheid bij elkaar komt, in een soort honderdduizendvoudig Feyenoord-stadion, en gezamenlijk begint te huilen van 'zie ons hier zitten'.
โ
โ
Herman de Coninck (De flaptekstlezer)
โ
Verdriet gaat in je wervelkolom zitten.
โ
โ
Lucas Rijneveld (The Discomfort of Evening)
โ
Je hebt hetzelfde met boeken en vrouwen,โ zeg ik en het is waar, ik word weleens moe van mezelf, van dit soort halsstarrig moeten spreken over alles waarover het moeilijk spreken is en dat ik het niet kan en wil laten, ook al is het zeven uur in de ochtend en zitten we tegenover elkaar in een Amerikaans stadje en heb ik net de initialen van zijn naam met maple syrup op een pancake neergedrupt.
โ
โ
Connie Palmen (I.M.: Ischa Meijer. In Margine. In Memoriam)
โ
Maar waar ik nog veel meer op afknap zijn al die mensen zonder verbeelding - wat T.S.Eliot "holle mensen" noemt. Mensen die de holte waar hun fantasie zou moeten zitten opvullen en afdekken met stro en daar doodgemoedereerd mee rondlopen zonder dat ze het zelf in de gaten hebben. Mensen die het lef hebben om hun afgestompte gevoelens in dorre woorden om te zetten en die aan anderen op te dringen.
โ
โ
Haruki Murakami (Kafka on the Shore)
โ
Q: Hoeveel topadvocaten telt u? Kunnen die op รฉรฉn hand?
Bram Moszkowicz: 'Die kunnen zo'n beetje exact op รฉรฉn hand.'
Q: Er zitten er elf in deze serie.
Bram Moszkowicz: 'Dat is uw probleem. U hebt ze uitgezocht.
โ
โ
Coen Verbraak (Kijken in de ziel: Strafpleiters)
โ
De tweeling is zestien,โ zei Esmรฉe. โDie vinden dit heel naar. Toch denk ik niet dat ze hem missen. Hij was er toch bijna nooit. En als hij er was, dan had hij alleen maar kritiek. Hij wil natuurlijk dat ze vwo doen, maar dat zit er echt niet in. Dat kan hij niet accepteren. Als hij nu iets over hun schoolprestaties zegt, dan roepen ze: โWat zeur je nou, pap! Jij gaat vreemd, terwijl wij alleen maar op de havo zitten. Ga lekker gauw terug naar je vriendin!
โ
โ
Martje van der Brug (Havo is geen optie)
โ
Er zitten littekens op mijn hart, even dik, even misvormend als die op mijn gezicht. Ik weet dat ze er zijn. Ik hoop dat er nog wat onbeschadigd weefsel is, een stukje waardoorheen liefde kan binnenkomen en uitstromen. Dat hoop ik.
โ
โ
Gail Honeyman (Eleanor Oliphant Is Completely Fine)
โ
De bloem van de eeuwige jeugd', mompelt hij. Er dringen zich meer herinneringen aan hem op, ook aangename. In het moeras van zijn geheugen zitten ook mooie herinneringen verstopt. Als je je geluk kunt herinneren, dan heeft het bestaan.
โ
โ
Arnon Grunberg
โ
Ik vraag me vaak af waarom wij dat niet meer kunnen, zinloos gelukkig zijn. Waarom we, als we groter worden, in nauwe en lage ruimten zitten, waar we ons ook bevinden, hooguit van de ene ruimte naar de andere gaan, terwijl we als kind toch in een ruimte zonder muren waren. Want zo herinner ik het me: toen ik klein was, was mijn onderdak mijn hier en nu. Noch het verleden noch de toekomst kon me iets maken, en hoe mooi zou het zijn als dat vandaag nog zo was. Als we bijvoorbeeld niet voor het resultaat zouden kunnen werken, maar uit overgave, zonder inspanning.
โ
โ
Milena Michiko Flaลกar (I Called Him Necktie)
โ
Misschien moeten we bezoedelen, smeuren en ranzen. Dat is tenslotte wie we zijn. Gooi mest op je levenspad en zet er kleine gekleurde kaarsjes in die je mag uitblazen. Wens maar dat alles stuk gaat. Wens jezelf weg. Dan hoef je niet te zorgen dat de verf op je smoel blijft zitten als je lacht. Als je je tanden wilt laten schitteren schuur ze dan kapot. Schoonheid is een laagje over troep. Stilte is je oren dicht voor herrie en rust is verzonnen stilte. Alles schreeuwt door. Liefde is haat met kusjes. Zachtheid krijg je door te boenen met een staalborstel tot het bloed eruit spat.
โ
โ
Stella Bergsma (Pussy Album)
โ
Ten slotte, in de namiddag, onder een bekoorlijke herfstlucht, zo'n lucht waaruit verlangens en herinneringen in grote getale neerdalen, ging ze ergens achteraf in een tuin zitten, om, ver van de menigte, naar een van die concerten te luisteren waar de muzikanten van de regimenten de Parijse bevolking op trakteren.
โ
โ
Charles Baudelaire
โ
Ik zit op den berg en kijk in het dal der plichten.
Dat is dor, er is geen water, het dal is zonder bloemen en boomen.
Er loopen veel menschen door elkaar. De meesten zijn wanstaltig en verwelkt en kijken voortdurend naar den grond.
Na eenigen tijd sterven zij allen, toch zie ik niet dat hun aantal mindert, het dal ziet er steeds eender uit. Verdienen zijn beter?
Ik rek mij uit en kijk op langs mijn armen naar de blauwe lucht.
Ik sta in het dal op een pleintje van zwarte sintels, bij een kleine stapel afbraakplanken en een onbruikbare waschketel.
En ik kijk en zie mezelf zitten, daar boven, en ik jank als een hond in de nacht.
โ
โ
Nescio (Boven het dal)
โ
Ja, het is best een leuk bedrijf, al zitten er hier en daar een paar lijken in de kast." Ik kreeg het angstige voorgevoel dat ze dit letterlijk bedoelde. "En welk bedrijf heeft er nu niet een paar monsters in dienst?" Dat bedoelde ze waarschijnlijk ook letterlijk, maar ik had voor Mimi gewerkt, dus ik was wel wat gewend.
โ
โ
Shanna Swendson (Enchanted, Inc. (Enchanted, Inc., #1))
โ
... je wilde dat het leven was zoals je verkeersexamen op de basisschool, waarbij er op elke rotonde en straathoek een moeder op een visstooltje zat en naar je glimlachte als je netjes je hand uitstak en je al je zenuwen en angsten kwijtraakte, want het was goed, welke afslag je ook los, zij zaten daar met ene zonnehoed op en een leesboek op schoot, zij zouden daar bijleven zitten, zijn bleven opkijken als je voorbijkwam, soms riepen ze iets over dat je een mooie bocht maakte, ja, een mooie bocht, of iets over de stevige wind die je altijd tegen had, maar meestal zwegen ze en glimlachten alleen maar en dan wist je dat je slaagkans groot was ...
โ
โ
Lucas Rijneveld (Mijn lieve gunsteling)
โ
[Over het schrijverschap] doordat je je hebt ontworsteld aan de geijkte rommannetjes-makerij, die, volgens alle ongetalenteerden, bestaat uit 'een verhaal', met 'een begin', een 'ontwikkeling' en 'een eind', vanzelfsprekend en verrassingloos verlopend van A naar Z. Schrijven verloopt immers niet met behulp van bestaande plattegronden en via van tevoren uitgestippelde routes. Schrijven heeft te maken met de krochten die in jezelf zitten, met het te voorschijn halen van de schatten die zich daarin bevinden: dat te doen zonder zuurstofmasker, zonder bespijkerde schoenen, zonder een koffertje bij je met daarin je tandenborstel, je lunspakket, I schone onderbroek en de foto van je gezinnetje.
โ
โ
Jeroen Brouwers (Kroniek van een karakter (Deel 2, 1982-1986: 'De oude Faust'))
โ
Allez Louis Standaert, Paul Verstraeten, Gรฉrard Cludts, Arnaud Franssen, Frans Fransen, Martine Lievens, hou nu eens op met op jullie lui gat te zitten, in een confortabele stoel. Wij moeten aan de slag, desnoods tot we er het hoofd bij leggen. Maar strijdend wil ik ten onder gaan. Waar is jullie gebalde vuist van weleer? We kunnen het nog altijd als we in onszelf blijven geloven!
โ
โ
Jean Pierre Van Rossem
โ
Het was makkelijk genoeg om een programma te schrijven dat de doden zou ordenen, zei hij, maar eigenlijk wilde hij een programma schrijven dat de zin van het sterven kon verklaren. Dat was de verre toekomst.
Ooit zouden de computers alle grote geesten bijeenbrengen. Over dertig, veertig, honderd jaar. Als we elkaar voor die tijd niet opblazen. We zitten op het topje van de menselijke kennis, mamma.
โ
โ
Colum McCann (Let the Great World Spin)
โ
Op de volgende statie van deze kruisweg zien wij hoe de eigenaar de kat met geweld door het luikje probeert te duwen. Maar daar zijn katten niet van gediend. Zij laten zich eerst als een harmonica in elkaar duwen, tot ze wel de helft korter zijn dan gewoonlijk, en zetten daarna of al meteen de tegenaanval in. Tenslotte neemt hij met geheven staart de benen en gaat zich op een veilige afstand zitten wassen.
โ
โ
Rudy Kousbroek (Kattekwaad: de mooiste verhalen over katten)
โ
Ik stak รฉรฉn straat eerder door naar 4th Avenue, omdat ik niet langs de kerk wilde lopen; er zat soms een stenen waterspuwer op die me de stuipen op het lijf joeg. Het was niet die waterspuwer zelf die ik eng vond, maar het was dat "soms" waar ik de zenuwen van kreeg. Waterspuwers zijn beeldhouwwerkjes, ze horen deel uit te maken van een gebouw. Als er een zit, hoort die daar altijd te zitten en niet af en toe.
โ
โ
Shanna Swendson (Enchanted, Inc. (Enchanted, Inc., #1))
โ
Ik heb hier over zitten nadenken en ben tot de conclusie gekomen dat er mensen moeten zijn voor wie moeilijk gedrag geen reden is de betrekkingen met jou te beรซindigen. Als ze je aardig vinden - en ik herinnerde dat Raymond en ik het eens waren geworden dat we vrienden zijn - dan zijn ze kennelijk bereid het contact te onderhouden, ook als je verdrietig bent of van streek of je heel lastig gedraagt. Dit was een soort onthulling.
โ
โ
Gail Honeyman (Eleanor Oliphant Is Completely Fine)
โ
Henry gaat op de schommel naast me zitten, met zijn gezicht de andere kant op, en we schommelen steeds hoger en hoger , we passeren elkaar, soms gaan we gelijk op en soms gaan we zo snel langs elkaar dat het net lijkt alsof we zullen botsen, en we lachen, en lachen, en niets kan ooit verdrietig zijn, niets kan ooit worden verloren, of dood zijn, of ver weg; nu zijn we hier, en niets kan onze volmaaktheid verstoren of dit volmaakte moment van zijn vreugde beroven.
โ
โ
Audrey Niffenegger (The Time Traveler's Wife)
โ
De mensen zitten barstensvol medelijden voor invaliden en blinden, je kunt gerust zeggen dat ze een hele voorraad liefde achter de hand hebben. Dat had ik al heel vaak gemerkt. 't Wemelt van dat soort liefde. Je kunt niet het tegendeel beweren. 't Is alleen zo jammer dat de mensen toch zo honds blijven, met zoveel liefde in voorraad. Het komt er niet uit, dat is het. Het zit binnenin en het blijft binnenin, ze hebben er niets aan. Ze gaan kapot aan die liefde, binnenin.
โ
โ
Louis-Ferdinand Cรฉline (Voyage au bout de la nuit)
โ
Nou ja, je komt ter wereld en wordt door je omgeving, je ouders, het lot, je opleiding en je toevallige ervaringen gevormd. Dan komt er een moment waarop je zegt, alsof dat vanzelf spreekt: โIk ben zo en zoโ.โ Ze kwam op mijn tafel zitten. โOm je ware ik te vinden moet je vraagtekens zetten bij alles wat je bij je geboorte hebt aangetroffen. En een groot deel daarvan ook kwijtraken, want vaak leer je pas door verdriet wat echt bij je hoortโฆ Juist door die breuken leer je jezelf kennen.
โ
โ
Benedict Wells (Het einde van de eenzaamheid)
โ
Wat zouden we beginnen als we wisten wat ons te wachten stond? Niet veel meer, ben ik bang. Konden we ons leven bekijken zoals de goden het zien, van begin tot eind alles overzichtelijk in een oogopslag, dan konden we de stommiteit van bepaalde beslissingen van tevoren inzien. De zinloosheid van ons verzet en al ons vechten zou ons de lust ontnemen wat voor strijd dan ook nog aan te gaan. We zouden geen doodlopend pad meer inslaan en onze weg zonder verder avontuur afsukkelen, rechtstreeks naar het eind dat we onderhand kunnen dromen. Geluk zou ons niet meer kunnen verrassen. In plaats daarvan zouden we gaan zitten wachten, angstig en lamgeslagen, op alle dreunen van het lot, die we van verre zien aankomen. Er zouden geen risico's meer bestaan. Geen spijt. Kortom, het zou er niet veel meer toe doen of wij waken of slapen. Je zou het leven nauwelijks nog kunnen onderscheiden van de dood.
Ik vraag me af waar meer durf voor nodig is, doorleven met een lot dat je kent of aanmodderen zonder enig idee van wat je staat te gebeuren.
โ
โ
Arthur Japin (Vaslav)
โ
Leeftijd was een soort schild, had Norbert gemerkt. Grote delen van de mensheid namen je niet langer bewust waar boven de leeftijd van zestig en het deed er steeds minder toe wat je zei of deed. Ver in de zeventig zijn, betekende dat je je op elk moment gewenst onzichtbaar kon maken. Hij dacht weleens dat oude dames daarom voordrongen bij de bakker en in de rij van de bus, als om te zeggen 'Ik ben er no, let op mij' Norbert zelf had geen enkele behoefte deze plek op te eisen. Liet hem maar lekker zacht zitten zo in het donker.
โ
โ
Marloes Kemming (Het kleine leven van Norbert Jones)
โ
Amsterdam, vanmorgen vroeg.
Het duurde lang voor een stoplicht op groen sprong. In mijn achteruitkijkspiegel
zag ik Samarinde zitten achter het stuur van haar stokoude BMW. Ze zwaaide naar me. Onze karavaan was op weg naar Schiphol en hier stonden we aan het einde van de nacht in een verlaten landschap te wachten tot we verder mochten trekken. Zonder dat daar aanleiding voor was trapte ik mijn rempedaal in, terwijl ik in mijn spiegel bleef kijken. In de rode gloed werd Samarinde nog mooier. Ik liet het pedaal los en de gloed verdween. Weer trapte ik de rem in. Een warme glans op Samarindes witte tanden. Haar glimlach vaag als het schilderij Extase van Mathijs Maris. Er is een Japanse uitdrukking die mukushoh heet, lachen met de ogen (heeft Samarinde me verteld). Samarinde mukushohde naar mij.
Naast Samarinde zat Meija, die zich even vooroverboog om iets uit het dashboard te pakken. Ook zij kwam in mijn fantasmagorische gloed te zitten. Meija lachte naar me, niet met haar modellenlach, maar puur en oprecht. Ik dacht: in remlicht is ieder meisje mooi. En daarna dacht ik, van mijn hand een vuist makend: wat een geweldige openingszin voor een roman die ik waarschijnlijk nooit zal schrijven.
โ
โ
Ronald Giphart
โ
Hij liep verder, zag andere mooi ingerichte kamers, mensen die de krant zaten te lezen, de etalages van de woningen toonden hem hoe rustig het leven van de anderen kon zijn, hoe heerlijk het is om in een luie stoel te zitten en de regen tegen de ruiten te horen slaan. Opnieuw voelde hij de overtuiging dat zijn leven voorbijging, voorbij was, en des te meer genoegen deed het hem de inspanningen van zijn medemensen, van de Nederlandse bevolking, te bewonderen, en hun volharding tegenover de stralende pieken van huiselijke vertroosting. Dergelijke taferelen van home sweet home schokten zijn hart, van zoveel geluk zag hij liever af.
โ
โ
Fleur Jaeggy (The Water Statues)
โ
Je kan gewoon zitten tobben en je eigen gek maken en tenslotte je eigen ophangen en je kan ook je tobben een beetje in een vorm zetten, schrijven, er geld voor krijgen, je eigen in leven houden, niet afhankelijk zijn van andere mensen en onopgemerkt, in onopvallende kledij rondlopen en door iedereen met rust gelaten worden, dat is prachtig. Met al je zenuwen en al je gevoeligheid. Want er zijn er tienduizenden en honderdduizenden die zoals ik rondmarcheren en die leggen zich toevallig niet op het schrijven toe en kunnen niet schrijven. En dat is een stuk lastiger. Want ze moeten door anderen in leven gehouden worden of ze moeten zich schikken op een kantoor.
โ
โ
Gerard Reve
โ
Eind van de middag, ik was net uit school thuisgekomen (daar had ik zorgvuldig geheimgehouden dat ik jarig was om te voorkomen dat ik zou moeten trakteren, want daarvoor wilde mijn moeder mij geen versnaperingen meegeven), kwam mijn grootvader met zijn cadeau aanzetten. Aan de alsmaar naderbij komende, zeer krachtige tikken van zijn wandelstok op de trottoirtegels kon je horen dat hij zich erop verheugde andermaal een naar hem vernoemde kleinzoon gul te bedelen.
Hij droeg een groot pak en overhandigde mij dat in de woonkamer. Plechtig verwijderde ik het papier. Wat mij op mijn achtste jaar ten deel was gevallen, bleek een vorstelijke meccanodoos te zijn. Weliswaar geen nieuwe fiets, maar toch iets ongehoords. Mijn grootvader verwijderde zich weer, want er was op dat moment niemand bij de hand om mee te dammen.
Mij leek toen het grote ogenblik gekomen om de meccanodoos verder uit te pakken en ermee aan de slag te gaan. Toen ik aanstalten maakte om hem te openen, riep mijn moeder:
'Wat doe je nou?'
'Ik ga hem openmaken, ik wil ermee spelen.'
'Ben je helemaal betoeterd geworden? Zo'n duur cadeau. Blijf af.'
'Maar... maar... ik heb hem toch van opa gekregen. Ik wil ermee spelen.'
'Geen sprake van, afblijven. Zo'n duur cadeau, en daar wou je zomaar met je tengels aanzitten? Niks hoor, ik zet hem weg.'
Ze pakte de meccanodoos op en plaatste hem achter lakens en slopen in het dressoir.
Toen mijn vader thuiskwam, werd de doos weer tevoorschijn gehaald en wederom vol verbazing aanschouwd. Zeker, het was geen nieuwe fiets, maar toch... Wat een cadeau.
'Opa 't Hart is maar goed op je,' zei mijn vader.
'Maar ik mag er niet mee spelen,' zei ik verongelijkt.
'Nee, natuurlijk niet,' zei mijn vader, 'daar heeft je moeder groot gelijk in, zo'n duur cadeau, het zou gekkenwerk zijn als je daar met je poten aan zou zitten. D'r kan zomaar een schroefje of moertje of ander onderdeeltje kwijtraken, niks hoor, je moeder bergt hem weer netjes op.'
'Zo is het,' zei mijn moeder, en weg ging de meccanodoos.
โ
โ
Maarten 't Hart (Magdalena)
โ
Ik wil niet fietsen. Ik wil niet dansen. Ik durf niet verliefd te zijn. Ik durf niet te kiezen, straks kies ik verkeerd! Ik ben bang. Bij elke stap die ik doe ben ik bang. Bang dat mijn voet blijft haken en ik val. En dan val ik toch in mijn hoofd. Over niets, iet wat hol en groot is. Hoe leg ik dat uit? Hoe leg ik uit dat als ik in de spiegel kijk ik mezelf niet herken. Ik zie een meisje, meer niet. Verder niks. De angst en de onzichtbaarheid zitten vanbinnen nmaar dร t ben ik echt. Dat wat je niet aan de buitenkand ziet ben ik. Het omhulsel is een reflectie van wat zou moeten zijn. En daar praten de anderen tegen, terwijl de e chte ik onzichtbaar blijft. En dat wil ik niet. Dat is ondraaglijk.
โ
โ
Tanneke Wigersma (Mijn laatste dag als genie)
โ
Hij kwam niet verder, want Stalin explodeerde opnieuw.
'We hebben die verdomde atoombom van jou niet nodig om te vechten en te winnen! Wat we nodig hebben zijn socialistische zielen en harten! Wie voelt dat hij nooit overwonnen kan worden, kan ook nooit overwonnen worden!'
'Voor zover iemand geen atoombom op hem laat vallen', zei Allan.
'Ik zal het kapitalisme vernietigen! Hoor je dat? Ik zal iedere afzonderlijke kapitalist vernietigen! En ik begin met jou, hond, als je ons niet helpt met die bom!'
Allan wilde echter niet langer aan tafel zitten en beledigingen aanhoren. Hij was naar Moskou gekomen om te helpen, niet om uitgescholden te worden. Stalin mocht het zelf uitzoeken.
'Ik heb iets bedacht', zei Allan.
'En dat is?' vroeg Stalin boos.
'Zou je die snor van je niet eens afscheren?'
Daarmee was het diner voorbij, want de tolk viel flauw.
โ
โ
Jonas Jonasson (The Hundred-Year-Old Man Who Climbed Out of the Window and Disappeared (The Hundred-Year-Old Man, #1))
โ
Een maand na de dood van mijn vader hield mijn moeder grote schoonmaak. Zijn geur moest worden weggeschrobd, zijn geest verjaagd. Ze zeulde de matras van zijn ziekbed naar buiten en gaf hem er stevig van langs met de mattenklopper. Scheerkwast, nagelborstel, tandenborstel, klerenborstel - de brand erin, zuiveren en de rest in een diepe kuil begraven - geen haar of schilfer mocht er van hem achterblijven. Na een dag luchten, waarbij de ramen in hun haakjes huilden, stak ze een kaars aan en liepen we drie keer met een bibbervlam om het huis, daarmee sneden we de negatieve krachten die ons omsingelden voorgoed af. Voortaan zou zijn woede de deur van ons huis niet meer kunnen vinden en zijn geschreeuw ons niet meer uit de slaap houden. Zo bande ze mijn driftige vader uit - met dweil, luiwagen, mattenklopper en lucifers. En door de tafel zo tegen de muur te schuiven dat alleen zij nog aan het hoofd kon zitten.
โ
โ
Adriaan van Dis (Ik kom terug)
โ
Als puber had ik eens ergens gelezen dat gevangenen in hun eenzaamheid troost zochten bij hun eigen hand en om de opwinding groter te maken eerst een kwartier op die hand gingen zitten, de rukhand, niet om hem op te warmen maar om hem ongevoelig te maken, doof en kloppend, en als ze zich dan met die hand beroerden was het of een ander hen aanraakte.
Misschien had ik het niet gelezen, maar was het mij met hese stem verteld in een kring geilpompers achter het fietsenhok van de school. Maar ik weet nog hoe opwindend het klonk en dat ik diezelfde dag mijn hand onder mijn billen plette, op een van onze houten stoelen, en dat hij eerst pijn deed en daarna koud werd en tintelde alsof het bloed eruit werd geduwd, en toen ik hem weer vrijliet was hij wit en vreemd, hij sliep.
De hand zocht mij, nee, niet daar waar gewoonlijk de opwinding van een veertien-, vijftienjarige broeit, maar hij aaide over mijn wang, mijn nek, hij kroop onder mijn hemd, streelde mijn blote schouder en ik verbeeldde me dat het mijn moeder was. Ik hield van die hand. En ik moest huilen.
โ
โ
Adriaan van Dis
โ
Er zijn eenvoudige, korte oefeningen die het lichaam in kort bestek afmatten en dus tijd besparen, en vooral dat laatste moeten we goed bijhouden. Ga bijvoorbeeld hardlopen, of oefenen met gewichten, of springen. Je kunt hoog- of verspringen, of laat ik zeggen 'ritueel dansen' of, om het banaler te zeggen, stampen als de wasman in zijn tobbe. Kies maar, het is allemaal simpel en gemakkelijk om te doen.Maar wat je ook doet, keer snel weer terug van het lichaam naar de ziel! Want die moet je dag en nacht trainen, die wordt door matige inspanning gevoed. En dat soort training wordt niet belet door kou of hitte, nee, niet eens door ouderdom.
Richt je op iets goeds dat op den duur alleen maar beter wordt. En ik zeg niet dat je altijd boven je boeken of schrijftafeltjes moet zitten. Laat je geest ook eens wat anders doen, maar dan zo dat het ontspannend werkt en niet ontkrachtend. Een tochtje in de wagen schudt de ledematen los, zonder de studie te beletten: je kunt iets lezen of dicteren, je kunt praten of luisteren, allemaal dingen die ook tijdens een wandeling mogelijk zijn.
โ
โ
Seneca
โ
De nabestaande moet worden aangemoedigd 'te gaan zitten in een zonnig vertrek', bij voorkeur met een open haard. Er mag eten, maar 'in zeer kleine hoeveelheden', worden aangeboden op een dienblad: thee, koffie, bouillon, wat toast, een gepocheerd ei. Melk mag ook, maar alleen warme: 'Koude melk is slecht voor iemand die toch al onderkoeld is.' Wat de overige voeding betreft: 'De kok kan iets voorstellen wat doorgaans heel lekker wordt gevonden - maar er dient heel weinig tegelijk te worden geserveerd, want de maag mag wel leeg zijn, de tong verwerpt de gedachte aan eten, en de spijsvertering laat zeker te wensen over.' De rouwende wordt aangeraden zuinig aan te doen bij de aanschaf van rouwkleding: de meeste reeds bestaande kledingstukken, en ook leren schoeisel en strohoeden, 'laten zich volmaakt zwart verven'. De te maken kosten moeten vooraf worden berekend. Tijdens de begrafenis dient er een vriend achter te blijven in het huis. Deze moet ervoor zorg dragen dat het gelucht wordt, dat verplaatst meubilair weer wordt teruggezet en de haard wordt aangestoken om de familie te verwelkomen. 'Het verdient ook aanbeveling wat thee of een soepje klaar te maken,' laat mevrouw Post ons weten, 'en dat dient hun bij thuiskomst te worden gebracht zonder eerst te vragen of ze het believen. Mensen die veel verdriet hebben willen niet eten, maar als ze het krijgen voorgeschoteld zullen ze het automatisch aannemen, en iets warms om de spijsvertering op gang te brengen en de gebrekkige bloedsomloop te stimuleren is wat ze bovenal behoeven.
โ
โ
Joan Didion (The Year of Magical Thinking)
โ
โZie zoo, nu zie ik ze niet meer. Jij weet niet wat handel is, Koekebakker, anders zou je der niet om lachen. Om te beginnen ga je tot je achtiende jaar op school. Heb jij ooit geweten hoeveel schapen er in Australiรซ zijn en hoe diep โt Suezkanaal is? Nou juist, daar heb je het. Ik heb dat geweten. Weet jij wat polarisatie is? Ik ook niet, maar ik heb โt geweten. De raarste dingen heb ik moeten leeren. Vertaal in โt Fransch: [80]โonder benefice van inventaris.โ Ga der maar tegen aan staan. Je hebt er geen begrip van, Koekebakker. Dat duurt zoo jaren. Dan doet je ouwe heer je op een kantoor. Dan merk je, dat je al die dingen geleerd hebt om met een kwast papier nat te maken. Overigens is โt โt ouwe gedonderjaag, โs morgens om negen uur present en urenlang stil zitten. Ik vond dat ik op die manier niet opschoot. Ik kwam altijd te laat, ik probeerde wel op tijd te komen, maar โt wou niet meer, ik had โt zooveel jaren gedaan. En taai. Ze zeiden dat ik alles verkeerd deed, daar zullen ze wel gelijk aan gehad hebben. Ik wilde wel, maar ik kon niet, ik ben geen kerel om te werken. Ze zeiden, dat ik de anderen van hun werk hield. Ook daarin zullen ze wel gelijk gehad hebben. Als ik klaagde, dat ik โt niks lollig vond en vroeg of ik daarvoor nu op school al die wonderlijke dingen had geleerd, dan zei de oue boekhouder: โJa jongetje, het leven is geen roman.โ Bakken vertellen, dat kon ik en dat vonden ze leuk ook, maar ze waren er niet tevreden mee. De ouwe boekhouder wist al heel gauw niet wat hij met me doen moest. Als de baas er niet was maakte ik dierengeluiden, zong komieke liedjes, die ze nog nooit hadden gehoord. De zoon van den baas was een ingebeelde kwajongen; af en toe kwam i op kantoor om centen te halen. Hij sprak vreeselijk gemaakt en keek met een allerellendigst, door niets gemotiveerd vertoon van superioriteit naar de bedienden van zijn pa. De lui lachten zich een beroerte als ik dien jongeheer nadeed. Ik heb daar ook nog een schrijfmachine bedorven en een boek weggemaakt. Toen hebben ze me aan een toestel gezet, dat ze de โguillotineโ noemden. Daar moest ik monsters mee knippen. Dagen lang heb ik daaraan gestaan: alle monsters werden scheef. De lui hadden โt wel in de gaten, ze hadden niets [81]anders verwacht. Ze hadden me daar alleen maar aan gezet om erger te voorkomen. Die monsters werden weggegooid; die gingen nooit naar de klanten. Toch had ik in die dagen nog gelegenheid om een brief verkeerd in te sluiten. Natuurlijk was โt erg; de man die den brief kreeg mocht niet weten, dat de baas zaken deed met den man waaraan i geschreven was. De boekhouder was totaal van streek. Toen begreep ik, dat ik maar liever heen moest gaan. Ik kreeg een poot van den baas. Ik was zelf ook blij dat ik wegging en heb hem hartelijk de hand geschud. Ik heb gezegd, dat โt me speet, maar dat ik er niets aan doen kon en ik geloof, dat โk โt meende. Zie je, Koekebakker, dat is handel. Ik ben daarna nog drie weken volontair geweest op een effectenkantoortje, krantjes nakijken met een boek om te zien of de stukken van de klanten waren uitgeloot. Je ergste vijand zal er voor bewaard blijven. Ze moesten me wegdoen. Ik moest daar ook copieeren. Er was geen denken aan, dat ze uit โt copieboek konden wijs worden. Ik zag wel in dat โt zoo niet ging, ik kon er mijn hoofd niet bij houden.
โ
โ
Nescio (De Uitvreter, Titaantjes, Dichtertje, Mene Tekel)
โ
Zo zitten we gevangen in een dilemma van hoop op erkenning en angst voor afwijzing enerzijds, en zelfafwijzing anderzijds.
โ
โ
Jan Geurtz (Verslaafd aan liefde)
โ
Verhalen vormen de enige echte magie. Een verhaal kan de onmogelijke afstand tussen individuen overbruggen, ons uit ons eigen leven tillen en in dat van iemand anders zetten, al is het maar voor even. Onze honger naar verhalen maakt ons tot mens. We verlangen in het bijzonder naar verhalen die ons blij maken. Verhalen slaan ergens op, terwijl dat voor de echte wereld niet geldt. Want verhalen zijn de opgeschoonde versie van het echte leven, een gedestilleerde versie van het menselijke gedrag die komischer, tragischer en perfecter is dan het echte leven. In een goed gemaakte holo zitten geen doodlopende verhaallijnen of willekeurige opnames. Als de camera op een detail inzoomt, moet je opletten, want dat detail heeft een cruciale betekenis, die nog duidelijk zal worden. Zo is het echte leven niet. In het echte leven leiden de aanwijzingen niet per definitie tot iets. Wegen lopen dood. Geliefden maken geen heroรฏsche romantische gebaren. Mensen zeggen lelijke dingen en vertrekken zonder afscheid te nemen en lijden op onzinnige manieren. Verhaallijnen worden zonder ontknoping losgelaten. Soms hebben we een verhaal nodig - รฉรฉn dat goed in elkaar steekt, opbeurend is - om de wereld te helpen weer ergens op te slaan. Er zijn geen gelukkige eindes in het echte leven, omdat er in het leven geen eindes zijn, alleen momenten van verandering. Er is altijd een nieuw avontuur, een nieuwe uitdaging, een nieuwe mogelijkheid om geluk te vinden of weg te jagen. Ik wil holografie studeren omdat het mijn droom is om verhalen te creรซren. Ik hoop dat mijn holo's mensen op een dag inspireren om de wereld beter achter te laten dan ze hem aantroffen. Om in ware liefde te geloven. Om dapper genoeg te zijn om voor geluk te vechten.
โ
โ
Katharine McGee (The Towering Sky (The Thousandth Floor, #3))
โ
Ik pas er verder voor, om met hem op de foto te staan. Als je het niet erg vindt.
โ
โ
Petra Hermans (Voor een betere wereld)
โ
De uitdrukking "van oor tot oor" was niet dekkend voor de gapende wond in haar keel.
Het was eerder van de ene kant van haar ruggengraat naar de andere. Zoals wanneer je een conservenblik openmaakt en een klein stukje vast laat zitten om het deksel open te kunnen trekken.
โ
โ
Michael Hjorth (Lรคrjungen (Sebastian Bergman #2))
โ
Michel Ard Rhi betrad de hal en bleef even staan toen hij de gorilla en de ruige hond zag zitten op de bank. Hij wist kennelijk niet wat hij ervan moest denken.
โ
โ
Terry Brooks (Wizard at Large (Magic Kingdom of Landover, #3))
โ
Kom binnen, Misty,' nodigde miss Appleton haar uit. 'Ga zitten.'
Zei de spin tegen de vlieg, dacht Mistaya.
โ
โ
Terry Brooks (A Princess of Landover (Magic Kingdom of Landover, #6))
โ
Op zijn hurken ging hij zitten kijken hoe twintig mieren het sleepwerk organiseerden van een vracht honderdmaal zo zwaar als zijzelf. Mieren, een reuzenvolk dat bij miljarden uitzwermde over de aarde. Mieren in honderden soorten, mieren die andere mieren melkten en mieren die wolkenkrabbers bouwden en bomen afbraken. Mieren, รฉen kleine donkere glinstering van de grote onbegrepen kosmische kracht die leven heet.
โ
โ
A. den Doolaard (De goden gaan naar huis)
โ
Ik had de vader van Frans weleens zo aan tafel zien zitten bidden, vermoeid maar met een vanzelfsprekende vertrouwdheid, alsof hij wist dat God op hem zat te wachten.
โ
โ
Alex Boogers (Alleen met de goden)
โ
In 1950 was zowat 4 procent van de Belgische bevolking van buitenlandse origine; anno 2024 zitten we aan 32 procent inwoners met een migratie-achtergrond. Op nauwelijks een mensenleven tijd is dat een ronduit gigantische omwenteling, de impact daarvan kan je onmogelijk snel even onder de mat schuiven.
โ
โ
Chris Janssens
โ
Sommige dingen gebeuren gewoon. Soms kun je het toeval richten. Als hij hangende schouders ziet. Of schoenen met versleten punten. Of ogen die alleen maar naar binnen kijken. Dan laat de jongen een kersenpitje vallen voor de voeten van een voorbijganger. Ze kijken op en soms komen ze naar boven. Dan zitten ze naast hem op het dak. Te zwijgen. Te praten. Te kijken naar de zonsondergang. De jongen zwijgt of luistert of kijkt mee. De mensen blijven nooit. Eventjes hebben ze nodig. Eventjes om op adem te komen. Eventjes om hun woede van het dak te schreeuwen. Eventjes om stilletjes te vertellen over wie ze graag zien. Eventjes om radeloos het hoofd te schudden. Daarna gaan ze weer. Dan leunt de jongen achterover, tegen de pannen van het dak. Dan kijkt hij naar de wolken.
โ
โ
Aline Sax (De jongen op het dak)
โ
Ze willen het niet zien. Ik vraag me af hoe dat komt. Wat maakt dat een volwassene niet bij je gaat zitten en doorvraagt: 'Hoe is het met je?' of 'Is alles wel goed?
โ
โ
Pam Smy (Thornhill)
โ
Wanneer ze urenlang met gesloten ogen op haar bed ligt, denkt ze aan de letters die door haar lichaam razen. Ze voelt dat haar tranen verloren lopen in haar lichaam. Ze voelt kogelronde bloeddruppels die in de kamers van haar hart hun plaats zoeken. Babs is de stille getuite van wat er binnen in haar gebeurt. De maag galmt naar de mond dat er dringend voedsel moet komen. Het hart klopt woedend en treurig aan bij de ribben om steun maar vindt geen gehoor. Babs wil wegkruipen in dat lichaam, afdalen als in een diep water, om helemaal los van tijd en ruimte in zichzelf te zitten ademen.
โ
โ
Saskia de Coster
โ
Ik weet het nu wel zeker: er blijkt altijd nog een bodem te zitten onder wat je dacht dat de bodem was.
โ
โ
Griet Op de Beeck (Vele hemels boven de zevende)
โ
Ik vroeg niets. Bleef stil zitten, met mijn vragen, en hield haar hand in de mijne.
โ
โ
Oskar Kroon (Vรคnta pรฅ vind)
โ
Met schimmen moet je je bezighouden en daar gaat een hoop tijd in zitten, maar dat wist ik.
Wat ik daarentegen niet wist en wat ik wel had moeten bedenken, is dat een schim maar รฉรฉn ding wil en dat is opnieuw tot leven komen.
โ
โ
Laurent Binet (HHhH)
โ
Hij vond het goed om in het duister te zitten.
โ
โ
Chris De Stoop (Het boek Daniel)
โ
Ik ken het lijden niet van de miljarden die op dit ogenblik op dit halfrond in de nanacht slapen. Nog minder weet ik van de andere miljarden voor wie het nu dag en strijd is. Ik ken slechts half het lijden van mijn vrouw en helemaal het mijne. Laat mij daarmee alleen. Doe mij niet geloven dat een alwijs en almachtig iemand dit op zijn gemak heeft zitten aankijken.
โ
โ
Gerard Walschap (Ons geluk)
โ
De volgende ochtend werd ik wakker (...) Het was rustig in mijn hoofd. Ik bleef stil zitten en wachtte. Ik werd wel vaker wakker met stilte, maar vaak verdween die na enkele minuten weer. Nu ook.
โ
โ
Philip Huff (Dagen van gras)
โ
De grote advieskantoren zitten vol met toptalenten die niet weten wat ze met hun talent aan moeten, en daarom maar consultant zijn geworden.
โ
โ
Rutger Bregman (Morele ambitie - Stop met het verspillen van je talent en maak werk van je idealen)
โ
Stalingrad is platgebrand.
Ik zou te veel moeten opschrijven als ik er een beschrijving van zou willen geven Stalingrad platgebrand. Stalingrad ligt in de as. De stad is dood. Mensen zitten in kelders.
Alles is uitgebrand De hete muren van de gebouwen zijn als de lichamen van mensen die in de verschrikkelijke hitte zijn omgekomen en nog niet zijn afgekoeld. Enorme gebouwen, gedenktekens, parken Borden: 'Hier oversteken' elektriciteitsdraden op een hoop, een slapende kat op een vensterbank, bloemen en gras in bloempotten. Een houten paviljoen waar ze bruiswater verkochten, staat wonderbaarlijk genoeg ongehavend tussen duizenden verbrande en half verwoeste stenen gebouwen.
Een stad als Pompei, overvallen door rampspoed op een dag dat alles bloeide. Trams en auto's zonder ramen. Uitgebrande huizen met gedenkplaten: `I.V Stalin hield hier in 1919 een toespraak.' Een kinderziekenhuis met een gipsen vogel op het dak. Een vleugel is afgebroken, de ander gespreid klaar voor op vlucht. Het Cultuurpaleis: het gebouw is door het vuur fluweelachtig zwart geworden, en twee sneeuwwitte naakte beelden steken af tegen deze zwarte achtergrond.
Rondzwervende kinderen, veel lachende gezichten. Veel mensen zijn halfgek.
Avondrood boven een plein. Een beangstigende en vreemde schoonheid: door de duizenden lege ramen en daken zie je de lichtroze lucht. Een kolossaal pamflet met ordinaire kleuren: De stralende weg.
Een gevoel van kalmte. De stad is na veel leed ter ziele gegaan en aan en oogt als het gezicht van een dode man die is overleden aan een dodelijke ziekte en eindelijk zijn eeuwige rust heeft gevonden. Opnieuw bommen, bommen op de dode stad.
โ
โ
Vasily Grossman (A Writer at War: Vasily Grossman with the Red Army)
โ
Stalingrad is platgebrand.
Ik zou te veel moeten opschrijven als ik er een beschrijving van zou willen geven. Stalingrad is platgebrand. Stalingrad ligt in de as. De stad is dood. Mensen zitten in kelders.
Alles is uitgebrand. De hete muren van de gebouwen zijn als de lichamen van mensen die in de verschrikkelijke hitte zijn omgekomen en nog niet zijn afgekoeld. Enorme gebouwen, gedenktekens, parken Borden: 'Hier oversteken' Elektriciteitsdraden op een hoop, een slapende kat op een vensterbank, bloemen en gras in bloempotten. Een houten paviljoen waar ze bruiswater verkochten, staat wonderbaarlijk genoeg ongehavend tussen duizenden verbrande en half verwoeste stenen gebouwen.
Een stad als Pompei, overvallen door rampspoed op een dag dat alles bloeide. Trams en auto's zonder ramen. Uitgebrande huizen met gedenkplaten: `I.V Stalin hield hier in 1919 een toespraak.' Een kinderziekenhuis met een gipsen vogel op het dak. Een vleugel is afgebroken, de ander gespreid klaar voor op vlucht. Het Cultuurpaleis: het gebouw is door het vuur fluweelachtig zwart geworden, en twee sneeuwwitte naakte beelden steken af tegen deze zwarte achtergrond.
Rondzwervende kinderen, veel lachende gezichten. Veel mensen zijn halfgek. Avondrood boven een plein. Een beangstigende en vreemde schoonheid: door de duizenden lege ramen en daken zie je de lichtroze lucht. Een kolossaal pamflet met ordinaire kleuren: De stralende weg.
Een gevoel van kalmte. De stad is na veel leed ter ziele gegaan en aan en oogt als het gezicht van een dode man die is overleden aan een dodelijke ziekte en eindelijk zijn eeuwige rust heeft gevonden. Opnieuw bommen, bommen op de dode stad.
โ
โ
Vasily Grossman (A Writer at War: Vasily Grossman with the Red Army)
โ
Stalingrad is platgebrand.
Ik zou te veel moeten opschrijven als ik er een beschrijving van zou willen geven. Stalingrad is platgebrand. Stalingrad ligt in de as. De stad is dood. Mensen zitten in kelders.
Alles is uitgebrand. De hete muren van de gebouwen zijn als de lichamen van mensen die in de verschrikkelijke hitte zijn omgekomen en nog niet zijn afgekoeld. Enorme gebouwen, gedenktekens, parken Borden: 'Hier oversteken' Elektriciteitsdraden op een hoop, een slapende kat op een vensterbank, bloemen en gras in bloempotten. Een houten paviljoen waar ze bruiswater verkochten, staat wonderbaarlijk genoeg ongehavend tussen duizenden verbrande en half verwoeste stenen gebouwen.
Een stad als Pompei, overvallen door rampspoed op een dag dat alles bloeide. Trams en auto's zonder ramen. Uitgebrande huizen met gedenkplaten: `I.V Stalin hield hier in 1919 een toespraak.' Een kinderziekenhuis met een gipsen vogel op het dak. Een vleugel is afgebroken, de ander gespreid klaar voor op vlucht. Het Cultuurpaleis: het gebouw is door het vuur fluweelachtig zwart geworden, en twee sneeuwwitte naakte beelden steken af tegen deze zwarte achtergrond.
Rondzwervende kinderen, veel lachende gezichten. Veel mensen zijn halfgek. Avondrood boven een plein. Een beangstigende en vreemde schoonheid: door de duizenden lege ramen en daken zie je de lichtroze lucht. Een kolossaal pamflet met ordinaire kleuren: De stralende weg.
Vassily Grossman
Een gevoel van kalmte. De stad is na veel leed ter ziele gegaan en aan en oogt als het gezicht van een dode man die is overleden aan een dodelijke ziekte en eindelijk zijn eeuwige rust heeft gevonden. Opnieuw bommen, bommen op de dode stad.
โ
โ
Vasily Grossman (A Writer at War: Vasily Grossman with the Red Army)
โ
Stalingrad is platgebrand.
Ik zou te veel moeten opschrijven als ik er een beschrijving van zou willen geven. Stalingrad is platgebrand. Stalingrad ligt in de as. De stad is dood. Mensen zitten in kelders.
Alles is uitgebrand. De hete muren van de gebouwen zijn als de lichamen van mensen die in de verschrikkelijke hitte zijn omgekomen en nog niet zijn afgekoeld. Enorme gebouwen, gedenktekens, parken Borden: 'Hier oversteken,' elektriciteitsdraden op een hoop, een slapende kat op een vensterbank, bloemen en gras in bloempotten. Een houten paviljoen waar ze bruiswater verkochten, staat wonderbaarlijk genoeg ongehavend tussen duizenden verbrande en half verwoeste stenen gebouwen.
Een stad als Pompei, overvallen door rampspoed op een dag dat alles bloeide. Trams en auto's zonder ramen. Uitgebrande huizen met gedenkplaten: `I.V Stalin hield hier in 1919 een toespraak.' Een kinderziekenhuis met een gipsen vogel op het dak. Een vleugel is afgebroken, de ander gespreid klaar voor op vlucht. Het Cultuurpaleis: het gebouw is door het vuur fluweelachtig zwart geworden, en twee sneeuwwitte naakte beelden steken af tegen deze zwarte achtergrond.
Rondzwervende kinderen, veel lachende gezichten. Veel mensen zijn halfgek. Avondrood boven een plein. Een beangstigende en vreemde schoonheid: door de duizenden lege ramen en daken zie je de lichtroze lucht. Een kolossaal pamflet met ordinaire kleuren: De stralende weg.
Een gevoel van kalmte. De stad is na veel leed ter ziele gegaan en aan en oogt als het gezicht van een dode man die is overleden aan een dodelijke ziekte en eindelijk zijn eeuwige rust heeft gevonden. Opnieuw bommen, bommen op de dode stad.
โ
โ
Vasily Grossman (A Writer at War: Vasily Grossman with the Red Army)
โ
Stalingrad is platgebrand.
Ik zou te veel moeten opschrijven als ik er een beschrijving van zou willen geven. Stalingrad is platgebrand. Stalingrad ligt in de as. De stad is dood. Mensen zitten in kelders.
Alles is uitgebrand. De hete muren van de gebouwen zijn als de lichamen van mensen die in de verschrikkelijke hitte zijn omgekomen en nog niet zijn afgekoeld. Enorme gebouwen, gedenktekens, parken Borden: 'Hier oversteken,' elektriciteitsdraden op een hoop, een slapende kat op een vensterbank, bloemen en gras in bloempotten. Een houten paviljoen waar ze bruiswater verkochten, staat wonderbaarlijk genoeg ongehavend tussen duizenden verbrande en half verwoeste stenen gebouwen.
Een stad als Pompei, overvallen door rampspoed op een dag dat alles bloeide. Trams en auto's zonder ramen. Uitgebrande huizen met gedenkplaten: `I.V Stalin hield hier in 1919 een toespraak.' Een kinderziekenhuis met een gipsen vogel op het dak. Een vleugel is afgebroken, de ander gespreid klaar voor op vlucht. Het Cultuurpaleis: het gebouw is door het vuur fluweelachtig zwart geworden, en twee sneeuwwitte naakte beelden steken af tegen deze zwarte achtergrond.
Rondzwervende kinderen, veel lachende gezichten. Veel mensen zijn halfgek. Avondrood boven een plein. Een beangstigende en vreemde schoonheid: door de duizenden lege ramen en daken zie je de lichtroze lucht. Een kolossaal pamflet met ordinaire kleuren: De stralende weg.
Een gevoel van kalmte. De stad is na veel leed ter ziele gegaan en oogt als het gezicht van een dode man die is overleden aan een dodelijke ziekte en eindelijk zijn eeuwige rust heeft gevonden. Opnieuw bommen, bommen op de dode stad.
โ
โ
Vasily Grossman (A Writer at War: Vasily Grossman with the Red Army)
โ
Ook als er niemand beweegt maakt het huis soms geluid. Als een samenkrampende maag. Wanneer we samen in de keuken of bij het haardvuur zitten terwijl dit gebeurt, steekt Molina een vinger in de lucht en luistert hij aandachtig. Met onze ogen volgen we het gejammer. Als het weer stil is knikt Molina alwetend. 'Ghosts.' En klopt hij op de muur als op de kont van een nerveus paard.
โ
โ
Falun Ellie Koos (Rouwdouwers)
โ
Als zij een boek op tafel legde, lag dat precies zo als hij het zelf neergelegd zou hebben: met de titel naar boven, niet op een ander boek dat kleiner was, niet scheef, en volgens de gulden snede tussen de asbak en de rand van de tafel, en evenwijdig aan die rand. Nooit zou zij de krant niet opvouwen. Als hij opkeek van zijn schrijftafel en haar op de bank zag zitten, gedichten van Rilke lezend, zat zij precies zo als zij moest zitten. Dat had hij nog nooit meegemaakt, dat iemand hetzelfde natuurlijke orgaan voor verhoudingen had, zonder zich te dwingen en zonder dat het verwerd tot benepen netheid.
โ
โ
Harry Mulisch
โ
Ik wil een normaal gesprek met je voeren en omdat jij zo lang bent, kan ik dat niet doen als je er niet bij gaat zitten. Dan krijg ik kramp in mijn nek. - Silvia
โ
โ
Mary Hoffman (City of Flowers (Stravaganza, #3))
โ
Ik woon in een stille buurt, eindelijk, en heb de milde gewoonte aangenomen regelmatig een wandeling te maken in de omgeving. De weg die ik graag kies is smal, stil, aan het oog onttrokken en komt uit op een landgoed waarop een prachtig huis is gelegen: oplopende gazons, ruime serredeuren, een rieten dak, maar vooral intrigerende raampjes hoog in de gevel, waarachter ik van alles vermoed dat vroeger als gezellig te boek stond, zoals lezen, schrijven, in de vensterbank zitten, luisteren naar de regen en meer van die dingen. Als het donker wordt sta ik er wel eens stil, doe zoveel mogelijk een onschuldige voorbijganger na en hoop op het aangaan van het licht achter een van de ramen.
โ
โ
Willem Brakman (Pop op de bank: Een autobiografie)
โ
Op een zondagochtend begin april zit ik op een onguur vroeg tijdstip te chagrijnen in de trein naar Venray. Ik ben moe, overwerkt en depressief. Het is al weken achtereen koud en nat en gisteren is voor de vijfde of zesde keer in een jaar tijd mijn fiets gestolen, nadat ik de sleuteltjes in het slot heb laten zitten, dus ik moet kennelijk een oprukkende dementie onder ogen zien. Zou het schrijven van een laatste boek me nog vergund zijn? Half duttend, half lezend in de sombere briefwisseling tussen Reve en Hermans uit de benauwde jaren vijftig, vraag ik me af waarom ik in vredesnaam ingegaan ben op de uitnodiging voor een literaire zondagochtend in 'What the Fuck Is' Venray? Laat ik eens ophouden met die flauwekul. Ik ben toch geen debutant meer!
โ
โ
Rascha Peper (Fantoompoezen)
โ
De executie ontaardde in een zeer rommelige aangelegenheid. Het meisje werd door de knechten haastig de betimmering opgetrokken en met haar rug tegen de paal op de stoel geduwd en vastgebonden. Het ging allemaal zo ongeordend dat bijna niemand had opgemerkt hoe de beul zijn plaats al had ingenomen. Ineens was hij waar hij wezen moest, Chris Jansz, achter de rug van zijn patiente met het touw als een vingervlugge goochelaar klaar voor gebruik in zijn handen. Hoewel niemand uit het publiek er eenentwintig jaar geleden bij was geweest, wist iedereen hoe sereen, ja heilig Elsjes voorganger zich aan het doodmaken had onderworpen. Volkomen in de war gebracht door de opeenhoping van enorme gebeurtenissen in haar leven met daaropvolgend de cel en de zachte stem van de dominee, was de minderjarige moeder van de verdronken zuigeling voor haar rechters op de knieen gevallen. Niet om te smeken, maar om te bedanken voor de straf die ze haar oplegden. Op Justitiedag had ze uit zichzelf de verhoging beklommen en was met wijdopen ogen gaan zitten, glimlachend, zonder verwachting dus ook zonder angst, als iemand die thuisgekomen is. Uitstekend zichtbaar voor het ontroerde publiek had de beul het touw om de hals kunnen leggen, bedaard, vakkundig, en dan plotseling aantrekken met een typisch korte beweging die niets van zijn vervaarlijke kracht naar buiten bracht, wat de suggestie gaf dat dit wurgen niet noemenswaardig verschilde van de manier waarop veel huisvrouwen, gesteld op hun schone tegelvloer, bij voorkeur hun kippen en parelhoenderen doden.
Nu ging het wel even anders. Omdat het meisje maar bleef tegenstribbelen stond vooral de logge knecht aan de Dampleinzijde maaiend met zijn armen in het zicht. Wat een geworstel om Elsje op de stoel met het lage rugleuninkje te krijgen.
โ
โ
Margriet de Moor (De schilder en het meisje)
โ
Hij hield extreem veel van zijn echtgenote. Hij hield, met andere woorden, te veel van die ene vrouw. Dat ze op jonge leeftijd overleed zag hij dan ook als de wraak des hemels voor die liefde. een andere verklaring voor haar dood had hij niet.
Na het overlijden van zijn echtgenote hield hij zich ver van alle vrouwen. Hij nam niet eens een meid in huis. Het koken en poetsen liet hij over aan een man. Dit deed hij niet omdat hij alle andere vrouwen haatte. Het was omdat die vrouwen allemaal leken op zijn echtgenote. Zo rook bijvoorbeeld iedere vrouw net als zij naar vis. En, overtuigd dat ook dit de wraak des hemels was omdat hij te veel van zijn vrouw had gehouden, vond hij berusting in het feit dat hij het moest stellen zonder vrouw in zijn leven.
Maar in zijn huis was รฉรฉn vrouw aanwezig om wie hij niet heen kon. Hij had een dochter. Uiteraard leek zij meer dan welke andere vrouw ook ter wereld op zijn overleden echtgenote.
De dochter zat inmiddels op de hogere middelbare meisjesschool.
Midden in de nacht ging het licht aan in haar kamer. Hij gluurde door een kier in de schuifdeuren. Het meisje hield een kleine schaar vast. Terwijl ze haar opgetrokken knieรซn uit elkaar spreidde en langdurig omlaag tuurde, hanteerde ze de schaar. De volgende dag, nadat zijn dochter naar school was vertrokken, staarde hij stiekem naar de witte bladen van de schaar en hij kreeg koude rillingen.
Weer ging midden in de nacht het licht aan in de kamer van zijn dochter. Hij gluurde door de kier in de schuifdeuren. Ze griste een witte doek van de vloer, klemde hem in haar armen en liep de kamer uit. Hij hoorde water uit de kraan stromen. Even later stak zijn dochter het vuur van het komfoor aan, legde de witte doek erop en ging afwezig zitten. Daarop begon ze te huilen. Toen ze ophield met huilen, knipte ze haar nagels boven de doek. Op het moment dat ze de doek wegnam vielen die er kennelijk af, want hij rook de misselijkmakende geur van brandende nagels.
Hij had een droom. Daarin vertelde zijn overleden echtgenote aan hun dochter dat hij haar geheim had gezien.
Sindsdien keek zijn dochter hem niet meer aan. Hij hield niet van zijn dochter. De gedachte dat een man op zijn beurt de wraak des hemels zou ondergaan vanwege zijn liefde voor haar, deed hem huiveren.
Op een nacht richtte zijn dochter uiteindelijk een dolk op zijn keel terwijl hij sliep. Hij wist dat. Hij berustte erin dat het de wraak des hemels was, omdat hij tot het uiterste van zijn echtgenote had gehouden en te veel had gehouden van die ene vrouw, en hij hield rustig zijn ogen gesloten. Hij voelde dat zijn dochter het had gemunt op de vijand van haar moeder, en hij wachtte op het mes.
โ
โ
Yasunari Kawabata
โ
Toen ik naast het bed ging zitten zei ze dat ik er goed uitzag en ik voelde me toen een soort ludieke ploert. Want ik was gezond en ik kon niets voor haar doen.
โ
โ
Jan Wolkers
โ
Hij had haar uitgenodigd samen in hotel Borg te gaan eten. Heel goed kenden ze elkaar nog niet: het was hun derde ontmoeting. Zij was mede-eigenaar van een softwarebedrijf; hij had zich bij dat bedrijf ingekocht. Allebei waren ze computerfreaks, bijna zo lang als ze zich konden herinneren, en het klikte direct tussen hen. Na een paar weken had hij het initiatief genomen haar buiten werktijd op te zoeken en uit te nodigen in Borg. Dat was inmiddels twee keer gebeurd, en vanaf het moment dat ze die avond gingen zitten had er iets bijzonders in de lucht gehangen: het zou nu anders verlopen dan de vorige keren. Toen had hij haar naar huis gereden en gedag gezegd. Nu waren ze geen van beiden met de auto. Ze had aan de telefoon voorgesteld dat ze na Borg naar haar huis zouden gaan om nog even koffie te drinken. Koffie, dacht hij. Hij grijnsde.
โ
โ
Arnaldur Indriรฐason
โ
Ik sta te wachten tot een vrachtwagen inparkeert. Achter me een belg in een SUV, die schijnbaar grote haast heeft want hij begint te toeteren. Zinloos, want ik kan nergens heen. Zodra de vrachtwagen net van de weg is schiet hij langs me heen dezelfde parkeerplaats op, bijna een ongeval veroorzakende. Ik rij achter hem aan en wat denk je? Mijnheer blijft op de parkeerplaats in zijn auto zitten en gaat zitten appen. #demodernemens
โ
โ
Martijn Benders
โ
Dan die idiote middag en avond. Er zijn dagen waarop ik niemand opendoe. Op zo'n dag komt ze langs. Het is een warme zomermiddag. Er wordt gebeld. Ik doe dus niet open. Maar ze weet kennelijk dat ik thuis ben. Ze belt bij mijn onderbuurvrouw en de voordeur wordt voor haar geopend. Ze komt de trappen op en klopt op mijn deur. Ik sta toevallig in de achterkamer en blijf staan waar ik sta, bij het raam, uitkijkend over de loodsen van de werf. Als ik opendoe, ben ik verloren en begint het spel waaraan ik wil ontkomen opnieuw.
Ze praat tegen me door de deur. Ik raak steeds vastbeslotener om niet open te doen. Ik hoor hoe ze zuchtend op de trap gaat zitten om te wachten tot ik zal opendoen. Ze heeft geduld. Zonder een stap te zetten kan ik van mijn werktafel net Kavafis' gedichten pakken - zodat ik tenminste wat te lezen heb. Ik leg het boek op de vensterbank en lees. Ik luister en hoor aan de overkant van het water het verkeer onder de bomen, beneden me de geluiden van mijn onderbuurvrouw en uit het trappenhuis het geschuifel van haar voeten.
Het duurt een uur, dit gevecht. Eindelijk gaat ze weg. Ik hoor haar de trappen aflopen, de voordeur openen en achter zich dichttrekken. Ze is weg. Ik heb gewonnen en verloren.
's Avonds ben ik naar haar toe gegaan. Een smalle straat in de binnenstad. Een stille en vredige zomeravond. Ze is alleen thuis. Ik lig op de sofa in haar werkkamer, in de schemering, en zij ligt boven op me. Ik heb Kavafis meegenomen en lees haar het gedicht voor dat me die middag tijdens het lange stilstaan het meest trof. Nadat ik het heb gelezen, barst ze in tranen uit. Ze sjort wat kleren omlaag en stopt mijn zwellend geslacht tussen haar dijen.
Weldra is de storm voorbij. We liggen roerloos op de sofa. Ons zweet droogt. Ik luister naar de merel in de doodstille straat. Ik kijk naar de blinkende spiegel boven de sofa, waarin de kamer langzaam donker wordt. De onrust heeft me alweer te pakken.
โ
โ
Oek de Jong (Brief aan een jonge Atlas)
โ
Eindelijk kwam Gauvain. Hij zette zijn auto aan de rand van de klif, ik hoorde het portier dichtslaan en raadde zijn omtrekken in de duisternis. Hij zal me wel in het licht van de koplampen hebben gezien, want hij holde meteen de rotsachtige helling af. Ik was met mijn rug tegen een op het zand getrokken bootje gaan zitten om me tegen de wind te beschutten, de armen om mijn knieรซn geslagen in een pose die me zowel sportief als romantisch toescheen... Als je twintig bent let je heel erg op je houding. Gauvain greep mijn beide handen om me sneller op te trekken en voordat ik een woord had kunnen uitbrengen, drukte hij me heftig tegen zich aan, zijn been meteen tussen de mijne, zijn mond opende de mijne, mijn tong klampte zich vast aan zijn kapotte tand, mijn hand voor het eerst onder zijn jasje, in zijn geurige warmte, mijn vingers drongen door in de ontroerende holte die ontstaat tussen de broeksband en de welving van de rug, tussen de spieren van de lendenen, bij sommige mannen. Geluidloos begon het te regenen en we bemerkten het niet ogenblikkelijk, zo ver waren we heen.
โ
โ
Benoรฎte Groult (Zout op mijn huid)
โ
Ik word verder helemaal niet doodziek van het merendeel van geschift gedrag. Laat maar. Laat maar zitten. Het heeft toch allemaal geen zin. Laat maar lopen, laat maar lopen!
โ
โ
Petra Hermans
โ
Ik trok de kleren aan. Ging voor de open haard zitten. Legde mijn voeten op een poef. Keek in de vlammen. Voor mij waren werkkleren altijd het antwoord geweest als het leven me te veel werd. De werkdag binnenstappen, de schouders eronder zetten, volhouden, me afmatten. Op
โ
โ
Lars Mytting (De vlamberken)
โ
Ik wil een keer een film maken die over het leven vรณรณr de dood gaat, waarin alles te zien is wat er allemaal bestaat voor je doodgaat, maar ik bedoel daar vooral mee dat je niet ongemerkt doodgaat en daarna nog jarenlang blijft doorleven zonder dat de dingen je iets te zeggen hebben. Zoiets kun je juist heel goed in een film laten zien, omdat het dan net is of je er zelf bij bent. Ik wil iets met die beelden proberen te doen die ik soms zie wanneer ik tegen Cristinaโs warme lichaam aan lig. Volgens mij begrijpen de mensen precies waar je het over hebt, als je het goed doet, om ze te laten zien wat werkelijk belangrijk is in de wereld, dat dat vaak veel minder kan zijn dan dat je een heel verhaal moet gaan zitten vertellen. Er zijn altijd dingen die groter zijn dan jezelf, dat merk je vooral wanneer je ergens โs nachts bent met allemaal donkere heuvels om je heen, of wanneer je van die gigantische golven tegen de rotsen ziet beuken. Dan weet je dat het allemaal ergens anders vandaan komt en niet uit jezelf, dat je alleen maar goed moet kunnen luisteren om te weten wanneer het zover is.
Wie de grote bewegingen ziet weet ook dat hij niet alleen is, wie daar geen oog voor heeft kan het verder wel vergeten.
โ
โ
Herman Koch
โ
Mocht Maria nog op een melding van mij zitten te wachten, dan laat ik weten, niet meer op Jezus te mogen rekenen.
โ
โ
Petra Hermans
โ
Zij moeten de kans krijgen om een betere opleiding te volgen, bijvoorbeeld onder werktijd en niet in hun vrije tijd. Dat laatste zou een te grote investering van henzelf betekenen, zeker als je beseft dat er een matig maandsalaris tegenover staat.
โ
โ
Erik Scherder (Laat je hersenen niet zitten)
โ
Ik ben blij, hulpverleners als mens, niet te hoeven begroeten. Laat maar zitten. Laat maar lopen, laat maar lopen!
โ
โ
Petra Hermans
โ
Zo lang was het leven ongeveer: als een schooldag waarop je je hebt verveeld, de eindeloze uren waarin je voornamelijk uit het raam hebt zitten staren.
โ
โ
Herman Koch (Geachte heer M.)
โ
Ik verlang een jonge psychiater. Die niet tegenover mij zit. Zoals u. Aan een bureau. Bureaucraat. Maar die naast mij komt zitten. Een gesprek. Die durft af te gaan als een gieter. Hoort u de regen buiten? De gieter van God. Een huilbui van de hemel. God schreit om onze tweespalt, onze verhaspeling.
โ
โ
Jaap Zijlstra (De Glazen Schelp)
โ
'Ziezo', zei Benjamin. 'Nu ben ik dood. Mijn hart staat stil.'
Hij ging rechtop zitten in het hoge ziekenhuisbed, keek even naar de aan'en uitflitsende rode lampjes en glimlachte. Het alarm gilde en hij hoorde stappen op de gang. Benjamin liet zich van zijn bed glijden, wierp een vlugge blik op zijn dode lichaam en ging toen bij het raam staan.
โ
โ
Willy Schuyesmans (Stilstaan)
โ
Er zijn vrouwen die een soufflรฉ kunnen maken. Die op het juiste moment een recept van mokkaparfait in hun sportbeha hebben zitten. Die met de ene hand hun eigen bruiloftstaart kunnen bouwen en met de andere pepersteak Nossi Bรฉ maken.
Daar moeten wij ons allen over verheugen. Als het maar niet betekent dat wij een slecht geweten moeten hebben omdat we de eerste beginselen van het brood roosteren nog niet onder de knie hebben.
โ
โ
Peter Hรธeg (Smilla's Sense of Snow)
โ
Proeft u de koekjes,' zegt ze. 'Speculaas die ik zelf heb gebakken. Het heeft me een heel leven gekost om te leren hoe ik ze los van de bakvorm krijg zonder dat ze kapotgaan.'
De koekjes zijn plat, donkerbruin, en aan de onderkant zitten stukken gebrande amandel. Ze bekijkt ze aandachtig. Iemand die zijn hele leven alleen is geweest, kan het zich permitteren heel speciale interesses te verfijnen. Zoals bijvoorbeeld een manier om de koekjes los te krijgen.
โ
โ
Peter Hรธeg (Smilla's Sense of Snow)