Wat Als Quotes

We've searched our database for all the quotes and captions related to Wat Als. Here they are! All 200 of them:

Wat zou er trouwens veranderen als er op andere planeten ook mensen woonden? Ik heb nooit gehoord dat de Europeanen zich minder eenzaam voelden, toen Columbus ontdekte dat Amerika bestond en dat er daar ook mensen waren.
Willem Frederik Hermans (Nooit meer slapen)
Knorretje zei: "Als je begrijpt wat ik bedoel, Poeh" en Poeh zei: "Zo denk ik er ook over, Knor" en Knorretje zei: "Maar aan de andere kant, moet je wel bedenken" en Poeh zei: "Zo is het Knor, daar had ik even niet aan gedacht.
A.A. Milne
Wat is mijn kathedraal? Ik werk aan een kathedraal die ik niet ken en als hij voltooid is, zal ik er niet meer zijn en niemand zal weten dat ik eraan heb gewerkt.
Willem Frederik Hermans (Nooit meer slapen)
Hij [...] zei zachtjes tegen me: ‘Het geeft niks, hoor. Het maakt allemaal niks uit.’ Dat zei hij altijd als het over de dood ging. Ik heb hem een keer gevraagd wat dan wel uitmaakt. 'De rest,’ zei hij.
Toon Tellegen
Want als je geen toekomst meer hebt, wat blijft er anders over dan dromen van het verleden.
Annejet van der Zijl
Als ze iets moet onthouden vergeet ze het vaak, en wat ze wil vergeten onthoudt ze maar telkens.
Annet Schaap (Lampje)
De bomen komen uit de grond en uit hun stam de twijgen. En iedereen vindt het heel gewoon dat zij weer bladeren krijgen. We zien ze vallen naar de grond en dan opnieuw weer groeien. Zo heeft de aarde ons geleerd dat al wat sterft zal bloeien.
Toon Hermans
Als iemand iets moois ziet, denkt hij dat het af is. Dat stelt hem tevreden. Hij kijkt niet verder. Hij gaat er niet mee aan de slag. Hij durft er niet aan te slijpen, zodat wij nooit zullen weten wat er allemaal nog onder de oppervlakte zit. Die hele onzichtbare rijkdom zal nooit worden aangeboord.
Arthur Japin (In Lucia's Eyes)
Ik had heimwee naar die drie daar in het bed. Onzin. We zaten nog met ons drieën in dat bed. Het was alleen al weg voor het weg was. En ik kon er niets over zeggen, geen van tweeën zou begrijpen dat ik heimwee had naar iets wat er nog was, ik begreep het zelf niet eens.
Peter van Gestel (Winterijs)
Als je bent wat je doet, en je doet niets, wat ben je dan?
Philip Huff
Hij las niet over wat hij schreef, want als hij het zou overlezen zou hij het weggooien en dan had hij het net zo goed niet kunnen schrijven.
Toon Tellegen (Het vertrek van de mier)
Boeken zijn spiegels: je ziet slechts dat wat je zelf al in je draagt.
Carlos Ruiz Zafón
geef me nu eindelijk wat ik altijd al had
Herman de Coninck
Dat is de tragiek van de liefde: je houdt van niets zoveel als van dat wat je mist.
Jonathan Safran Foer
We moesten geduld hebben, hield ik mezelf voor. We moesten geduld hebben en doorstaan wat op ons afkwam. Het had geen zin om weg te lopen voor de pijn, we konden nergens heen. En als het ons te veel werd, moesten we onzichtbaar zijn.
Murat Isik (Wees onzichtbaar)
Maar opeens kwam de zon te voorschijn en de nevels trokken op. De vogels in het bos begonnen te zingen en alles wat treurig en naar was verdween als bij toverslag, en het gevaarlijke leek niet zo gevaarlijk meer. Ik werd weer warm. De zonnestralen gaven al warmte. Het was allemaal veel minder erg, ja bijna goed.
Astrid Lindgren (The Brothers Lionheart)
Hoe voel je je?’ ‘Als een schip,’ zeg ik, ‘een schip, een zeilschip dat in een windstilte is terechtgekomen. En dan plotseling is er even weer wat wind vaar ik weer. Dan heeft de wereld weer vat op me en kan ik weer meebewegen.
J. Bernlef (Hersenschimmen)
Al wat je ooit zag of hoorde, al wat je dacht te weten, is niet meer dat, maar anders.
Hella S. Haasse (Sleuteloog)
Waren er geen herinneringen als er geen woorden waren? Wat was er dan, buiten woorden? Er moest toch íéts zijn? Niet buiten woorden, maar erachter, aan de andere kant ervan.
Marianne Fredriksson (De kinderen van het paradijs)
Wat betekent dat, als een jongen zijn hand op je borst legt? Betekent het dat hij een geilneef is? Of was zijn hand gewoon moe?
Louise Rennison (Angus, Thongs and Full-Frontal Snogging (Confessions of Georgia Nicolson, #1))
Dis nie net die dooies wat in jou inweek en deel van jou word nie: dis almal, elke enkele een met wie jy 'n entjie pad saamreis; elkeen gee af aan jou, jy aan hulle. Nooit is dit net jy en jy alleen nie. Nooit gebeur iets net NOU nie. Altyd sleep dit slierte saam. Altyd suig dit by voorbaat al die toekoms in.
André Brink
Twee verkleurde spijkerbroeken, een te wijde trui. Rucanor­gympen die tien jaar geleden al uit de mode waren. Wat zou er eerder zijn geweest, het verval van de kleren of van de lichamen?
Thomas Heerma van Voss (Condities)
Ik wil geen aanbidders, maar vrienden, geen bewonderaars voor een vleiend lachje maar voor optreden en karakter. Ik weet heel goed dat dan de kring om me heen veel kleiner zou zijn. Maar wat hindert dat als ik nog maar een paar mensen, oprechte mensen, overhoud?
Anne Frank (The Diary of a Young Girl)
Hierdoor duurde het even voor ik doorzag wat de Hollanders zelf allang wisten, dat tolerantie iets anders is dan acceptatie, ja eerder het tegenovergestelde, en dat zulke verdraagzaamheid tegelijk een slim middel tot onderdrukking is. Iemand die je als gelijke aanneemt, omarm je onvoorwaardelijk, voor eens en altijd. Maar door iemand te laten weten dat je hem verdraagt, suggereer je in dezelfde adem dat hij eigenlijk een last is, als een zeurende pijn of een onaangename stank waarover je bereid bent tijdelijk heen te stappen. Onder tolerantie schuilt een dreiging: de stemming kan ieder moment omslaan. Eenmaal in kaart gebracht wordt ieder individu geacht keurig op zijn plek te blijven met een goed leesbaar etiket, als vergiften in een apothekerskast.
Arthur Japin (In Lucia's Eyes)
Hij hield van Latijnse zinnen omdat ze de rust in zich borgen van alles wat verleden tijd was geworden. Omdat die zinnen je niet dwongen er iets over te zeggen. Omdat ze taal waren die aan al het gepraat voorbij was.
Pascal Mercier (Night Train to Lisbon)
Al die gore eenzaamheid en dat hunkerend weer rechtop krabbelen. Dat razen en dat stilvallen. Dat voelen en verdwalen. Dat vinden en dan toch maar weer opnieuw gaan zoeken. Dat verlangen zonder goed te weten wat daarmee te moeten. Dat evengoed er keihard mee kunnen lachen. Uw kunst is geestig, soms, en om te janken zo triest, op andere momenten - en af en toe op dezelfde.
Griet Op de Beeck (Vele hemels boven de zevende)
Wat is dat toch aan een mens dat het idee dat alles eindig is en uiteindelijk toch zal verzinken in anderhalve kuub aarde hem niet bij voorbaat moedeloos maakt een kort na zijn geboorte al bij de pakken neer doet zitten? ♡Japin
Arthur Japin (De man van je leven)
...en ik hou van jou geloof ik en ik weet het trouwens zeker maar wat ben ik blij dat jij al een beminde hebt want alles is hier al en ik hou zo van verlangen en ik hou zo van alleen zijn en ik hou zo van het denken dat het zou kunnen als het kon
Tjitske Jansen
Ik heb soms het gevoel dat ik al jaren mezelf loop te spélen, alsof de rol die ik ooit heb gekozen met mij aan de haal is gegaan.
Griet Op de Beeck (Het beste wat we hebben)
Juist omdat het leven kort is, moet je het even moeilijk durven laten zijn, als dat nodig blijkt.
Griet Op de Beeck (Het beste wat we hebben)
Skoonheid is iets wonderliks en vreemds wat die kunstenaar al worstelend uit die chaos van die wereld haal.
W. Somerset Maugham
Als we alleen maar dat wat we kunnen waarnemen met onze zintuigen voor waarheid aannemen, brengt kennis dan inzicht, of bevordert het aannames?
Ria Schopman (Alea)
Als we iemand haten dan haten we in zijn beeld iets dat in onszelf huist. Wat niet in onszelf huist, windt ons niet op.
Hermann Hesse (Demian: Die Geschichte von Emil Sinclairs Jugend)
Want dat is wat de priesters met hun Ene God en Ene Waarheid niet weten: dat er niet zoiets als een waar verhaal bestaat.
Marion Zimmer Bradley (Die Avalon Trilogie : The Mists of Avalon, The Forests of Avalon, The Lady of Avalon)
Antropocentrisme: de mens staat bovenaan in de evolutie, we zijn een geschikte maatstaf om het leven van andere dieren tegen af te zetten en de rechtmatige bezitter van al wat leeft.
Jonathan Safran Foer (Eating Animals)
Ik kwam er achter dat ik er mijn hele leven heus niet naar had verlang om te leven - als wat anderen doen tenminste leven genoemd kan worden - maar wel om mezelf te kunnen uitdrukken.
Henry Miller
Het was zo moeilijk te geloven, ook al wist je het al eeuwen, dat ouders niet alleen niet waren wie ze moesten zijn, maar dat ook nooit zouden worden, zelfs niet heel even, niet één moment in één gesprek.
Griet Op de Beeck (Het beste wat we hebben)
Het waren de nachten, lodig en lang, die haar een illusie in de weg stonden. Steeds kramakkelachtiger hield dat huis zichzelf nog recht, en ze wist dat het nog spannend zou worden wie er het eerst aan renovatie toe zou zijn, zij of het huis. In bed luisterde ze naar alles wat zich aan de wind gewonnen gaf, een dakpan, een bloempot die met zich liet sollen in de tuin. Maar ook zonder wind; het huis kraakte, als deed het dat uit eigen beweging zoals mensen soms hun vingers kraken, om de gewrichten even los te maken.
Dimitri Verhulst
Als we op een dag een levensvorm tegenkomen die machtiger en intelligenter is dan wij zelf, en die soort zou ons zien zoals wij vissen zien, wat zouden we dan als argument aanvoeren om niet te worden opgegeten?
Jonathan Safran Foer (Eating Animals)
Wij hebben het nu over jou. Vergeet niet, ik ben notaris geweest. Ik maak die dingen altijd af. Wat wil jij worden?' 'Ik weet het niet.' Hij begreep dat dat geen goed antwoord was, maar het was het enige, zelfs als iemand graag altijd alles afmaakte. Hij had geen flauw idee. Eigenlijk wist hij zeker dat hij nooit iets wou, maar ook nooit iets zóú worden. De wereld was al boordevol met mensen die iets waren, en de meesten waren er duidelijk niet gelukkig mee.
Cees Nooteboom (Rituals)
Het doel van de straf mag zeker niet zijn de wraak, het doel van de straf moet zijn, om je medemens, want ook een misdadiger is een medemens, om die door wat je hem aandoet, dus de straf die je hem geeft, als het kan beter te maken.
Max Moszkowicz
En in de lente van 1979 besloot ik in al die drukte in de wereld te verdwijnen, nummer twee te worden, iemand die nuttig wilde zijn in plaats van op te vallen, die deed wat hem gevraagd werd. Maar dat is uiteraard een gedachte achteraf, dat het toen begon, een poging het beginpunt van een leven vast te pinnen. Alleen in de fictie, in films en romans kun je het exacte tijdstip van een verandering vaststellen. In de werkelijkheid komt de keuze geleidelijk, de gedachte ontwikkelt zich stukje bij beetje en misschien was het pas ergens in de brugklas dat ik actief besloot om onzichtbaar te zijn.
Johan Harstad (Buzz Aldrin, waar ben je gebleven?)
Misschien snijdt eenzaamheid als je bij mensen bent dieper dan alleen zijn waar geen misverstand over bestaat, (...).
Griet Op de Beeck (Het beste wat we hebben)
Zonder het geheugen heeft het leven geen lijn, geen logica, geen ontwikkeling. Zonder geheugen is alles als los zand.
Mark Mieras (Ben ik dat?: wat hersenonderzoek vertelt over onszelf)
Al wat ik verlang van een boek is dat het mij op een gedegen manier bezighoudt en vermaakt; en voor zover ik studeer ben ik er alleen maar op uit de kennis over mijzelf te verdiepen en te leren hoe ik op de juiste wijze moet leven en sterven.
Michel de Montaigne (De essays (Dutch Edition))
Ze had een hekel aan die anonieme hotelkamers waar zoveel mensen waren geweest zonder sporen achter te laten, waar zij zelf ook geen enkel spoor zou achterlaten. Alles blijft precies hetzelfde als ik er niet meer ben. Dat is wat doodgaan is, dacht ze.
Simone de Beauvoir (All Men Are Mortal)
Ze zeggen dat rouw even diep is als liefde was. Sommige dagen kom ik tot het inzicht dat ik geluk heb gehad omdat ik Maria zo lang naast me heb gehad en op andere dagen stel ik vast dat als ik haar niet zo lang naast me had gehad het niet zo moeilijk zou zijn om haar te missen. Elke dag moet ik beslissen of ik dankbaar ben of eenzaam. Maar ik wil haar verdomme gewoon terug zien. Dat is wat ik wil.
Ish Ait Hamou (Het moois dat we delen)
Liefde, wat is liefde? Ik geloof dat liefde iets is wat eigenlijk geen woorden kan hebben. Liefde is iemand begrijpen, van iemand houden, geluk en ongeluk met hem delen. En daarbij hoort en den duur ook de lichamelijke liefde, je hebt wat gedeeld, iets weggegeven en iets ontvangen en of je dan getrouwd ongetrouwd bent, of een kind krijgt of niet. Of je eer weg is of niet, dat komt er allemaal niet op aan, als je maar weet dat er voor je hele verdere leven iemand naast je staat, die je begrijpt en die je met niemand hoeft te delen.
Anne Frank (The Diary of a Young Girl)
Scheppend kunstenaar, dat valt niet mede. Ik sprak heel vroeger wel eens vader Klatser die aan een betere samenleving bouwt, als hij nog niet in zijn hese geschreeuw gestikt is, tenminste. Hij zei een keer tegen me: 'Weet jij, wat of heel moeilijk is om te schilderen?' 'Nee?' 'Een s-s-s-sneeuwlandschap. En weet je wat of ook heel erg moeilijk is om te schilderen? Een z-z-z-zonsondergang.' (Hij stotterde ook nog) 'En weet je, wat ik nou aan het schilderen ben?' (Sprakeloze stilte) 'Een z-z-z-zonsondergang in een s-s-s-sneeuwlandschap.
Gerard Reve (De taal der liefde)
Ik denk dat ieder mens twee levens leidt, een vanbinnen en een vanbuiten. Subject en object. Het leven vanbinnen is het ware, het echte. Ik denk dat de mensen mooi worden als hun binnenleven doorschijnt naar buiten, als ze niet nadenken wat voor indruk ze maken, als ze vergeten toneel te spelen. Dat denk ik. Er zijn ook mensen bij wie het precies andersom is, die alleen maar buitenkant zijn, die alleen een leeg omhulsel zijn, die voortdurend moeten weten wat voor indruk ze maken, die leven om gezien te worden. Mensen die een houding aannemen. Triest. Dat soort mensen zijn net pingpongballetjes, een harde buitenkant en leeg van binnen. Niets te vinden. Totaal oninteressant.
Per Nilsson
Ik ben niet treurig. Ik heb alleen groot medelijden met de andere mensen die zo ver bij mij vandaan zijn en al had ik een radiozender tot mijn beschikking, het zou geen nut hebben hun te zeggen wat ik denk. Ik kan hen niet begrijpen en zij mij evenmin. De gekste sprookjes zijn niet uit hun hersens weg te branden, varianten op domme grootheidswanen, uitgebroed toen hun voorouders nog in holen woonden en niet beter wisten of de hele kosmos was niet groter dan hun hol. En als ze er niet aan geloven, dan hopen ze toch wel spirituele openbaringen te kunnen putten uit materiële nonsens. Want, zeggen ze, wij kunnen zo alleen niet verder leven, wij hebben behoefte aan troost. (Leef ik soms niet verder? Wie troost mij?) Daarvoor laten ze de pausen in paleizen wonen en de Aga Khan diamanten eten. Aan de miljoenen die uit naam van hun troostende leugens mishandeld worden, aan de absurde wetten die er zelfs in de beschaafdste landen op zijn gebaseerd, denken zij nooit, want zij willen in slaap gesust worden met sprookjes en hoe meer bloed ervoor vergoten wordt, hoe beter zij erin kunnen geloven. Want bloed is het enige waarover ze beschikken en het enige onomstotelijke existentiële feit is hun onverzadelijke bloeddorst.
Willem Frederik Hermans (Nooit meer slapen)
Vannacht heb ik een zoen begraven. Hij lag dertien maanden tussen ons in en jij had al een paar keer gevraagd: wat ligt daar nou toch steeds. Toen je eindelijk sliep, drukte ik de zoen met mijn lippen in een doosje vol watten en liep naar de tuin. Daar groef ik een graf van twee monden diep onder de beuk. De duizend zoenen die volgend jaar rood en zoet uit de takken komen waaien, zijn allemaal voor jou.
Ingmar Heytze
Zal je? Zonder dat ze uitgesproken wordt, is deze vraag er altijd Omdat we weten dat het leven ongenadig is, van nature gierig. Zo makkelijk is het te vernielen. Het is zo verleidelijk Iets dood te laten bloeden, alleen maar omdat het er is; Meer hebben we blijkbaar niet nodig, dat onderscheidt Ons van de dieren. Maar soms, 's zomers liggen we te wijzen Naar de sterren, naar iets wat even onbegrijpelijk is als tijd, Als de onmogelijkheid zelf van de sterren, of als het simpele feit Dat jij en ik op die bepaalde dag toevallig dezelfde richting uitkeken. Dat niemand onze hoofden leidden, zoals niemand onze armen nu omhoog- Duwt. Maar het is niet naar de sterren dat we wijzen, het is niet de val Die we voelen, hoewel van angst verstrengelen onder de denken. Ondanks het besef dat we voorlopig worden gedoogd Door de dingen zelf, antwoordt jouw lichaam al voor mij. Ja, ik zal.
Peter Verhelst (Nieuwe sterrenbeelden)
In't Frans bestaat zo'n uitdrukking: l'esprit d'escalier. De geest van de trap. Volgens mij hebben wij daar niet eens echt 'n goed woord voor. 'T betekent... Nou ja, alles wat je had kunnen zeggen, maar pas bedenkt als je alweer weg bent. Al die bijdehante dingen die je toen eigenlijk had willen zeggen.
Neil Gaiman (Death: The High Cost of Living)
Zoeken naar het ware wil niet zeggen zoeken naar het wenselijke. Als men zich, om de angstige vraag:'Wat zou dan het leven zijn?' te ontgaan, net als een ezel met de rozen van de illusie moet voeden, dan zal de absurde geest, in plaats van in de leugen te berusten, er de voorkeur aan geven, zonder te sidderen.
Albert Camus (The Myth of Sisyphus)
Niet hoe je was, hoe je op je ellebogen achterover leunend, zo bleek was je, hoe we keken - niet vergeten, niet het zich zuchtend openvouwen - nooit vergeten, niet hoe het had kunnen zijn, hoe we hadden willen zijn. Wat van ons verloren is gegaan. Wie van ons verloren ging. Laten we elkaar zo herinneren voor de herinneringen dingen met ons doen: een dunne lijn rood, gloeiend in de avondlucht, hoe we, op onze ellebogen achterover leunend, naar elkaar keken, een fonkeling in het wachten, een nauwelijks hoorbare zucht. Wit oplossend als suiker in het vallende duister. De echo van je zucht. De echo van de echo van je zucht.
Peter Verhelst (Wij totale vlam)
Ge weet toch wat mensen als ze gaan sterven het meest betreuren? De dingen die ze onuitgesproken hebben gelaten, de keuzes die ze niet hebben gemaakt, de mooie kansen die ze zichzelf hebben ontzegd, de foute constructies die ze in stand hebben gehouden, meestal omdat ze bang waren en dat niet eens durfden te onderkennen.
Griet Op de Beeck (Gezien de feiten)
Het valt niet te ontkennen dat wij in elke afzonderlijke tak van het menselijk kunnen zo veel vooruitgang boeken dat wij terecht het gevoel hebben het niet bij te kunnen houden; zou het niet mogelijk zijn dat daaruit ook het gevoel ontstaat dat wij geen vooruitgang beleven? Uiteindelijk is vooruitgang niets anders dan het resultaat van alle gezamenlijke inspanningen, en eigenlijk kun je dus al van tevoren zeggend at de werkelijke vooruitgang altijd juist dat zal zijn wat niemand wilde.
Robert Musil (Der Mann ohne Eigenschaften: Erstes Buch (German Edition))
We weten altijd meer dan we onder ogen durven zien, dat werd nog maar eens bewezen. En er bestaat niet zoiets als vergeten. Dat waarnaar niet wordt gekeken, verschuilt zich in de schemerzone waar keuzes worden aangestuurd en verdriet zich niet weg laat wuiven.
Griet Op de Beeck (Het beste wat we hebben)
Het zal nog jaren duren voordat ik oor krijg voor die wijsheid van het lichaam, dat me met een hardnekkige trouw laat weten dat het er is en dat me herhaaldelijk iets probeert te vertellen waar ik wat aan zou kunnen hebben, als ik het maar versta. Maar ik verstond het niet, nog niet. Het kostte me moeite mezelf te koppelen aan mijn eigen vlees en bloed. Voor de boodschappen van mijn huid, hart en hersenen, van mijn lever, darmen, nieren en van die jammerende, zeurende organen in mijn vrouwenbekken, was ik stokdoof.
Connie Palmen (De vriendschap)
De maan heeft onze wereld langer dan wie ook gadegeslagen en van heel dichtbij. Alles wat er ooit op deze aarde is gebeurd, alle handelingen die er zijn verricht heeft de maan waarschijnlijk gezien. Maar hij houdt er zijn mond over dicht. Koud en correct als altijd draagt hij dat zware verleden met zich mee. Op de maan is geen lucht en ook geen wind. Een vacuüm leent zich er uitstekend toe herinneringen onbeschadigd te bewaren. Niemand is in staat om het hart van de maan te verzachten. Aomame pakte haar glas en dronk de maan toe.
Haruki Murakami (1Q84 Book 1 (1Q84, #1))
Als je niet meteen kan uitleggen waarom iets je zo heeft geraakt, is dat altijd van betekenis, (...).
Griet Op de Beeck (Het beste wat we hebben)
En zo zaten ze daar. Broos, als zichzelf. En het mocht.
Griet Op de Beeck (Het beste wat we hebben)
Wat je gewend bent, ook al is het iets wat je uitholt, wegwist, bang maakt, voelt evengoed vreemd als het verdwijnt.
Griet Op de Beeck (Het beste wat we hebben)
Vang je me op als ik val?' 'Nee, maar ik zwaai wel naar je als je langs me zoeft.' 'Wat een heer ben je toch.
Catherine Doyle (Twin Crowns (Twin Crowns, #1))
Als ik de liefde niet heb begrepen, wat heb ik er dan aan om de rest te begrijpen?
Michel Houellebecq (Platform)
Wat als tijd niet vervliegt maar warm en levend met je mee reist?
JelleTas
Wat mij ook vaak opvalt, is de agressiviteit waarmee mensen hun zekerheden beschermen. Als ze 't zo zeker weten, wat kan ze dan schelen dat ik er anders over denk?
Nicolien Mizee (De porseleinkast (Faxen aan Ger #2))
Angst is al het wit wat in de regel niet verdwijnt.
Tobi Lakmaker
Verlegenheid is als je je afkeert van iets wat je wilt. Schaamte is als je je afkeert van iets wat je niet wilt.
Jonathan Safran Foer (Extremely Loud & Incredibly Close)
Verbrijzelen; Verpulveren; Smelten. Pletten, trekken, walsen. Wat doet de geschiedenis al niet met een mensenleven?
David Van Reybrouck (Zink)
De gedachte dat ik hard moest zijn, maakte me alleen maar triest. Wat waren we tenslotte. Je mocht de hemel danken als je bescherming bij elkaar vond. (p. 126)
J.J. Voskuil (Binnen de huid)
Ze zeggen dat alles wat je je verbeeldt Zichtbaar wordt Of eigenlijk er al is Alles
Ron van Es
Wilders gooide met zijn uitspraak over ‘minder Marokkanen’ een grote steen in een stille vijver. Want waar gaat het om. De Marokkanen moeten kiezen: Of ze zijn Nederlander, en dan weten ze ook dat iedereen in Nederland mag zeggen wat hij wil zeggen. Geert Wilders dus niet minder. Of ze zijn hier gewoon als gasten. Dan moet voor hen een andere regeling gelden.
Ali Lahrouchi (De ontworsteling)
Mijn moeder wil met je praten. Volgens haar is wat je gedaan hebt een schreeuw om hulp.' - Daneca. 'Inderdaad,' zeg ik. 'Daarom riep ik ook "Hellup!" Al te subtiel hoeft van mij niet.
Holly Black (White Cat (Curse Workers, #1))
Is Oeroeg minder dan wij' stootte ik uit. 'Is hij anders?' 'Ben je belazerd,' zei Gerard kalm, zonder de pijp uit zijn mond te nemen. 'Wie zegt dat?' Ik bracht, niet zonder moeite, mijn gewaarwoordingen van die middag onder woorden. 'Een panter is anders dan een aap,' zei Gerard, na een pauze, 'maar is een van de twee minder dan de ander? Dan vind je een idiote vraag, en je hebt gelijk. Blijf dat nou net zo idioot vinden, als het mensen betreft. Anders zijn - dat is gewoon. Iedereen is anders dan een ander. Ik ben ook anders dan jij. Maar minder of meer zijn door de kleur van je gezicht of door wat je vader is- dat is nonsens. Oeroeg is immers je vriend? Als hij zo is dat hij je vriend kan zijn- hoe kan hij dan ooit minder zijn dan jij, of een ander?
Hella S. Haasse (Oeroeg)
Als je een goed boek leest, ontsnap je niet aan het leven, je stort je er juist dieper in. Er kan sprake zijn van een oppervlakkige ontsnapping – in verschillende landen, mores, spraakpatronen – maar wat je in wezen doet is je begrip versterken van de subtiliteiten, paradoxen, vreugde, pijn en waarheden van het leven. Leven en lezen zijn geen onderscheiden maar symbiotische waarden.
Julian Barnes (Through the Window: Seventeen Essays (and One Short Story))
De rede is van ons bewustzijn maar de buitenkant. Daaronder zit het gevoel. Vanbinnen, waar niemand ons kan zien, durven wij er feilloos op te vertrouwen. Daar weten wij alles zonder woorden. Als wij nooit naar buiten hoefden te treden zouden we geen moment aan onze intuïtie twijfelen. Maar we gaan uit en willen de anderen ook ons innerlijk keurig presenteren. Dus kammen we onze gedachten uit en trekken ze recht. Herinner jij je dan niet dat je als kind instinctief aanvoelde hoe mensen in elkaar zaten, bij wie je het goede kon vinden en wie voor jou gevaarlijk was, wat je moest doen om gevoed te worden, te overleven en liefde te vinden? Ik geloof dat veel van de kennis waarnaar wij op zoek zijn, een antwoord op alle belangrijke vragen, al vanaf onze geboorte in ons aanwezig is en dat wij alleen maar zijn vergeten hoe we die moeten aanboren. Sterker, van het meeste zijn we vergeten dat het bestaat (…). Al die intuïtieve kennis, die op zijn sterkst is bij onze geboorte, wanneer wij haar het hardst nodig hebben omdat ons nog geen andere middelen ter beschikking staan om te overleven, en die minder wordt naarmate wij leren te denken in plaats van te voelen, dat instinctieve weten is niet vergaan. Het ligt alleen bedolven onder de lawine aan argumenten en redeneringen die wij tegenwoordig nodig hebben om onze wereld voor onszelf begrijpelijk te maken. Af en toe, een enkele keer in een droom, in een moment van verstrooiing vinden we er misschien ineens iets van terug. Inspiratie zal een kunstenaar het noemen, voor iemand die gelooft is het een openbaring. Maar voor ons, die rationeel proberen te denken? Misschien zouden wij het een inval noemen, een moment van verlichting waarin je ineens de oplossing ziet van een vraagstuk dat je nog niet eens had geformuleerd.
Arthur Japin (In Lucia's Eyes)
Op een uniek moment in de geschiedenis en op een unieke plek op aarde lees jij deze zin. Misschien dat je deze woorden later nog eens zult zien en de kans is aanwezig dat dit op dezelfde plek zal gebeuren als waar je je nu bevindt (in je bed, je leeskamer, je vaste treincoupé, je lekkere stoel), maar het is een natuurkundige onmogelijkheid dat je mijn voorgaande zin op hetzelfde moment zult herlezen. Wat er thans gebeurt tussen ons, tussen deze zin en jouw aandacht, dit, hier, nu, is uniek, eenmalig en onherhaalbaar. Dit is iets tussen ons, vriend, en het was voorbij eer we er erg in hadden.
Ronald Giphart (IJsland)
Maar waar ik nog veel meer op afknap zijn al die mensen zonder verbeelding - wat T.S.Eliot "holle mensen" noemt. Mensen die de holte waar hun fantasie zou moeten zitten opvullen en afdekken met stro en daar doodgemoedereerd mee rondlopen zonder dat ze het zelf in de gaten hebben. Mensen die het lef hebben om hun afgestompte gevoelens in dorre woorden om te zetten en die aan anderen op te dringen.
Haruki Murakami (Kafka on the Shore)
Mijn vrienden zeggen altijd dat het wel zal komen. Dat ik de beste man ga vinden van hen allemaal. Omdat ik dat verdien. Wat zou het prachtig zijn als mensen ook echt krijgen wat ze verdienen, denk ik.
Griet Op de Beeck (Vele hemels boven de zevende)
Natuurlijk heb ik er in de loop van de jaren vaak over nagedacht: wat het betekende te leven, te ademen, te bewegen. Over het bewustzijn dat in me geplant was, en wel uitgerekend in mij. Over het wonder van de bezieling. Maar ook voor de onverbeterlijke bespiegelaar geldt dat hij het leven doorgaans als iets vertrouwds en vanzelfsprekends beschouwt. Je kunt niet over elke ademtocht nadenken, want dan stik je.
A.F.Th. van der Heijden
Weet je wat het is - de natuur is heel precies, het doet precies zoveel pijn als het waard is, dus beleef je in zekere zin, denk ik, genoegen aan de pijn. Als het er niet toe deed, zou het er niet toe doen.
Julian Barnes (The Sense of an Ending)
Misschien is intensiteit belangrijker dan geluk, loop ik dezer dagen te denken. (...) Ik denk dat ik altijd te veel schrik heb gehad van vervelende emoties. Als ge u daar almaar tegen loopt te beschermen, dan mist ge ook alle goeie, mooie dingen, alle echte dingen. Eigenlijk is dat emotionele oppervlakkigheid.
Griet Op de Beeck (Het beste wat we hebben)
Het spreekwoord luidt: een Vlaming wordt geboren met een baksteen in de maag. Ik voeg daar altijd aan toe: en met een gazon in zijn hoofd. De millimetrering van de geest is schrikbarend. Alles wat boven het niveau van de doorsnee haag dreigt uit te steken, dat moet genivelleerd worden. In Vlaanderen is het een compliment als men van je zegt dat je een makkelijke jongen bent. Of een propere jongen. Dat betekent dan waarschijnlijk dat je niet op het tapijt plast en de wilskracht hebt van een dweil. Je mag vooral de scherpe kantjes van je persoonlijkheid niet laten zien, dan ben je meteen een moeilijke jongen of een arrogante klootzak. Het is allemaal heel parochiaal. Soms wordt het gedoogd. Als schrijvers wel zeggen waar het op staat, wordt direct gezegd: ‘Ah ja, da’s een kunstenaar.’ En daarmee is het meteen geneutraliseerd.
Erwin Mortier
Wat weten Amerikanen eigenlijk van moraal? Ze willen niet dat hun president een penis heeft, maar het doet hen niets als hun president stiekem hulp voor Nicaraguaanse rebellen organiseert nadat het Congres dat heeft verboden; ze willen niet dat hun president zijn vrouw bedriegt, maar het kan hen niets schelen als hun president het Congres bedondert - als hij liegt tegen het volk en de grondwet van het volk schendt.
John Irving (A Prayer for Owen Meany)
Ik wil branden in het vuur van mijn gevoelens. Ik wil alles, want alleen als ik alles heb weet ik dat ik iets ben. Ik wil meegevoerd worden om de zinloosheid van mijn bestaan te vergeten en ik wil de ander vervoering, onderdompeling en overgave geven en laten ondergaan om duidelijk te maken dat er niets is buiten mij, dat ik de kern van haar bestaan ben, dat het nergens beter is en dat ik alles verdien wat zij kan geven.
Marcel Möring (Eden)
Wat als we inderdaad alle personen nog zijn die we ooit waren? De baby en de peuter, de kleuter en het schoolgaande kind. De puber en de jongvolwassene, wat als we dat óók allemaal nog zijn? Alles wat we toen deden, dachten, meemaakten? Dan betekent dat dat de tijd niet iets is wat buiten ons om gaat. Dat de tijd niet voorbijglijdt, niet door onze vingers glipt, maar dat wíj de tijd zijn. Hij zit in ons opgeslagen, we belichamen hem.
Nowelle Barnhoorn (Schemerdieren)
Er zit een geheim in alles wat je ziet en zelfs als je dat geheim oplost blijft er het geheim van je vermogen om het te zien en op te lossen. Denk ook vooral niet dat ik met open mond van verbazing door de wetenschap gezworven heb, slechts gedreven door nieuwsgierigheid. Noodzaak, mislukking, geld of gemakzucht hebben me vaak een andere kant op geleid maar altijd weer naar de ontdekking van de natuurlijke schoonheid in elk mens en elk levend wezen. Je kunt zowel schoonheid horen in het gepiep van ratten als in het gepiep van autobanden, net zo goed als je schoonheid kunt zien in de vorm van onbegrijpelijke wolken en bergen en meren en in de geest van kinderen.
Leo Vroman (Warm, rood, nat en lief)
De vraag was hoe je iemands wens om met rust gelaten te worden negeerde, zelfs als je daarmee de vriendschap in gevaar bracht. Het was een geniepige paradox: hoe kun je iemand helpen die niet geholpen wil worden, terwijl je beseft dat je geen echte vriend bent als je níet probeert te helpen? Praat tegen me, zou hij af en toe wel tegen Jude willen schreeuwen. Vertel me iets. Vertel me wat ik moet doen om je zover te krijgen dat je tegen me gaat praten.
Hanya Yanagihara (A Little Life)
De tweeling is zestien,’ zei Esmée. ‘Die vinden dit heel naar. Toch denk ik niet dat ze hem missen. Hij was er toch bijna nooit. En als hij er was, dan had hij alleen maar kritiek. Hij wil natuurlijk dat ze vwo doen, maar dat zit er echt niet in. Dat kan hij niet accepteren. Als hij nu iets over hun schoolprestaties zegt, dan roepen ze: “Wat zeur je nou, pap! Jij gaat vreemd, terwijl wij alleen maar op de havo zitten. Ga lekker gauw terug naar je vriendin!
Martje van der Brug (Havo is geen optie)
Alles bestaat maar en gaat maar door, op iedere zomer volgt een nieuwe zomer, op iedere nacht een dag en weer een nacht, bloemen zijn nauwelijks uitgebloeid en uit de zaden groeien alweer nieuwe, ieder mens krijgt een kind en dat krijgt weer een kind en dat op zijn beurt ook weer een kind, het maakt niet uit wat jou overkomt, want er is in jouw plaats altijd een ander, even goedgelovig en vermeend bijzonder en vervangbaar als jij, en die hele aardse tredmolen draait zo maar door, tot in de eeuwigheid der eeuwigheden. Het laat hem niet meer los, dat gevoel van verdovende herhaling tot in het oneindige. Hij valt in slaap, het is er ’s ochtends nog steeds en de dagen en de nachten daarna. Er is niets om voor wakker te worden, om voor op te staan. Het is alsof hij uitgeput tegen een muur wil leunen, en telkens als hij een stap in zijn richting doet, wijkt de muur terug. Eindelijk begrijpt hij waarom Eliza May bij haar volle verstand voor de naam Emery en de vloek koos. Het was geen keuze voor de dood, het was een keuze juist voor het leven, hartstochtelijk en kort. Alles verliest zijn waarde als het er altijd is, alsof je langzaamaan blind wordt.
Anjet Daanje (Het lied van ooievaar en dromedaris)
Als het niets meer kan schelen wat anderen denken, verliezen we ons vermogen tot verbinding. Maar als we onszelf laten bepalen door wat anderen denken, verliezen we de moed om ons kwetsbaar op te stellen. De oplossing is om heel duidelijk voor ogen te krijgen wiens mening voor jou echt telt. Het moeten de mensen zijn die niet van je houden óndanks je onvolmaaktheden en kwetsbaarheden, maar óm je onvolmaaktheden en kwetsbaarheden. Als je op je gezicht ligt in de arena, zijn dat de mensen die je overeind zullen helpen en zullen bevestigen dat de val echt klote was, en je er vervolgens aan herinneren dat je dapper bent geweest en dat zij er ook de volgende keer zullen zijn om het zand van je af te kloppen. Neem ook mensen op die dapper genoeg zijn om te zeggen: ‘Daar ben ik het niet mee eens,’ of: ‘Ik denk dat je ernaast zit,’ en die je vragen zullen stellen als ze je dingen zien doen die indruisen tegen je waarden en normen.
Brené Brown (Rising Strong: The Reckoning. The Rumble. The Revolution)
Op de belangrijkste vragen geeft de mens uiteindelijk met zijn hele leven antwoord. Het maakt niet uit wat hij tussendoor zegt, welke woorden en argumenten hij aanvoert om zich te verdedigen. Aan het eind, als alles voorbij is, geeft hij met de feiten van zijn leven antwoord op de vragen die de wereld zo hardnekkig aan hem blijft stellen. Die vragen luiden: Wie ben jij? Wat wilde je echt? Waartoe was je werkelijk in staat? Waaraan was je trouw en ontrouw? Waarvoor of voor wie was je moedig genoeg of te laf? Dat zijn de vragen. En een mens geeft antwoord naar beste kunnen, eerlijk of leugenachtig; maar dat is niet zo belangrijk. Wat wel belangrijk is, is dat hij uiteindelijk met zijn hele leven antwoordt.
Erwin Mortier (Godenslaap)
Waar je wél iets aan kunt doen is het effect dat die dingen op je hebben. Jij bent als enige verantwoordelijk voor jezelf en je leven. En als je nu blijft doen wat je altijd hebt gedaan, krijg je ook alleen wat je altijd al gekregen hebt.
Benedict Wells (Vom Ende der Einsamkeit)
Wat gebeurt er met alle mannelijke kuikens van legkippen? Als de mens ze niet heeft aangepast voor de vleesproductie en de natuur ze overduidelijk niet heeft gemaakt om eieren te leggen, welke functie hebben ze dan? Ze hebben geen functie. Daarom worden alle haantjes - de helft van alle legkippen die ter wereld komen; meer dan 250 miljoen kuikens per jaar - vernietigd. De meeste haantjes worden vernietigd door ze via een buizenstelsel naar een elektrocuteerplaat te zuigen.
Jonathan Safran Foer (Eating Animals)
De rust waarvan ik in een bibliotheek zo geniet bestaat niet alleen uit stilte. Al dat papier dempt ieder geluid, maar ook het ruisen van mijn gedachten. Hun ongedurigheid vindt troost in de overmacht aan kennis langs de wanden. Die is zoveel groter dan ooit in mijn hoofd zal passen. Dat kalmeert me en herinnert mij eraan dat ik niet per se alles hoef te weten en begrijpen. Zoveel is al opgeschreven en ik heb het allemaal binnen handbereik. Daar hoef ik mij dus niet meer mee bezig te houden. Zelfs al zal ik nooit meer dan een fractie van al die feiten tot mij kunnen nemen, ze zijn er, het staat er, de wereld is gerubriceerd, en als ik er eens nodig iets uit moet begrijpen kan ik het opslaan. Als de werkelijkheid zo onder controle en verifieerbaar is, kan ik haar makkelijker loslaten. Misschien is dit wel het nut van al die schrijvers, dat zij vastleggen wat buiten mij is zodat ik mij, zolang ik me met hen omring, kan wijden aan wat in mij leeft.
Arthur Japin (Een schitterend gebrek)
Je zult nu nog niet begrijpen wat ik bedoel, maar op een dag wel: de enige truc voor vriendschap is volgens mij dat je mensen uitzoekt die beter zijn dan jij – niet slimmer of populairder, maar aardiger, guller en vergevingsgezinder – en dat je die waardeert om wat je van ze kunt leren, dat je je best doet naar ze te luisteren als ze je iets over jezelf vertellen, hoe slecht – of goed – het ook is, en dat je ze vertrouwt, wat het allermoeilijkste is. Maar ook het allermooiste.
Hanya Yanagihara (A Little Life)
Het zou allemaal veel makkelijker zijn als ik een doel had, wat denk jij? Een vraagje: heb jij wél een doel in je leven?' Albrecht dacht na. Had hij in deze verwarrende tijd al zijn eigen plaats gevonden, had hij, jong en gezond als hij was, een helder doel voor ogen? Nee, hij liep maar wat rond en dacht hoogstens aan de volgende dag, hoe hij geld kon verdienen en kon leven en niemand tot last was, meer niet, iets groots zag hij niet gebeuren. Hij stond hoogstens af en toe stil in zijn gejaagde leventje om even op adem te komen, dan maakte hij zich los uit zijn dagelijkse routine en was hij een paar dagen tot niets meer in staat en lag hij als een dode op bed, ongestoord. Dat duurde maar kort en dan was hij weer de oude.
Hans Keilson (Life Goes On)
Ze wil weten of ik van haar hou, dat is eigenlijk het enige wat de ene mens van de ander wil, het gaat niet om de liefde op zich, maar om het idee dat de liefde er is, zoiets als nieuwe batterijen in een zaklantaarn in de noodkist in de gangkast,
Jonathan Safran Foer (Extremely Loud & Incredibly Close)
Dit Oostenrijks-Hongaarse staatsgevoel was een zo zonderling geconstrueerd iets dat het welhaast vergeefs moet lijken om het iemand uit te leggen die het niet zelf heeft meegemaakt. Het bestond bijvoorbeeld niet uit een Oostenrijks en een Hongaars deel, die elkaar, zoals men zou kunnen denken, aanvulden, maar het bestond uit een geheel en een deel, namelijk uit het Hongaars en het Oostenrijks-Hongaars staatsgevoel, en dit tweede was thuis in Oostenrijk, waardoor het Oostenrijkse staatsgevoel eigenlijk vaderlandsloos was. De Oostenrijker wam alleen in Hongarije voor, en daar als aversie; thuis noemde hij zich onderdaan van de in de Rijksraad vertegenwoordigde koninkrijken en landen der Oostenrijks-Hongaarse monarchie, wat neerkomt op een Oostenrijker plus een Hongaar minus deze Hongaar, en dat deed hij beslist niet uit enthousiasme, maar omwille van een idee dat hem tegenstond, want hij kon de Hongaren even weinig luchten als de Hongaren hem, waardoor het verband nog ingewikkelder werd.
Robert Musil (Der Mann ohne Eigenschaften: Erstes Buch (German Edition))
Met dat geleuter in mijn hoofd kan ik urenlang doorgaan, het is zo ongeveer de prettigste bezigheid die ik ken. Alles in het leven zoekt een vorm om zich tot uitdrukking te brengen, meen ik, en ik ben bijna twintig en ik kan mij geen mooier leven voorstellen dan het ontcijferen van al die vormen van uitdrukkingen, met als doel ze allemaal terug te voeren tot de lichtste en zwaarste van alle dingen: de woorden. Dat is het geluk en de bevrijding, het verwoorden van alles wat daar niet eens om vraagt.
Connie Palmen (De vriendschap)
Ach heer, twee-, drieduizend jaar geleden bestond er helemaal geen scheikunde en toch vonden de mensen de dingen die ze toen deden ook al vreselijk belangrijk. En nooit stond er iemand op, die zei: Alles goed en wel, maar ik wou maar dat ik wist hoe ik N-Ethyl-8-hydroxytetrahydrochloropheenhydrochloride moest samenstellen. Dat kon helemaal niet worden gezegd. Zelfs met je mond kon je toen niet... niet over de materie praten... ik weet niet hoe ik het anders moet zeggen... maar ze wisten feitelijk nog helemaal niet wat materia was en eigenlijk was alles wat erover werd gezegd, onzin. En toch leefden ze. Toch maakten ze geschiedenis. Een ze gaven elkaar lauwerkransen. En ze bezongen elkaar in heldendichten." "Maar ze deden een hoop domme dingen." "Wij niet dan?
Willem Frederik Hermans (Onder professoren)
Wat had hij steeds te kijken? Waarnaar? Er is niks na de dood. Je gaat dood, klaar, je wordt begraven. Als je leeft, ook al ben je niet gelukkig, kun je door de frisse lucht lopen, in je tuintje. Als de geest verdwijnt, ben je weg, dan word je aarde. Geest is geest en de rest is aarde. Aarde, meer niet. De een sterft in de wieg, de ander haalt grijze haren. Gelukkige mensen willen niet dood. Niet als ze iemand hebben die van hen houdt. Dan willen ze er nog een jaartje bij. Maar waar zijn er gelukkige mensen?
Svetlana Alexievich (Second-Hand Time)
Kunst kent geen compromissen. Kunst moet. En als je niet moet, als je twijfelt, bijvoorbeeld omdat er weinig respons is: onmiddelijk stoppen met die flauwekul. Je moet, als het goed is, van jezelf. Van niemand anders. Je kunt met kunst niet schipperen. Het is alles of niets. Leuk is anders, maar je wou toch zo graag? Je moet net zo lang doorgaan tot ze om je producten komen smeken. En als dat niet het geval is, nou, dan maar niet. Jij moest zo nodig, je hebt in je leven gedaan wat je wou, wat wil je nog meer.
Armando (Berlijn)
Den uitvreter, dien je in je bed vond liggen met zijn vuile schoenen, als je 's avonds laat thuis kwam. Den uitvreter, die je sigaren oprookte, en van je tabak stopte en je steenkolen verstookte en je kasten nakeek en geld van je leende en je schoenen opdroeg en een jas van je aantrok als-i in den regen naar huis moest. Den uitvreter, die altijd wat liet halen op den naam van een ander; die als een vorst jenever zat te drinken op 't terras 'Hollandais' voor de centen van de lui; die parapluies leende en nooit terugbracht; die een barst stookte in de tweedehandsch kachel van Bavink; die dubbele boorden droeg van zijn broer en de boeken uitleende van Appi, en buitenlansche reizen maakte als-i z'n ouwe heer weer had afgezet, en pakken droeg, die hij nooit betaalde.
Nescio (De Uitvreter, Titaantjes, Dichtertje, Mene Tekel)
Hij gaf me een college over individu, vrijheid en waardigheid, over de mens als subject en over het gegeven dat je hem niet tot object mag maken. ‘Herinner je je niet meer hoe verontwaardigd je als jongetje kon zijn wanneer mama beter wist dan jij wat goed voor je was? Hoever je daarbij met kinderen kunt gaan is al een werkelijk probleem. Het is een filosofisch probleem, maar de filosofie houdt zich niet met kinderen bezig. Dat heeft ze overgelaten aan de pedagogiek, waar het voor kinderen niet goed toeven is.
Bernhard Schlink (Der Vorleser)
Nooit weet ik wat ik aan je heb. Als je iets zegt, weet ik nooit of je dat nu meent of niet. Als je lacht, weet ik nooit of je echt lacht, of maar doet alsof. Je pest zo graag, maar je kan er niet tegen al je zelf gepest wordt. Je kan mensen zo (onredelijk) afkraken, terwijl je later doet alsof je ze mag. Soms lijkt het alsof je heel veel van me houdt, dan weer denk ik dat je ee hekel aan me hebt. Ikk vind dit intrigerend, maar tegelijkertijd verwarrend. Toch hou ik van je. Heel veel. Misschien wel daarom. Reza
Ronald Giphart (Ik ook van jou)
Hij herinnerde zich dat hij lang geleden ook eens op een morgen zoals nu hier had rondgehangen, de vissen bewonderd had en medelijden met ze gevoeld, hij was toen erg somber geweest; sindsdien was er veel tijd voorbijgegaan, en een massa water door de rivier gestroomd. Hij had toen erg in de put gezeten, dat wist hij nog wel, maar waarom hij zo in de put gezeten had, dat wist hij niet meer. Zo zag je maar weer: ook droevige dingen gingen voorbij, ook pijn en wanhoop gingen voorbij, ze waren maar tijdelijk, net als plezierige dingen, zij verbleekten, verloren hun diepgang en waarde, en ten slotte kwam er een tijd, dat je er met de beste wil van de wereld niet meer achter komen kon wat het geweest was, dat je ooit zo'n pijn had gedaan. Ook pijn raakte uitgebloeid en verwelkt.
Hermann Hesse (Narcissus and Goldmund)
Privacy is te belangrijk om af te doen als iets wat alleen criminelen, terroristen of pedofielen nodig hebben. Privacy is van levensbelang, het is de smeerolie van een gezonde democratie en een voorwaarde voor een functionerende rechtsstaat. Maar ja, bewijs dat maar eens.
Maurits Martijn (Je hebt wél iets te verbergen (Dutch Edition))
Als je wat langer meegaat, dan ontdek je dat soort dingen.' Ik schopte een steentje weg. 'Bedoel je met "wat langer" "een heel lange tijd"?' Ze knikte. 'Hou oud ben je eigenlijk?' vroeg ik. 'Elf.' Ik dacht even na. Toen vroeg ik: 'Hoe lang ben je al elf?' Ze glimlachte naar me.
Neil Gaiman (The Ocean at the End of the Lane)
Het is al met al niet zo dat het slecht met mij gaat. Het is eerder dat ik een hele tijd zo moe werd van alles, dat je het gewoon niet meer aan kunt horen, het ongeneeslijke geouwehoer van al die types die je met zo'n veel te eerlijk gezicht staan te vertellen wat het beste voor je is.
Herman Koch (Red ons, Maria Montanelli)
Het is overduidelijk dat je meer weet en we gaan hier pas weg als je ons verteld hebt wat dat is!' Winston keek hem vragend aan. 'Ze zeiden dat we maar vijftien minuten kregen.' 'Dát...' begon Oscar met een opgestoken vinger. Maar hij zakte in en schraapte zijn keel. 'Dat was inderdaad waar.
Marissa Meyer
Wat ben ik blij dat ik je nog niet ken. Ik dank de sterren en de maan dat iedereen die komt en gaat de diepste sporen achterlaat, behalve jij, dat jij mijn deuren, dicht of open, steeds voorbijgelopen bent. Het is maar goed dat je me niet herkent. Kussen onder straatlantaarns en samen dwalen door de regen, wéér veliefd zijn, wéér verliezen, bijna sterven van verdriet - dat hoeft nu allemaal nog niet. Ik ben nog niet aan ons gehecht. Ik kijk bepaald niet naar je uit. Neem de tijd, als je dat wilt, Wacht een maand, een jaar, de eeuwigheid en één seconde meer - maar kom, voor ik mijn ogen sluit.
Ingmar Heytze
Dit is een kort boek, omdat de meeste boeken over schrijven bol staan van de onzin. Romanschrijvers, ikzelf niet uitgezonderd, begrijpen niet erg veel van wat ze doen - niet waarom het werkt als het goed is, niet waarom het niet werkt als het slecht is. Ik dacht: hoe korter het boek, hoe minder onzin.
Stephen King (On Writing: A Memoir of the Craft)
Het zijn wel gedachten, dacht hij. Maar geen gewone gedachten. Misschien is het wat ik denk als ik denk zonder te denken, dacht hij. Gedachten die je niet wilt denken. Die onverhoeds op je vallen als je onder een steile rots loopt. Gedachten waar je graag een omweg voor had willen maken om ze te ontlopen.
Toon Tellegen (Het vertrek van de mier)
Au!' zeg ik. 'Weet je eigenlijk wel wat een beul je bent?' Nu lacht ze van oor tot oor. Als het mogelijk was, zouden haar mondhoeken helemaal opkrullen. Ze leunt naar voren. 'O, dat weet ik heus wel. En ik weet ook dat jij het lekker vindt.' Sam gniffelt. Mij kan het niet schelen. Ik vind het inderdaad lekker.
Holly Black (White Cat (Curse Workers, #1))
Het verlangen, de pijn van het gemis, het drama, dat was wat ik herkende als echt en waar. De rust, de gelijkmatigheid van het dagelijks bestaan, het gewone, daar keek ik op neer. Voor mij niet de verdoving die leven heet, dat lauwwarme voortbestaan in de hoop dat je zonder al te veel problemen oud wordt en doodgaat.
Marcel Möring (Eden)
Het lijkt of er nooit kinderen waren die zonder mij met elkaar speelden, of ik nooit zonder vrienden en vriendinnen ben geweest of dat het, als het wel zo was, in wezen niet belangrijk is—kleine golven in oppervlaktewater—maar onder die golven is een bestendige, onverbiddelijke kalmte aanwezig die soms boven alles uitstijgt als de eerste geur van herfst in de lucht is, als de eerste merels op donkere avonden in de vroege lente roepen, als bij het ontwaken de eerste, nog ongerept gebleven sneeuw gevallen blijkt te zijn. Slechts dan een kort ogenblik de illusie te begrijpen wat leven is, een vluchtig begrip waarvoor woorden ontbreken.
Maarten 't Hart (Een vlucht regenwulpen)
Prinses, je moet echt eens ophouden met het verzamelen van rebellen. - Jacin ... 'Ik heb nog nooit een onbegaafde ontmoet. Wat een geweldig cadeau. Ik voel je aanwezigheid helemaal niet. Het is net alsof je er niet bent, ook al sta je vlak voor mijn neus.' Haar lach werd breder. 'Mijn stiefmoeder zou er knettergek van worden.
Marissa Meyer (Winter (The Lunar Chronicles, #4))
Het is raar met meisjes. Je kunt er niet omheen. Ze zijn zo leuk. En ze zijn overal. Ze doen altijd alsof hun neus bloedt. Ik hou van hun stemmen. En ik hou ervan als ze lachen en glimlachen. En als ze lopen. Ze zijn ook een beetje eng. Soms denk ik dat ze iets weten wat ik niet weet. Maar ze zijn leuk. En moeilijk te krijgen.
Erlend Loe (Naïve. Super)
Ik voel de drang tegen de grenzen van de taal storm te lopen, en dat is geloof ik de drang van alle mensen die ooit geprobeerd hebben over ethiek en religie te schrijven en te spreken. Dat stormlopen tegen de wanden van onze kooi is geheel en al zinloos. Voor zover de ethiek ontstaat vanuit de wens iets over de uiteindelijke zin van het leven te zeggen, over het absoluut goede, het absoluut waardevolle, kan ze geen wetenschap zijn. Door wat ze zegt wordt onze kennis in geen enkele zin vermeerderd. Maar het is getuigenis van een drang in het menselijke bewustzijn die ik persoonlijk alleen maar kan waarderen en die ik voor geen enkele prijs belachelijk zou maken.
Ludwig Wittgenstein (Vortrag über Ethik und andere kleine Schriften)
De moderne mens: volledig in zichzelf gekeerd eet hij zijn patatje, tegen anderen opbotsend, een trek van wezenloze domheid en kwaadaardigheid op z'n gezicht dat ontsierd wordt door een modieus snorretje. Na z'n patatje te hebben opgevreten werpt de moderne, zelfbewuste, geseculariseerde mens het plastic bakje over z'n schouder op straat. Als hij langs onze winkel komt denkt hij: 'Uhh?! Boekies.'  Dan smeert hij de mayonaise die nog aan z'n handen zit aan de buiten uitgestalde boeken, loopt de hal in en doet de deur half open om de verkoper toe te snauwen: 'Ken ik hier ook boekies inleveren!' En als de verkoper op z'n bekende vriendelijke manier uitlegt wat voor boeken hij wel zou willen kopen, kijkt de moderne mens hem niet-begrijpend en met openhangende, walmende muil aan: 'Literatuur! Wa bedoelu?' 'O, leesboekies. Nou daar heb ik nog wel wat van staan.' En enige seconden later verlaat de moderne mens de winkel om zijn zinloze, verontreinigende tocht door de straten, de stad en het leven voort te zetten.
Hans Engberts (Winkeldagboek)
Dat was de dag dat ik leerde hoe gevaarlijk kleur kan zijn. Dat een jongen met een klap van die tint verwijderd kon worden om voor zijn zonde te boeten. Zelfs als kleur niets anders is dan wat door het licht wordt onthuld, is dat 'niets' onderworpen aan wetten, en een jongen op een roze fiets moet bovenal de wet van de zwaartekracht leren.
Ocean Vuong
Want niet alleen God is voor de wereld verloren gegaan, maar ook de duivel. Zoals het kwaad op verwensbeelden wordt geschoven, zo wordt het goede geschoven op wensbeelden die men vereert omdat ze datgene doen wat men zelf ondoenlijk vindt. Men laat andere mensen zwoegen terwijl men vanaf een zitplaats toekijkt, dat is de sport; men laat mensen de eenzijdigste overdrijvingen te berde brengen, dat is het idealisme; men schudt het kwaad van zich af en degenen die ermee worden bespat, dat zijn de verwensbeelden. Zo krijgt alles op de wereld zijn plaats en zijn ordening, maar deze techniek van heiligenverering en zondebokkenmesterij door afschuiven is niet ongevaarlijk, want ze vervult de wereld met de spanningen van alle onuitgevochten innerlijke conflicten. Men slaat elkaar dood of verbroedert zich zonder ooit zeker te weten of men dat in volle ernst doet, omdat men immers een deel van zijn wezen buiten zichzelf heeft, en alle gebeurtenissen schijnen zich half vóór of achter de werkelijkheid te voltrekken, als een spiegelgevecht van de haat en de liefde. Het oude geloof in demonen, dat voor al het goede en het slechte waarmee men te maken kreeg de hemelse of helse geesten aansprakelijk stelde, werkte veel beter, accurater en netter, en men kan slechts hopen dat wij daar met de voortschrijdende ontwikkeling van de psychotechniek weer naar terug zullen keren.
Robert Musil (Der Mann ohne Eigenschaften: Erstes Buch (German Edition))
Dat was de dag dat ik leerde hoe gevaarlijk kleur kan zijn. Dat een jongen met een klap van die tint verwijderd kon worden om voor zijn zonde te boeten. Zelfs als kleur niets anders is dan wat door het licht wordt onthuld, is dat 'niets' onderworpen aan wetten, en een jongen op een roze fiets moet bovenal de wet van de zwaartekracht leren. (P134)
Ocean Vuong (On Earth We're Briefly Gorgeous)
De vraag, wat dat was tussen hen, zouden zij pas later bespreken - toen het er niet meer was, toen al die dagen in hun herinnering ineengevloeid waren tot een eeuwig-onvergetelijke dag. Ook de grieken, wist hij, die de grondslag hadden gelegd van de westerse cultuur, bezaten geen woord voor cultuur. De woorden kwamen pas als de zaak was verdwenen.
Harry Mulisch (The Discovery of Heaven)
Weet je wat misschien het vreselijkste is van alle gezegden? "De tijd heelt alle wonden". Maar het is waar. Er blijft altijd een litteken, dat misschien pijn doet als het weer omslaat; maar de wond is op een dag geheeld. Als jongen van een jaar of acht ben ik eens gestruikeld met zon gebogen, puntig nagelschaartje in mijn handen, dat drong diep in mijn knie en ik weet nog precies hoe ik gilde van de pijn. Net als iedereen heb ik dus een litteken op mijn knie, maar ik zou je nu niet kunnen zeggen, op welke. Jij hebt beslist ook littekens, waarvan je je de wonden niet meer kunt herinneren. Daar zit toch iets afschuwelijks in. Dat betekent toch, dat die wonden er achteraf evengoed niet geweest hadden kunnen zijn.
Harry Mulisch (The Discovery of Heaven)
Meestal luistert hij voor hij naar bed gaat nog even naar muziek, maar vandaag heeft hij daar geen zin in. Hij bladert in het in wasdoek ingebonden schrift, leest willekeurige notities uit het verleden. De dagen rijgen zich aaneen, de tijd vliedt, week na week, op zondagen is de datum in rood gemarkeerd. Hij is ijverig geweest, bijna dagelijks staat genoteerd dat hij een paar regels heeft geschreven. Helaas ook vaak, veel te vaak, dat het werk hem zwaar valt, dat hij geen zin heeft, dat hij maar moeilijk opschiet. Na het korte bericht over het werk elke morgen volgen de gebeurtenissen van de dag. Bezoekers, uitstapjes, maaltijden met Katja en de kinderen, wandelingen, theaterbezoek, lectuur en correspondentie. Zijn stemmingen, zijn lijden. Zijn lichaam reageert gespannen op de verplichtingen van het leven, met pijnen en verteringsproblemen. Het leven is nu eenmaal vaak moeilijk te verteren. Waarom schrijft hij dat allemaal op? Voor het nageslacht? Onwaarschijnlijk, de notities hebben geen enkele literaire waarde. Niemand heeft de schriften ooit gelezen, ook Katja en de kinderen niet. De dagboeken uit zijn jeugd heeft hij jaren geleden al verbrand, en ook wat zich sindsdien heeft opgehoopt zal hij op een dag in het vuur gooien. Niettemin zit hij avond aan avond aan zijn bureau om de vervliegende dag vast te houden. Rekenschap afleggen tegenover zichzelf, dat is het waarschijnljk, verplichte zelfobservatie. En een steun in moeilijke tijden, ook dat.
Britta Böhler
Ik zei vlug: 'Ze eten niet, drinken niet, ze pikken je kleren niet en ze kunnen niet op vakantie gaan, niet slapen, geen scheten laten of dubbel spel spelen of brutale antwoorden geven of je in de steek laten als je ze nodig hebt. En ze willen niet betaald worden en ze hebben geen lange tenen en ze hoeven niet geschilderd te worden en ze lijden niet aan de Kwelders en ze hebben geen menopauze en ze moorden en martelen niet en ze vechten geen oorlogen uit...' 'Ze kunnen ze wel veroorzaken,' wist Tess er nog gauw tussen te krijgen. '... en ze doen niets anders dan er fraai uitzien, terwijl ze staan te wachten tot je met ze doet wat je maar wilt, zoals ze bijvoorbeeld lézen. Goed... is dt genoeg voor vandaag, kunnen we nu doorgaan?
Aidan Chambers (The Toll Bridge)
En toen met eenige variatie herhaalde i zijn oude rêverie over 't water. Van 't water dat maar altijd naar 't westen stroomde, dat iederen avond naar de zon stroomde. In Nijmegen liep een ouwe dokter rond, die drie-en-vijftig jaar lang 's morgens op 't zelfde uur dezelfde wandeling had gemaakt. Over 't Valkhof en aan de Noordzijde naar beneden en de Waalkade af tot aan de brug. Dat is meer dan 19300 maal. En altijd stroomde 't water naar het westen. En dat beteekende nog niets. Het heeft zeker honderd maal drie en vijftig jaar naar dien kant gestroomd. En langer. Nu ligt de brug er over. Nog maar kort, nog maar wat jaren. En toch heel lang. Ieder jaar is 356 dagen, tien jaar is 3650 zonnen. Iedere dag is 24 uur, en ieder uur gaat er meer door de hoofden van al die tobbende menschen dan je in duizende boeken zou kunnen opschrijven. Duizende tobbers die de brug gezien hebben, zijn nu dood. En toch ligt i er nog maar kort. Veel, veel langer stroomde het water daar. En er was een tijd toen dat water er niet stroomde. Die tijd is nog veel langer geweest. Dood zijn die tobbers gegaan bij honderde en honderde millioenen. Wie kent ze nog? En hoeveel zullen er sterven na dezen? Ze tobben maar, tot God ze wegraapt. En je zou denken: God zou ze een lol doen als i ze plotseling te grazen nam. Maar God weet beter dan jij of ik. Tobben willen ze, blijven voorttobben. En onderwijl gaat de zon op en onder, de rivier daar stroomt naar 't Westen en blijft stroomen tot daar ook een eind aan komt.
Nescio (De Uitvreter)
Ja, het is mogelijk dat we niet volwassen worden, dat we, zelfs als we ouder worden, de kleine kinderen blijven die we altijd waren. We herinneren onszelf zoals we toen waren, en we voelen ons hetzelfde. We hebben onszelf gemaakt tot wat we nu zijn, en we blijven wie we waren, ondanks de jaren. Voor onszelf veranderen we niet. De tijd maakt ons oud, maar wij veranderen niet.
Paul Auster
Deze cultuur heeft zijn groot tekort, de cultuur waarin wij leven. Een cultuur die wezenlijk de dood ontkent. Die de dood wegstopt als iets onsmakelijks waar we niet over praten mogen, als iets obsceens. Als iemand gestorven is weten we niet wat we met hem doen moeten. Het wassen en in het doodskleed doen en waken en al die dingen laten we aan anderen over. Dat is niet gezond.
Gerard Reve
Als je mij vraagt zijn er drie belangrijke stadia in de geschiedenis van de mens. In het eerste kende hij zijn eigen spiegelbeeld niet, evenmin als een dier dat kent. Laat een kat in een spiegel kijken en hij denkt dat het een raam is waarachter een andere kat staat. Blaast ertegen, loopt er omheen. Op den duur is hij niet meer geïnteresseerd; sommige katten tonen zelfs nooit enige belangstelling voor hun spiegelbeeld. Zo zijn de eerste mensen ook geweest. Honderd procent subjectief. Een ‘ik’ dat zich vragen kon stellen over een 'zelf’ bestond niet. Tweede stadium: Narcissus ontdekt het spiegelbeeld. Niet Prometheus die het vuur ontdekte is de grootste geleerde van de Oudheid, maar Narcissus. Voor het eerst ziet 'ik’ zich 'zelf’. Psychologie was in dit stadium een overbodige wetenschap, want de mens was voor zichzelf wat hij was, namelijk zijn spiegelbeeld. Hij kon ervan houden of niet, maar hij werd niet door zichzelf verraden. Ik en zelf waren symmetrisch, elkaars spiegelbeeld, meer niet. Wij liegen en het spiegelbeeld liegt met ons mee. Pas in het derde stadium hebben wij de genadeslag van de waarheid gekregen. Het derde stadium begint met de uitvinding van de fotografie. Hoe dikwijls gebeurt het dat er een pasfoto van ons gemaakt wordt waarvan wij evenveel houden als van ons spiegelbeeld? Hoogst zelden! Voordien, als iemand zijn portret liet schilderen en het beviel hem niet, kon hij de schuld aan de schilder geven. Maar de camera, weten wij, kan niet liegen. En zo kom je in de loop van de jaren, via talloze foto’s, erachter dat je meestal niet jezelf bent, niet symmetrisch met jezelf, maar dat je het grootste deel van je leven in een aantal vreemde incarnaties bestaat voor welke je alle verantwoordelijkheid van de hand zou wijzen als je kon. De angst dat andere mensen hem zien zoals hij is op die foto’s die hij niet kan endosseren, dat ze hem misschien nooit zien zoals het spiegelbeeld waarvan hij houdt, heeft de menselijke individu versplinterd tot een groep die uit een generaal plus een bende muitende soldaten bestaat. Een Ik dat iets wil zijn - en een aantal schijngestalten die het Ik onophoudelijk afvallen. Dat is het derde stadium: het voordien vrij zeldzame twijfelen aan zichzelf, laait op tot radeloosheid. De psychologie komt tot bloei.
Willem Frederik Hermans (Nooit meer slapen)
Mijn vrouw is ziek en dat verandert mijn leven drastisch. Ik beheers namelijk slechts drie keukenhuishoudelijkheden: ei bakken, thee zetten, brood bakken. Om thee te zetten breng ik water in een fluitketel aan de kook. Bij de fluittoon kookt het water en zet ik het gas af. Ik giet het water in een theepot waarin ik een theezakje heb gehangen. De theepot zet ik op een warmhoudplaatje. Als ik een ei ga bakken, zet ik een koekenpan op het vuur, doe er een scheut olijfolie in, wacht even op de hitte, tik het ei met een mes open en laat het in de pan vallen. Als het er als een glimmend tijdschriftplaatje uitziet, leg ik het op een boterham. Brood bak ik al vijfentwintig jaar dagelijks. Dat komt omdat ik een Hobart bezit, een professionele, ontilbare deegkneedmachine. Ik doe een beetje lauw water in een kannetje waarin ik een klontje gist laat vallen en een schepje suiker. Daarna doe ik meel in de mengkom van de machine, en een eetlepel zout. Vervolgens roer ik het water-gist-suikermengsel en giet het op het meel. Dan zet ik de Hobart aan, die het karwei klaart. Terwijl ik naar het mechanisch kneden sta te kijken, denk ik aan de merkwaardige uitdrukking 'het karwei klaren' en neem me voor het etymologisch woordenboek te raadplegen, want ik wil nu eindelijk wel eens weten wat het woord 'klaren' betekent. Dat stel ik dan uit tot de volgende dag, zodat ik al vijfentwintig jaar onwetend op deze drempel sta. Als de Hobart klaar is, doe ik het brood in vormen die ik ingevet heb met alweer olijfolie. Daarna laat ik ze een uurtje rijzen en bak ik ze in de gasoven.
A.L. Snijders (De taal is een hond)
Fredkin [...] praat over een interessant kenmerk van computerprogramma's, waaronder cellulaire automaten: er is geen kortere route mogelijk naar wat de uitkomst wordt. Dit is het wezenlijke verschil tussen de 'analytische' benadering van de traditionele wiskunde, inclusief differentiële vergelijkingen, en de 'computer'-benadering met algoritmes. Je kunt een toekomstige toestand van een systeem voorspellen zonder alle tussenstappen te kennen als je de analytische methode gebruikt. Maar bij cellulaire automaten moet je alle tussenstappen doorrekenen om te weten hoe de uitkomst zal zijn: je kunt de toekomst niet voorspellen, behalve door de toekomst af te wachten. [...] Fredkin legt uit: 'je kunt het antwoord op een vraag niet sneller kennen dan wanneer je volgt wat er gebeurt.' [...] Fredkin gelooft dat het universum letterlijk een computer is en dat het gebruikt wordt door iets of iemand om een probleem op te lossen. Het klinkt als een grap met goed en slecht nieuws: het goede nieuws is dat onze levens een doel hebben; het slechte nieuws is dat onze levens het doel zijn van een of andere hacker ver weg die pi wil uitrekenen met een oneindig groot getal achter de komma.
Ray Kurzweil (The Singularity is Near: When Humans Transcend Biology)
Het was als met een verhaal. Als met een boek. Wat is het dat wij van een boek verlangen? Dat iemand een ontwikkeling doormaakt - dat hij tot inzicht komt? Maar stel dat die ontwikkeling en dat inzicht er niet zijn? Dat staat in wezen toch ook veel dichter bij de werkelijkheid? Mensen die in hun leven een ontwikkeling doormaken zijn op de vingers van één hand te tellen. Om over inzicht nog maar te zwijgen. Nee, de werkelijkheid is dat wij altijd dezelfde blijven. We zien een film in de bioscoop en besluiten een ander leven te gaan leiden, maar de volgende dag zijn we dat alweer vergeten. We nemen ons voor om aardiger te zijn, om aandachtiger te luisteren. Dat houden we een halve dag vol. Daarna snauwen we weer als vanouds - het snauwen is dat ene afgedragen jasje dat ons het best past.
Herman Koch (Geachte heer M.)
Mijn hele leven heb ik gezocht naar verwantschap, mezelf dikwijls genoeg wijsgemaakt dat er van zulk een verwantschap sprake was, terwijl die er nooit, met geen enkel ander mens, of andere groep van mensen, geweest is, en er ook nooit zal zijn. Met kollegaas kan ik geen zinnig woord wisselen, en met het soort mensen dat men gevoelsgenoten pleegt te noemen is het nog erger - hoogmoet of Selbsthaß spelen hierbij een geringe rol, geloof ik - want in hun gezelschap voel ik mij zelfs eenzamer dan wanneer ik alleen ben, niet omdat ze zijn zoals ze zijn, maar juist omdat ze maar gedeeltelijk zijn zoals ze zijn en bijna allen, zonder uitzondering, de Moed missen zich in te zetten voor datgene, dat zij beweren lief te hebben, alsook de moed om te vechten en er op los te rammen als het er op aankomst, inplaats van die anonimiteit te prefereren waarbij men doet of men tot een onderwereld behoort die zo spoedig mogelijk zou moeten worden uitgeroeid; wat een ellende, dat zonder geslachtsnaam zich voorstellen als 'Rudi' of 'Eddie', dat eeuwige geteem over de snit van een broer en 'waar heb je dat gekocht' en nooit, nooit, godverdomme, één verstandig woord, of desnoods een onverstandig woord, over kunst, politiek, ethiek, religie.
Gerard Reve (Op weg naar het einde)
Ik weet niet wat het is met ons,' zei hij gelaten toen ik een week voor zijn dood de nacht naast hem doorbracht. 'We doen het er niet om maar op de een of andere manier vallen wij overal buiten. Heb je dat ook gemerkt? Word jij ook wel eens beslopen door het gevoel er niet bij te horen zonder dat je zou kunnen zeggen waarbij? Dat je rebels wordt genoemd alleen maar omdat je niet het riedeltje van Koekoek Eenzang zingt? Zorg daarom dat je zelf je plan trekt, ook als ik er niet meer ben, anders word je verpletterd door de horden. Het belangrijkste in het leven is zelfredzaamheid. Dan komt er een hele tijd niets, en dan komt voetje voor voetje de zachtheid aangeslopen. Zachtheid en zelfredzaamheid, daar gaat het om. Maar die zachtheid moet natuurlijk wel verdiend worden, dus daar moet men uiterst spaarzaam mee omgaan. Niet vergeten.
Charlotte Mutsaers (Harnas van Hansaplast)
Want wat is contact tussen mensen, tussen de mens en de wereld, tussen hem en zijn tijd, anders dan een substituut voor het contact dat geen vragen onbeantwoord laat? Dit boek gaat over de aard van dat verlangen. Over de voorstellingen die in plaats komen van wat we willen omarmen, maar wat we niet kunnen omarmen. En zo komt ook dit boek, net als ieder ander boek, in plaats van wat ik eigenlijk wilde zeggen, maar waar de woorden niet voor zijn.
Coen Simon (Wachten op geluk: Een filosofie van het verlangen)
Het beroep dat jullie kiezen is een onmogelijk beroep. Wat een pretentie. De Eeuwige uitleggen! Het licht toelichten! Hoe haal je het in je knars. De Bijbel spreekt voor zich of helemaal niet. Maar als je dan toch schriftgeleerde wilt worden, vraag je nooit af bij een preek: wat zullen de mensen ervan zeggen? Vraag je af: wat zou Jezus er van zeggen? Al loop je dan wel stevig de kans dat de hoorders je naar de overtuiging van Kierkegaard zullen stenigen.
Jaap Zijlstra (De Glazen Schelp)
Alles eek haar gehuld in een zwart waas dat over het oppervlak van de dingen zweefde, en het verdriet trok zacht huilend door haar ziel, als de winterwind door een verlaten kasteel. Het was zo'n mijmeren waarin men verzinkt om wat nooit meer terugkomt, een matheid die ons telkens overvalt na een niet te herroepen daad, een smart ten slotte, veroorzaakt door het stokken van een vertrouwde beweging, door het abrupt stilvallen van een lang aangehouden trilling.
Gustave Flaubert (Madame Bovary)
In Darwins post-platonische werelds is de variatie de fundamentele werkelijkheid en veranderen berekende gemiddelden in abstracties. We blijven echter de voorkeur geven aan het oudere en tegengestelde standpunt: we zien variatie nog steeds als een massa onlogische toevalligheden, die hoofdzakelijk van waarde is omdat zo'n spreiding te gebruiken is voor de berekening van een gemiddelde, hetgeen we dan beschouwen als iets wat een essentie nog het best benadert.
Stephen Jay Gould (De gok van de evolutie)
Het tweede is dit: wanneer je kind sterft, voel je alles wat je zou verwachten, gevoelens die door zo veel anderen al zo goed beschreven zijn dat ik niet eens de moeite zal nemen ze hier op te sommen, behalve dat ik wil zeggen dat alles wat over rouw geschreven is één pot nat is, en het is één pot nat met reden: omdat niemand werkelijk van de tekst afwijkt. Soms voel je wat meer van het een en minder van het ander, en soms voel je het in een andere volgorde, en soms langer of korter. Maar de gevoelens zijn altijd hetzelfde. Maar nu komt er iets wat niemand zegt: als het jouw kind is, voelt een deel van jou, een piepklein maar niettemin onmiskenbaar deel van jou, ook opluchting. Want eindelijk is het moment gekomen dat je al verwachtte, waar je voor vreesde, waarop je je hebt voorbereid sinds de dag dat je een kind kreeg. Aha, zeg je bij jezelf, daar is het. Het is zover. En daarna heb je nooit meer iets te vrezen.
Hanya Yanagihara (A Little Life)
Waarom vrezen zo veel slachtoffers de dader te zijn geweest, of toch tenminste de schuldige? Waarom organiseren zo veel slachtoffers hun leven zo dat ze zichzelf als dader kunnen blijven beschouwen, terwijl het hun zo in de weg zit?
Griet Op de Beeck (Het beste wat we hebben)
Natuurlijk valt absoluut niet te garanderen dat dan bijvoorbeeld het leven niet ontzettend saai zal zijn (want wat blijft er nog over om te doen wanneer alles al volgens een logaritmentafel berekend zal zijn); maar daar staat tegenover dat alles er buitengewoon rationeel aan toe zal gaan. Uit verveling bedenk je natuurlijk van alles! [...] De mens is immers fenomenaal dom. Of eigenlijk is hij helemaal niet dom, maar wel zo ondankbaar als je er geen tweede vindt.
Fjodor Dostojevski (Notes from Underground)
Wat het leven in feite zo dodelijk vermoeiend maakt is misschien de geweldige inspanning die we op moeten brengen om twintig, veertig jaar en nog wel langer redelijk te blijven, om niet gewoon volkomen jezelf te zijn, dat wil zeggen abject, wreed en absurd. 't Is een nachtmerrie als jij, strompelende stumperd die je in werkelijkheid bent, van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat maar steeds de superman moet spelen, wat ergens toch wel het ideaal van deze wereld is.
Louis-Ferdinand Céline (Voyage au bout de la nuit)
Wat moet je met een kat?' 'Niks. Weet ik veel? Zo te zien is ze uitgehongerd.' 'Ga je ze allemaal binnenlaten?' vraagt opa. 'Wedden dat ze allemaal uitgehongerd zijn?' 'Niet meer dan één tegelijk, dat beloof ik,' zeg ik grijnzend. 'Daarvoor heb ik die vallen niet gekocht.' 'Weet ik,' zeg ik. 'Je hebt die vallen gekocht om al die katten te vangen, ze dan ergens in een veld vijftien kilometer verderop los te laten en een weddenschap te houden wie er het eerst terug is.
Holly Black (White Cat (Curse Workers, #1))
Toen gebeurde het dat zijn grootmoeder voortijdig overleed; gebeurtenissen zijn immers niets anders dan onmogelijkse tijden en onmogelijke plaatsen, je wordt op een verkeerde plaats neergelegd of vergeten en je bent zo machteloos als een ding dat door wordt opgeraapt. Ook wat veel later gebeurde, gebeurt duizenden keren op de wereld, en het was alleen niet te begrijpen dat het Tonka overkwam. De dokter verscheen dus, de lijkbezorgeres kwamen, de overlijdensakte werd ingevuld en grootmama begraven - het een volgde heel gladjes op het andere zoals dat nou eenmaal hoort in een nette familie. De erfenis werd geregeld; je mocht blij zijn dat je daaraan niet mee hoefde te doen; slechts een enkel punt in de nalatenschap vereiste de aandacht: de verzorging van juffrouw Tonka met de prachtige achternaam, die een van die Tsjechische familienamen was die 'hij zong' of 'hij kwam over de weide' betekenen. Er was een arbeisovereenkomst. Het meisje zou behalve haar loon, dat laag was, voor elk voltooid dienstjaar met een bepaald bedrag in de erfenis bedacht worden, en omdat men met een vrij lang ziekbed van grootmama rekening had gehouden en, overeenkomstig de te verwachten steeds moeilijker wordende verpleging een langzaam oplopend bedrag had vastgesteld, leidde dat ertoe dat het geringe bedrag op een jong iemand een stuitende indruk moest maken, als hij de opgeofferde maanden van Tonka's jeugd in minuten zou omrekenen.
Robert Musil
Wat bepaalt een mens meer dan zijn omgeving? Hij ademt in het ritme van de wind, hij komt tot rust wanneer de zon ondergaat. Hier herinneren de immense bergen en de brandende zon je er voortdurend aan dat je niet meer bent dan een kiezel tussen de rotsen, een rimpeling in de oceaan, een blad in een bos, een grasspriet in het veld. Wie te veel met zichtzelf bezig is, wie denkt hij of zij meer is dan een klein onderdeeltje van de natuur, loopt al snel met zijn kop tegen de muur.
Ish Ait Hamou (Cécile)
Hoe leg je uit wat weerloosheid is en tot wat een mens in staat kan zijn als uw toehoorder nooit heeft gevoeld wat het is om zelf een mogelijke smeerlap te zijn, dat het een zegen is en een vloek dat nooit te hebben gevoeld en dat woede in de fauteuil niks meer is dan schijnheiligheid die blind is voor zichzelf? Mensen zeggen al wel eens dat ge eerst in andermans schoenen moet staan voor ge echte kennis opdoet. Maar ook dat is schijnheilig, want met andermans schoenen wordt altijd weer bedoeld: die van het slachtoffer. Geen woord wordt er gerept over de schoenen van hen die zich misschien geprikkeld voelden om mee te doen. Voor ge de bloeddorst van een ander aanklaagt, van iemand die ge zelfs niet kent, zoudt ge verplicht moeten worden te ervaren wat heimelijke bloeddorst betekent die wordt aangemoedigd door hen die de touwtjes in handen hebben, wier spel gij meespeelt, of ge nu wilt of niet, de bloeddorst, met andere woorden, die ieder in zich heeft.
Jeroen Olyslaegers (WIL)
Voor verslavingen moet je geen excuses zoeken, maar motieven. Excuses zoek je om geen spijt en schuld te hoeven voelen, maar een speurtocht naar jouw eigen motieven leidt je juist naar het hart van je schuld en daar, op die rare plek waar het duister is van onbegrip, pijn en ontkenning, daar ligt het enige terrein waar je de mogelijkheid geboden wordt om je schuld te veranderen in kennis. Met kennis valt te leven, met schuld niet. De meeste mensen geloven dat dat halfzachte spreekwoord, wat niet weet, wat niet deert, dat dat ook voor jezelf opgaat, maar zo werkt het niet. Wat je over iemand anders niet weet, dat weet je niet en zolang je het niet weet kan het je ook geen pijn doen, dat is zo klaar als een klontje, maar je weet in zekere zin alles van jezelf. Dat is ook logisch, want jij bent de enige die zijn eigen leven helemaal in zijn eentje meemaakt en daar weet van zou kunnen hebben. Bij jou ligt iedere minuut van een leven opgeslagen, hoe dan ook. Bij wie anders? Dat maakt mensen op zijn minst nog interessant, dat ze een vat van wetenschap vormen van tenminste een leven, hun eigen. Waar het nu eigenlijk allemaal om draait is de manier waarop je weet hebt van jezelf, dat is het belangrijkste. Sommige mensen weten niks van zichzelf. Ze hebben de enige echte wetenschap en geschiedenis niet tot hun beschikking en kunnen ze niet lezen, omdat ze die op de foute plek bewaren. Schuld is zo’n wetenschap over jezelf die op de verkeerde plaats in je archief is opgeslagen. Ze is dan geen kennis van de schuld, maar ze heeft de vorm aangenomen van iets anders dan woorden, waardoor je er niks mee kunt en er alleen maar dik van wordt, of chagrijnig of lusteloos. Kennis hoort thuis in de geest, waar anders? Ik zou niet weten waar de woorden anders konden verblijven dan in de geest. Ze lijken op geest en op ziel en op dat andere ontastbare, waarvan je weet dat je het hebt, maar dat je niet kunt zien en waarover je bijna niet kunt praten. Zo zie ik het. En daarom krijgt ook alle kennis die je eigenlijk over jezelf zou moeten hebben en die niet in die onzichtbare vorm van woorden in jouw ziel mag wonen, een andere gedaante, een zichtbare en een lastige, bijvoorbeeld een kilo overtollig vlees aan je lichaam of iets anders waaronder je lijdt en wat je met je meesleept en waarvan je niet weet waarom je het hebt, maar wat iedereen aan jou kan zien, omdat het ervoor zorgt dat je altijd dezelfde domme fouten maakt.
Connie Palmen (De vriendschap)
Een boek is voor hem [C. Buddingh'] zo iets als een rommelwinkel voor andere koopjesjagers. Je vindt hier en daar wat moois, een aardig vaasje, een raar plaatje, maar de winkelvoorraad als geheel interesseert je geen zier. Zo leest Kees boeken. Hij pikt er zinnetjes uit, zoals een kind snot uit z'n neus peutert en smakelijk opeet, zonder te weten hoe het is ontstaan, zonder zich in de functie van slijmvliezen en de ademhaling te verdiepen, zonder iets te begrijpen van de totale mens, hè.
Willem Frederik Hermans (Houten leeuwen en leeuwen van goud (BBLiterair))
God erbarme zich over de cynici. Ik ben nu cynicus. Misschien was 't beter als ik maar heelemaal gek geworden was of overreden door de tram wat dikwijls bijna gebeurd is. Vroeger was ik dichter. En als cynicus zeg ik: 't was geen lolletje, voor mij niet en voor niemand. 'k, Weet nog heel goed hoe 't begon. 't Was in de eerste week van October, tegen half zes. 't Is daarna nog vele malen October geworden en ontelbare vele malen half zes geweest. 'k Was toen vijftien jaar'en zat op een bank in Artis met een korte broek aan. Dat moet mij als cynicus nu juist gebeuren, dat ik 't over Artis moet hebben. Maar zoo was 't toch. Ik zit op een bank in Artis. Er was niemand meer, 't was er zoo stil en de bladeren van de boomen ritselden. In de verte kraakte 't grint, ergens werd een emmer neergezet op een houten vloer, ik hoorde 't, maar zag 't niet. Langs den stam van een hoogen boom keek ik naar boven en zag dat de avond niet viel, want 't was boven lichter dan beneden. De bladeren trilden en draaiden heel even en een geel blad liet los en viel op 't grasveld. Toen voelde ik dat alles goed was en dat er nog iets komen zou, later. 'k Voelde tegelijk een groote tevredenheid en een groot verlangen. En de zekerheid dat deze dag nooit terug zou komen. Toen kraakte 't grint harder en een man zei: "Jongeheer, u moet eruit, we gaan sluiten." God erbarme zich over de cynici. 'k Wilde dat ik nog eens bijna kon grienen zonder te weten waarom en hopen op iets, dat nooit komt.
Nescio
Angst is een natuurlijke reactie van de mens op datgene wat hij niet begrijpt of niet kent en waarvan hij denkt dat het gevaar inhoudt. Het is gewoon een afweermechanisme, net als zweten wanneer je het warm hebt en rillen wanneer je het koud hebt. Je bent nu bang omdat je niet weet wat daar is, dus moet je gaan kijken om erachter te komen. Is er niets, geweldig, vals alarm. Is er wel iets of iemand, dan kun je dat alleen overwinnen door uit te vinden wat het is en het dan het hoofd te bieden.
Elia Barceló (Cordeluna)
wie niets heeft, kan niets delen. Wie alles moet delen wordt niet ruimhartiger, maar stuurloos. Geef kinderen vooral van alles voor henzelf en leer ze met de spullen van anderen omgaan zoals zij willen dat er met hun spullen wordt gespeeld. Eigendom dwingt tot beleefdheid en omgangsvormen. Als we kind zijn, veinzen we aardigheid om te krijgen wat we willen; het enige dat we later nog moeten leren is te vergeten dát we veinzen - pas als dat lukt hebben we het spel van fatsoen echt onder de knie.
Coen Simon (Schuldgevoel)
Hoe hebben wij de zee kunnen leegdrinken? Wie gaf ons de spons om de horizon uit te vegen? Wat hebben wij gedaan, toen wij deze aarde van haar zon loskoppelden? In welke richting beweegt zij zich nu? In welke richting bewegen wij ons? Weg van alle horizonnen? Vallen wij niet aan één stuk door? En wel achterwaarts, zijwaarts, voorwaarts, naar alle kanten? Is er nog wel een boven en beneden? Dolen wij niet als door een oneindig niets? Ademt ons niet de ledige ruimte in het gezicht? Is het niet kouder geworden?
Friedrich Nietzsche (The Gay Science: With a Prelude in Rhymes and an Appendix of Songs)
Wat zouden we beginnen als we wisten wat ons te wachten stond? Niet veel meer, ben ik bang. Konden we ons leven bekijken zoals de goden het zien, van begin tot eind alles overzichtelijk in een oogopslag, dan konden we de stommiteit van bepaalde beslissingen van tevoren inzien. De zinloosheid van ons verzet en al ons vechten zou ons de lust ontnemen wat voor strijd dan ook nog aan te gaan. We zouden geen doodlopend pad meer inslaan en onze weg zonder verder avontuur afsukkelen, rechtstreeks naar het eind dat we onderhand kunnen dromen. Geluk zou ons niet meer kunnen verrassen. In plaats daarvan zouden we gaan zitten wachten, angstig en lamgeslagen, op alle dreunen van het lot, die we van verre zien aankomen. Er zouden geen risico's meer bestaan. Geen spijt. Kortom, het zou er niet veel meer toe doen of wij waken of slapen. Je zou het leven nauwelijks nog kunnen onderscheiden van de dood. Ik vraag me af waar meer durf voor nodig is, doorleven met een lot dat je kent of aanmodderen zonder enig idee van wat je staat te gebeuren.
Arthur Japin (Vaslav)
Wat de massa's weigeren te erkennen, is de toevalligheid die de werkelijkheid doordringt. Ze zijn vatbaar voor alle ideologiën, omdat ideologiën feiten uitleggen als loutere illustraites van wetten en omdat ze elke samenloop van omstandigheden elimineren, dankzij het verzinsel van een alomvattende almacht, die geacht wordt de oorsprong te zijn van elke gebeurtenis. Om te kunnen gedijen moet de totalitaire propaganda ontsnappen uit de werkelijkheid en haar toevlucht nemen tot fictie, het toeval vervangen door consistentie.
Hannah Arendt (The Origins of Totalitarianism)
Nee, wat ik bedoel is dat het volkomen stil is, als in een stomme film, dat ze je niet meer vragen wat je nu eigenlijk wilt in dit leven, of waar je je toch tegen verzet, of wat je later wilt worden en of het wel goed met je gaat. Dat ze eindelijk eens allemaal hun mond houden, en als het helemaal stil is geworden, dat dan de held uit zijn stoel opstaat en er alleen nog een tekst in beeld verschijnt: 'Er wordt een nieuwe bladzijde omgeslagen. Hij gaat nu bedenken hoe het verder moet. Hij heeft zijn hele leven nog voor zich.
Herman Koch (Red ons, Maria Montanelli)
Wel, en zeer tot mijn ontgoocheling: niemand hield mij tegen. Wat kon het de burger schelen dat die winkel met babyartikelen voor adolescenten werd beroofd van een paar afzichtelijke meters stof. Geen groot verlies, toch? En uiteindelijk wist niemand wie ik was, misschien had ik wel een wapen op zak. Er moest in dit wereldgedeelte iets gortigers gebeuren om civisme los te weken. Miraculeus eigenlijk, dat er überhaupt nog auto- en andere alarmen werden verkocht als je zag hoe werkelijk niemand zich een snars van hun kabaal aantrok.
Dimitri Verhulst (De laatkomer)
Wat me vooral stoort, is dat ik een universitair diploma in de oude geschiedenis heb van een gereputeerde universiteit, maar dat ik nog nooit van die discussies had gehoord. In die vier jaar aan de universiteit heb ik niets geleerd over de Feniciërs of de Carthagers - laat staan de Perzen - want we waren te zeer bezig met de Grieken en Romeinen, die we om behoorlijk absurde redenen als onze grootouders beschouwen, terwijl we onze overgrootouders in de rest van het Middellandse Zeegebied in de zak van de slechteriken hebben gestopt.
Jorn De Cock (Arabische Lente - Een reis tussen revolutie en fatwa)
[...] 'We leiden ons leven weliswaar allemaal in de verwachting van betere tijden, maar tegelijk verlangen we vaak met spijt terug naar het verleden. Het heden beschouwen we daarentegen als iets heel tijdelijks, als niet anders dan de weg naar ons doel. Om die reden zien de meeste mensen, wanneer ze op hun leven terugkijken, dat ze voortdurend ad interim hebben geleefd, en stellen ze tot hun verbazing vast dat wat ze zo achteloos en zonder ervan genoten te hebben voorbij hebben laten gaan precies de dingen waren in de verwachting waarvan ze geleefd hadden.
Arthur Schopenhauer (Essays and Aphorisms)
Wat zou José Saramago over Carlos zeggen? Dit. 'Mensen als deze heb je overal, ze besteden hun tijd, of de tijd die er in hun ogen naast het leven voor rest, aan het verzamelen van postzegels, munten, medailles, vazen, ansichtkaarten, luciferdoosjes, boeken, horloges, sportshirts, handtekeningen, stenen, kleien beeldjes, lege frisblikjes, engeltjes, cactussen, libretto's, aanstekers, vulpennen, uilen, speeldozen, flessen, bonsais, schilderijen, bierglazen, pijpen, kristallen obelisken, porseleinen eenden, antiek speelgoed of carnavalsmaskers, en dat doen ze vermoedelijk uit iets watje metafysische angst zou kunnen noemen, omdat het idee van de chaos als alleenheerser over het heelal onverdraaglijk voor hen is, misschien proberen ze daarom met hun bescheiden vermogens en zonder goddelijke hulp enige orde te scheppen in de wereld, waar ze voor korte tijd nog in slagen ook, maar alleen zolang ze hun verzameling in stand kunnen houden, want op de dag dat daar de klad in komt, en die dag komt altijd, hetzij door de dood, hetzij doordat de verzamelaar er genoeg van heeft, is alles terug bij af, loopt alles weer door elkaar.' 
Dimitri Verhulst (Dinsdagland: Schetsen van België)
Overigens is wat wij gewoonlijk vrienden en vriendschappen noemen niet meer dan een door een of ander toeval of vordeel tot stand gekomen bekendheid of vertrouwdheid met iemand, waarin de geesten elkaar vinden. In de vriendschap waarvan ik spreek, vermengen en versmelten beide geesten zich tot een zo alles omvattend samengaan, dat ze de naad die hen verbindt foen verdwijnen en niet meer terugvinden. Als men bij mij zou aandringen te zeggen waarom ik van hem hield, voel ik dat dat alleen uitgedrukt kan worden door te antwoorden: 'Omdat hij het was; omdat ik het was'.
Michel de Montaigne (Essays)
Er bestaat geen mogelijkheid om na te gaan welke beslissing beter is, want er is geen vergelijking. Wij maken alles zomaar voor het eerst en onvoorbereid mee, net als een acteur die voor de vuist een stuk speelt. Maar wat kan het leven waard zijn, als de eerste repetitie voor het leven al het leven zelf is? Het leven lijkt daarom altijd op een schets. Hoewel het woord 'schets' evenmin juist is, want een schets is altijd een ontwerp voor iets, de voorbereiding voor een schilderij, terwijl de schets van ons leven een schets is voor niets, het ontwerp zonder een schilderij.
Milan Kundera (The Unbearable Lightness of Being)
Ja, soms groeit er een boom in de woestijn. Gelukkig maar. Maar dat wil niet zeggen dat al die andere zaadjes lui zijn of niet genoeg wilskracht hebben. Zij missen gewoon de omgeving om uit te groeien tot een mooie boom. Een boom waar we nochtans allemaal de vruchten van zouden kunnen plukken.
Noël Slangen (Het DNA van kinderarmoede: Wat is het en wat de je eraan?)
Zeg maar Kai.' Ze knipperde. 'Sorry, wat?' 'Je mag dat "uwe Hoogheid" achterwege laten. Dat hoor ik al genoeg van... iedereen om me heen. Noem me maar gewoon Kai.' 'Nee, dat zou niet...' 'Ik wil er geen keizerlijk bevel van hoeven maken.' Een suggestie van een glimlach speelde rond zijn lippen.
Marissa Meyer (Cinder (The Lunar Chronicles, #1))
Amsterdam, vanmorgen vroeg. Het duurde lang voor een stoplicht op groen sprong. In mijn achteruitkijkspiegel zag ik Samarinde zitten achter het stuur van haar stokoude BMW. Ze zwaaide naar me. Onze karavaan was op weg naar Schiphol en hier stonden we aan het einde van de nacht in een verlaten landschap te wachten tot we verder mochten trekken. Zonder dat daar aanleiding voor was trapte ik mijn rempedaal in, terwijl ik in mijn spiegel bleef kijken. In de rode gloed werd Samarinde nog mooier. Ik liet het pedaal los en de gloed verdween. Weer trapte ik de rem in. Een warme glans op Samarindes witte tanden. Haar glimlach vaag als het schilderij Extase van Mathijs Maris. Er is een Japanse uitdrukking die mukushoh heet, lachen met de ogen (heeft Samarinde me verteld). Samarinde mukushohde naar mij. Naast Samarinde zat Meija, die zich even vooroverboog om iets uit het dashboard te pakken. Ook zij kwam in mijn fantasmagorische gloed te zitten. Meija lachte naar me, niet met haar modellenlach, maar puur en oprecht. Ik dacht: in remlicht is ieder meisje mooi. En daarna dacht ik, van mijn hand een vuist makend: wat een geweldige openingszin voor een roman die ik waarschijnlijk nooit zal schrijven.
Ronald Giphart
Als je leven zó ondraaglijk is, als de pijn in je lichaam of in je geest onhoudbaar is, als je oprecht niet meer weet hoe je de dag door moet komen en als de dood een verlossing is, dan moet je daarvoor kunnen kiezen. En dan moet je daarbij geholpen worden. Want mensen die dood willen, gaan uiteindelijk dood. Of we ze nu helpen of niet. Het rekken van andermans leven omdat jij zijn of haar dood niet kunt accepteren vanwege je ideologie of wat dan ook; dat is egoïstisch. Dat is arrogant. Mensen mogen zelf bepalen of ze een kind maken, ze mogen ook zelf bepalen of ze dood willen. Het leven is geen verplichting.
Marcel Langedijk (Gelukkig hebben we de foto's nog)
Een druppel viel. Begs hart kromp omdat hij al zo lang niet zo'n sereen geluid gehoord had. De rimpeling op het water stierf weg. Hij zou zich willen uitkleden, de treden afdalen tot op de bodem van het bassin, zijn lichaam onderdompelen, het reinigen van het vuil van de wereld. Zelfs van het vuil dat er niet af ging, zou hij zich schoonwassen. Een nieuwe ziel. Daar diep in de aarde, bij het magische water, leek zoiets werkelijk mogelijk. Wat een aangename, troostende gedachte... Zijn oude ziel afleggen, dat rafelige, versleten ding, er een nieuwe voor in de plaats krijgen. Wie wilde dat niet? Wie zou zoiets afwijzen?
Tommy Wieringa (Dit zijn de namen)
Wij hebben er enkel toch maar op los geleefd, en geliefd; en nu wil je, dat ik ernstig word, en je hebt me nog niet een gefeliciteerd dat ik van dat hok af ben ! Wil je soms dat ik naar een ander kantoor toe ga? Je weet niet wat het is ! De hele dag een soort geknaag in je binnenste, en dat onterende gevoel van telkens met een ruk heen en weer getrokken te worden van en naar huis, waar je enkel komt om te eten en te slapen. Want omdat de hele dag dood is, wil je ’s avonds leven ; n daarom ga je aan een schijnleven doen ; dansen en de bioscoop, en als maar in een vaartje boeken uitrennen, waarin mensen echt leven. En zelf ben je geen mens, maar een marionet
A. den Doolaard (Wampie)
Eind van de middag, ik was net uit school thuisgekomen (daar had ik zorgvuldig geheimgehouden dat ik jarig was om te voorkomen dat ik zou moeten trakteren, want daarvoor wilde mijn moeder mij geen versnaperingen meegeven), kwam mijn grootvader met zijn cadeau aanzetten. Aan de alsmaar naderbij komende, zeer krachtige tikken van zijn wandelstok op de trottoirtegels kon je horen dat hij zich erop verheugde andermaal een naar hem vernoemde kleinzoon gul te bedelen. Hij droeg een groot pak en overhandigde mij dat in de woonkamer. Plechtig verwijderde ik het papier. Wat mij op mijn achtste jaar ten deel was gevallen, bleek een vorstelijke meccanodoos te zijn. Weliswaar geen nieuwe fiets, maar toch iets ongehoords. Mijn grootvader verwijderde zich weer, want er was op dat moment niemand bij de hand om mee te dammen. Mij leek toen het grote ogenblik gekomen om de meccanodoos verder uit te pakken en ermee aan de slag te gaan. Toen ik aanstalten maakte om hem te openen, riep mijn moeder: 'Wat doe je nou?' 'Ik ga hem openmaken, ik wil ermee spelen.' 'Ben je helemaal betoeterd geworden? Zo'n duur cadeau. Blijf af.' 'Maar... maar... ik heb hem toch van opa gekregen. Ik wil ermee spelen.' 'Geen sprake van, afblijven. Zo'n duur cadeau, en daar wou je zomaar met je tengels aanzitten? Niks hoor, ik zet hem weg.' Ze pakte de meccanodoos op en plaatste hem achter lakens en slopen in het dressoir. Toen mijn vader thuiskwam, werd de doos weer tevoorschijn gehaald en wederom vol verbazing aanschouwd. Zeker, het was geen nieuwe fiets, maar toch... Wat een cadeau. 'Opa 't Hart is maar goed op je,' zei mijn vader. 'Maar ik mag er niet mee spelen,' zei ik verongelijkt. 'Nee, natuurlijk niet,' zei mijn vader, 'daar heeft je moeder groot gelijk in, zo'n duur cadeau, het zou gekkenwerk zijn als je daar met je poten aan zou zitten. D'r kan zomaar een schroefje of moertje of ander onderdeeltje kwijtraken, niks hoor, je moeder bergt hem weer netjes op.' 'Zo is het,' zei mijn moeder, en weg ging de meccanodoos.
Maarten 't Hart (Magdalena)
Ik keek allang niet meer uit naar de begeesterende leerkracht. Ik dacht: leer me nu maar gewoon hoe ik de woordeen moet articuleren zodat de achterste rij er ook wat van verstaat. En toen de nieuwe leraar drama binnen kwam lopen, met een hoed op en cowboylaarzen aan, dacht ik: weet je wat, een onenightstand, dat is nu ook eens zoiets wat ik altijd al heb willen kunnen. Let op, hij was niet mooi. Mannen hoeven niet mooi te zijn. Ze moeten op die bepaalde manier lopen. Zo van: ik loop maar wat, ik denk daar echt niet bij na, bij mij gaat dat gewoon vanzelf. Van mannen die zo lopen, ga ik struikelen. En ik was lang niet de enige die voor hem viel. We zaten allemaal tussen de spleten van het theatergordijn naar hem te gluren. Hoe hij zich met zijn laarzen op tafel steendood zat te ergeren aan ons onbestaande acteertalent. Door het draaien van zijn ogen voelden we ons elke dag kleiner worden. We zagen de posters met onze namen erop al kromtrekken en loslaten. We schrokken wakker uit nachtmerries over parochiale centra. 's Avonds huilden we bij een gaskachel die het nooit deed. Wij waren de nieuwe groten der aarde, waarom zag hij dat niet? De lul met zijn stomme laarzen. En de trieste muziek werd een streepje harder gezet. Net zolang tot het meisje dat wel een serieuze studie deed met een bezemsteel tegen het plafond ging bonken.
Lara Taveirne
Accepteer dat niet al je gevoelens, angsten en verlangens grijpbaar zijn; dat een pijntje of een kriebeltje af en toe hoort bij de eb en vloed van het leven en dat je niet altijd hoeft te snappen waarom. Een cliënte van mij zei een keer: "Het is net als met files. Soms zit je opeens vast en even later ben je er weer uit, en je hebt geen idee waarom.
Roos Vonk (Je bent wat je doet)
Wel, enige kunstenaar hoop seker op ’n klein bietjie erkenning eendag ná sy dood. En enigeen sal seker verkies dat dit vóór sy dood al begin?’ ‘Daar’s baie kunstenaars wat roem en rykdom in hulle lewe bereik – en honderd jaar later is hulle heeltemal vergete.’ Nog erger, dink Willem, is kunstenaars wat ’n bietjie roem in hulle lewe bereik – en daardie bietjie roem verloor voor hulle doodgaan. Maar hy knik net vir sy seun. ‘En daar’s ander wat hulle hele lewe in totale obscurité deurbring,’ gaan Maurice voort, ‘soos die arme Van Gogh wat nooit ’n enkele skildery kon verkoop nie, en honderd jaar later word hulle onsterflik. Wat sou jy verkies het? As jy kon gekies het?’ As mens maar kon gekies het.
Marita van der Vyver (Misverstand)
Oblomows liggende houding kwam niet uit noodzaak voort, zoals bij een zieke of bij iemand die slapen wil, het was geen toeval, omdat hij vermoeid was, noch genotzucht als van een luiaard, het was zijn normale houding. Wanneer hij thuis was - en hij was bijna altijd thuis - dan lag hij onveranderlijk in bed en altijd in diezelfde kamer, waar wij hem aangetroffen hebben en die niet alleen als slaapvertrek dienst deed, maar ook als salon en werkkamer. Hij had de beschikking over nog drie vertrekken, maar hij liep daar zelden binnen, hoogstens in de morgen, wanneer zijn kamer gedaan werd, wat lang niet alle dagen gebeurde. In die kamers zaten de meubels dan ook in hoezen en waren de gordijnen neergelaten.
Ivan Goncharov (Oblomov)
Het heeft wellicht geen enkele zin dat ik nu in detail op uw woorden inga; want wat ik zou kunnen zeggen over uw neiging tot wankelmoedigheid of over uw onvermogen om uw uiterlijk en innerlijk leven met elkaar in harmonie te brengen, of over wat u verder nog allemaal dwars zit, het komt altijd neer op wat ik al heb gezegd: altijd op de wens dat u voldoende geduld zult kunnen opbrengen om u erdoorheen te slaan, en voldoende eenvoud om te geloven; de wens dat u steeds meer vertrouwd zult raken met datgene wat moeilijk is, en met uw eenzaamheid te midden van de anderen. En laat het leven verder maar over u komen. Geloof mij: het leven heeft gelijk: in elk geval. Furuborg, Jonsered, Zweden, 4 november 1904
Rainer Maria Rilke (Letters to a Young Poet)
Wanneer iets ziekelijks is aan uw psychische proces, bedenk dan dat ziekte voor een organisme het middel is om zich van indringers te bevrijden; dan moet men het alleen helpen om ziek te zijn, zijn ziekte en volle te ondergaan en die tot uitbarsting te laten komen, want dat is zijn vooruitgang. Er gebeurt nu zoveel in u, mijn beste Kappus, u moet geduld oefenen als een zieke en van vertrouwen zijn vervuld als iemand die herstellende is; want misschien bent u dat wel allebei. En méér dan dat: u ben ook de arts die over zichzelf moet waken. Maar iedere ziekte kent tal van dagen waarop de arts alleen maar kan afwachten. En dat is wat u, voor zover u uw eigen arts bent, nu vooral moet doen. Borgeby Gård Flädie, Zweden, 12 augustus 2017
Rainer Maria Rilke (Letters to a Young Poet)
Foto's zien is iets anders dan foto's kijken,' zeg ik. 'Iedereen kan foto's kijken maar een foto zien betekent dat je hem kunt lezen. Aan de ene kant heb je mensen en hun culturele voortbrengselen, aan de andere kant heb je de natuur. Bomen, meren, wolkenluchten spreken op foto's een algemene voor iedereen verstaanbare taal. Buiten de tijd om als het ware. Mensen, bouwwerken, wegen en koffiebussen daarentegen kunnen alleen gelezen worden in een bepaalde context, in de tijd, worden gelezen. U kunt dat fotoalbum op tafel voor het grootste deel niet lezen omdat u de noodzakelijke achtergrondinformatie mist. U was er niet bij. U kunt zich er met andere woorden niets bij voorstellen omdat u zich niet herinneren kunt wat eens echt te zien was. Het is uw verleden niet.
J. Bernlef (Hersenschimmen)
Gelukkig wil niet iedereen in hetzelfde domein de beste zijn, anders gaf dat een hoop verliezers, gelijk aan de wereldbevolking min één. Je kunt de verstandigste man van Europa willen zijn. Maar je kunt je ook, zoals mijn dochter, tevreden stellen met de beste hamsterverzorgster van de straat te zijn. Op die manier is het aan nogal wat mensen gegeven toch èrgens de beste in te zijn. En als je niet de beste bent, dan toch de aardigste, diegene van wie het meest gehouden wordt, ach nee, niet door iedereen, alleen door dat sproetenmeisje van om de hoek, nee, niet de mooiste van de straat, maar van alle lelijke de leukste. Maar hoe minimaal je het ook formuleert: het blijven superlatieven. Geef mij één superlatief om mee te leven. Laat mij van één iemand de liefste zijn.
Herman de Coninck (De flaptekstlezer)
Alzoo spreekt God tot U en zijn naam is Carrière. I Ik de Heer Uw God ben een aleenig God en mij zult gij dienen met geheel Uwe ziel en met geheel Uw lichaam en met geheel Uw willen en met al Uw weten en met al Uw werken. II Gij zult U geen valsche goden maken als eerlijkheid, trouw, geweten, schoonheid of waarheid want alzoo komt gij ten verderve en honger en ballingschap zullen Uw deel zijn. Want ìk ben machtig en mijne straffen zwaar. III Eert hen die boven U gesteld zijn en doe wat hun aangenaam is, opdat het U welga. IV Ziet niet rechts en niet links maar vooruit want aan 't eind van den weg liggen de geldzakken die tot loon zijn voor hen die mij dienen in geest en waarheid. V Toon nooit dat U iets onaangenaam is, maar werk in stilte en verdraag alles todat ge macht heb verkregen. Want waardigheid is neiets en geld is alles en een arme is een schooier en een rijke een heer en de wereld vraagt slechts naar centen. VI Draagt nooit vuile boorden en kapotte jasjes en rookt geen steenen pijpjes. Want de wereld wil dat niet en de zaligheid ligt in de pandjesjas. VII Eerst het geld opdat gij geëerd worde wanneer ge geld zult bezitten voor den trouwen dienst aan mij, Uw aleenige God. VIII Leent nooit geld zonder rente, vraag nooit 5 % als ge 5½ kunt bedingen, betaalt nooit f1.- loon als ge 't met f0.90 afkunt, wees eerlijk als 't moet, bedrieg als 't moet, hebt nooit medelijden, geef geen cent als ge er niet indirect 2 door terug kunt krijgen. Maar 't voorzitterschap van 'Liefdadigheid' geeft aanzien. IX Bedenkt immer dat de fisieke kracht bij de massa is. Alzoo zult ge de massa in bedwang houden door fatsoen, door geloof, door politiekerij, door boekjes, scholen, dominees en kranten. En wie 't onderste uit de kan wil hebben krijgt 't deksel op z'n neus. Als ge zonder gevaar 1001 kunt bereiken wees dan niet tevreden met 1000 maar bereken 't gevaar met nauwkeurigheid. X Maar dit zeg ik U, laat nooit zien wat ge wilt noch wie gij zijt maar werk in stilte. Want in huichelen en knoeien ligt Uw heil en karakter is een frase. Dit zijn mijn woorden, van mij Carrière, god door de eeuwen, die de wereld heb verpest en verkankerd door mijne almacht. Amen. (uit: Nescio, Verzameld werk, deel I, Nijgh & Van Ditmar, G.A. van Oorschot, Amsterdam, p. 290-291)
Nescio (Verzameld werk (Dutch Edition))
En als wij weer over de eenzaamheid praten, dan wordt steeds duidelijker dat dat in wezen niet iets is wat je kunt uitzoeken of nalaten. Wij zijn eenzaam. Men kan zichzelf zand in de ogen strooien en doen alsof het niet zo is. Dat is alles. Maar hoeveel beter is het niet om in te zien dat wij het wel zijn, en daar gewoon vanuit te gaan. Het zal ons dan wel duizelen; want alle punten waarop ons oog gewoon was te rusten, worden ons afgenomen, niets is meer nabij en al wat ver is is oneindig ver. Wie vanuit zijn kamer, nagenoeg onvoorbereid en onverhoeds, op de top van een hoge berg zou worden neergezet, zou iets soortgelijks moeten voelen: een weergaloze onzekerheid, het overgeleverd zijn aan iets onbekends zou hem bijna te gronde richten. Borgeby Gård Flädie, Zweden, 12 augustus 2017
Rainer Maria Rilke (Letters to a Young Poet)
De souvereiniteit kan niet gerepresenteerd worden; om dezelfde reden waarom die zich niet laat vervreemden; zij bestaat in essentie uit de algemene wil en de wil laat zich niet representeren; ofwel die blijft wat die al was, of dat is niet het geval, daar zit niets tussen. De afgevaardigden van het volk kunnen daarom niet zijn representanten zijn, zij zijn slechts zijn zaakwaarnemers; er is niets waarover zij vrijelijk kunnen beslissen’. (.....) ‘het Engelse volk denkt vrij te zijn. Maar het vergist zich daar lelijk in. Vrij is het slechts op verkiezingsdag, daarna is het slaaf, niets. En in de zeldzame momenten dat het de vrijheid heeft, maakt het er een zodanig gebruik van dat het verdient die vrijheid te verliezen’. (Quoted by Frank Ankersmit in his Farewell Oration given on April 12th, 2010)
Jean-Jacques Rousseau (The Social Contract & Discourses Jean Jacques Rousseau Jean Jacques Rousseau)
Atticus,' zei ik op een avond, 'wat is nou precies een nikkervriend?' 'Scout,' zei Atticus, 'nikkervriend is alleen maar een van die termen die absoluut niets beduiden - zoiets als snotneus. Ik kan het moeilijk uitleggen. Onwetende en minderwaardige mensen bezigen dat woord als ze denken dat je aan negers de voorkeur geeft boven henzelf. En er zijn ook mensen als wij toe gekomen om dat woord te gebruiken, als ze iemand op een gemene, ordinaire manier willen uitschelden.' 'Maar jij bént toch niet een echte nikkervriend, hè?' 'Dat ben ik zeker. Ik doe mijn best om van iedereen te houden ... Dat is soms een hele toer ... maar baby, het is nooit echt beledigend als iemand je uitscheldt voor iets. dat hij minderwaardig vindt. Dan blijkt alleen maar hoe zielig die ander is, en daarom is het helemaal niet kwetsend.
Harper Lee (On Lee's To Kill a Mockingbird (Cliffs Notes))
Weet jij dat je geen traanbuisjes hebt?' 'Wat? Echt wáár? En ik maar denken dat ik emotioneel introvert was... Ik ben ook niet in staat om te blozen, voor het geval dat uw volgende geniale opmerking ging worden... Mijn hersenen houden mijn lichaamstemperatuur constant in de gaten en ze dwingen me af te koelen als ik te snel te warm wordt. Gewoon zweten, zoals een normaal mens, was blijkbaar te veel gevraagd.
Marissa Meyer (Cinder (The Lunar Chronicles, #1))
Hij kwam niet verder, want Stalin explodeerde opnieuw. 'We hebben die verdomde atoombom van jou niet nodig om te vechten en te winnen! Wat we nodig hebben zijn socialistische zielen en harten! Wie voelt dat hij nooit overwonnen kan worden, kan ook nooit overwonnen worden!' 'Voor zover iemand geen atoombom op hem laat vallen', zei Allan. 'Ik zal het kapitalisme vernietigen! Hoor je dat? Ik zal iedere afzonderlijke kapitalist vernietigen! En ik begin met jou, hond, als je ons niet helpt met die bom!' Allan wilde echter niet langer aan tafel zitten en beledigingen aanhoren. Hij was naar Moskou gekomen om te helpen, niet om uitgescholden te worden. Stalin mocht het zelf uitzoeken. 'Ik heb iets bedacht', zei Allan. 'En dat is?' vroeg Stalin boos. 'Zou je die snor van je niet eens afscheren?' Daarmee was het diner voorbij, want de tolk viel flauw.
Jonas Jonasson (The Hundred-Year-Old Man Who Climbed Out of the Window and Disappeared (The Hundred-Year-Old Man, #1))
Iemand reikte mij het beeld aan van de onderzeeër. Nu ben ik nog nooit in een duikboot geweest, maar het paste voor mij perfect bij wat ik ervoer. Je ligt op de bodem. Het buitenpantser beschermt je tegen het water dat tegen je aandrukt. Alles lijkt te vertragen: het geluid, de tijd, de realiteit. Je hebt weliswaar een periscoop om wat boven het wateroppervlak rond te kijken, maar dat lijkt toch eerder een andere verre wereld. De plek waar alles zich afspeelt, is de cabine waar je in zit: je binnenkant. (...) Het enige wat je in contact kan brengen met het feit dat je leeft, is dat iemand je streelt. Dat er aandacht is voor je gemis en verdriet. Als je je handen niet mag gebruiken om je medeleven te tonen, kies dan woorden die strelen. Gewoon strelen, je moet de pijn niet oplossen. Dat kan je toch niet. Zoek woorden die een warm dekentje kunnen leggen.
Johan Terryn (Het Uur Blauw)
Het centrale proustiaanse besef bestond eruit dat niets in de psychologie van de mens eenvoudig is en dat er geen misleidender gedrag bestaan dan dat wat voor de hand liggend lijkt. Niet alleen draagt iedereen een masker, maar mensen hebben ook verschillende maskers, een hele garderobe vol, voor verschillende gelegenheden. Het leven is een gemaskerd bal waar alle deelnemers met een grote koffer vol maskers naartoe komen voor elke ontmoeting een ander exemplaar opzetten. Mensen begrijpen wordt nog verder bemoeilijkt door het feit dat alle kennis over anderen relatief is en volledig afhangt van de waarnemer (wat dat betreft zat Proust op één lijn met de moderne fysica). Er kan geen onbevooroordeeld, goddelijk begrip zijn, want de waarnemer oefent altijd invloed uit op de geobserveerde. Een ander probleem is dat de geobserveerde een bewegend doelwit is: mensen veranderen voortdurend, maar op subtiele manieren die moeilijk waarneembaar en nog moeilijker te beschrijven zijn. Een van de lastigste opgaven voor een romanschrijver is om het karakter weer te geven als een proces, als een voortdurend op onvoorspelbare manieren veranderende entiteit die tegelijk, paradoxaal genoeg, in essentie hetzelfde blijft. [...] Het sociale leven is dus een ingewikkeld rollenspel tussen wat mensen eigenlijk zijn, wat ze zelf denken te zijn, hoe graag door anderen gezien willen worden en wat anderen feitelijk zien. Het komt maar zelden voor dat deze percepties met elkaar overeenkomen. Mensen veranderen ook voortdurend, maar zijn zich daar overwegend niet van bewust omdat ze zodanig door het rollenspel in beslag worden genomen dat ze geen ruimte hebben om nog iets anders dan hun eigen optreden te zien - en dus zijn de mogelijkheden voor misverstanden en conflicten schier eindeloos.
Michael Foley (Lang leve het gewone. De lessen van het alledaagse leven.)
Op de scholen werden naar Russisch voorbeeld 'scholierenraden' ingesteld om de leraren te controleren, de 'leerplannen' werden afgeschaft, want de kinderen moesten en wilden alleen leren wat hun aanstond. Tegen elke bestaande vorm werd gerevolteerd om het plezier van het revolteren, zelfs tegen de wil van de natuur, tegen de eeuwige polariteit van de geslachten. De meisjes lieten hun haar knippen, zo kort dat je hun 'Bubi'-kapsels niet van die van de jongens kon onderscheiden, jongemannen schoren snorren en baarden af om meisjesachtiger te zijn, homoseksualiteit en lesbiennendom werden, niet uit innerlijke noodzaak maar als protest tegen de ouderwetse, legale, 'normale' vormen van liefde de grote mode. Elke uitdrukkingsvorm van het bestaan deed zijn best radicaal en revolutionair voor de dag te komen, natuurlijk ook de kunst.[...] Overal werd het element van de toegankelijkheid uitgebannen, de melodie in de muziek, de gelijkenis in het portret, de verstaanbaarheid in de taal. De lidwoorden 'de', 'het' en 'een' werden uitgeschakeld.
Stefan Zweig (The World of Yesterday)
Er zijn eenvoudige, korte oefeningen die het lichaam in kort bestek afmatten en dus tijd besparen, en vooral dat laatste moeten we goed bijhouden. Ga bijvoorbeeld hardlopen, of oefenen met gewichten, of springen. Je kunt hoog- of verspringen, of laat ik zeggen 'ritueel dansen' of, om het banaler te zeggen, stampen als de wasman in zijn tobbe. Kies maar, het is allemaal simpel en gemakkelijk om te doen.Maar wat je ook doet, keer snel weer terug van het lichaam naar de ziel! Want die moet je dag en nacht trainen, die wordt door matige inspanning gevoed. En dat soort training wordt niet belet door kou of hitte, nee, niet eens door ouderdom. Richt je op iets goeds dat op den duur alleen maar beter wordt. En ik zeg niet dat je altijd boven je boeken of schrijftafeltjes moet zitten. Laat je geest ook eens wat anders doen, maar dan zo dat het ontspannend werkt en niet ontkrachtend. Een tochtje in de wagen schudt de ledematen los, zonder de studie te beletten: je kunt iets lezen of dicteren, je kunt praten of luisteren, allemaal dingen die ook tijdens een wandeling mogelijk zijn.
Seneca
Wat ik 'vermoeidheid' noem is ouderdom, en daarvoor bestaat geen rust behalve de dood. Wat is het ergst van al dit 'slecht want strijdig met de natuur'? Jong zijn en je genot ontzeggen of oud zijn en het nog steeds zoeken? Er zijn zekere geneugten van het vlees die het ouder wordende lichaam steeds vergeefser najaagt als het er zich in zijn jeugd niet aan bedronken heeft. Te kuise jongelingsjaren leiden tot liederlijke ouderdom. Het is waarschijnlijk gemakkelijker af te zien van wat men heeft gekend dan van datgene waarover men fantaseert. Men heeft hierin geen spijt van wat men heeft gedaan, maar van wat men niet heeft gedaan en zou hebben kunnen doen. En die spijt krijgt dan zelfs de donkere kleur van wroeging. Ik heb het gevoel dat ik ook hierin het meest tot onthouding gebracht word door redenen van esthetische aard. Oude handen verdorren wat zij strelen, dunkt me, maar ze hebben hun eigen schoonheid wanneer ze zich vouwen in gebed. Jonge handen zijn gemaakt voor liefkozingen en de mantel der liefde, het is jammer ze te vroeg samen te vouwen. Ja, die in gebed gevouwen handen verzinnebeelden fraai de mystieke omhelzing van het ongrijpbare, als de verliefde armen in het luchtledige grijpen omdat de realiteit ontglipt en er niemand is.
André Gide (Journals 1889-1949)
De nabestaande moet worden aangemoedigd 'te gaan zitten in een zonnig vertrek', bij voorkeur met een open haard. Er mag eten, maar 'in zeer kleine hoeveelheden', worden aangeboden op een dienblad: thee, koffie, bouillon, wat toast, een gepocheerd ei. Melk mag ook, maar alleen warme: 'Koude melk is slecht voor iemand die toch al onderkoeld is.' Wat de overige voeding betreft: 'De kok kan iets voorstellen wat doorgaans heel lekker wordt gevonden - maar er dient heel weinig tegelijk te worden geserveerd, want de maag mag wel leeg zijn, de tong verwerpt de gedachte aan eten, en de spijsvertering laat zeker te wensen over.' De rouwende wordt aangeraden zuinig aan te doen bij de aanschaf van rouwkleding: de meeste reeds bestaande kledingstukken, en ook leren schoeisel en strohoeden, 'laten zich volmaakt zwart verven'. De te maken kosten moeten vooraf worden berekend. Tijdens de begrafenis dient er een vriend achter te blijven in het huis. Deze moet ervoor zorg dragen dat het gelucht wordt, dat verplaatst meubilair weer wordt teruggezet en de haard wordt aangestoken om de familie te verwelkomen. 'Het verdient ook aanbeveling wat thee of een soepje klaar te maken,' laat mevrouw Post ons weten, 'en dat dient hun bij thuiskomst te worden gebracht zonder eerst te vragen of ze het believen. Mensen die veel verdriet hebben willen niet eten, maar als ze het krijgen voorgeschoteld zullen ze het automatisch aannemen, en iets warms om de spijsvertering op gang te brengen en de gebrekkige bloedsomloop te stimuleren is wat ze bovenal behoeven.
Joan Didion (The Year of Magical Thinking)
Want de Atheense democratie is inmiddels, zoals iedere democratie mettertijd, een parodie op zichzelf geworden, waarin leiders dagelijks ter verantwoording worden geroepen en waarin het beleid elke dag opnieuw ter discussie staat. De staat wordt geregeerd door de angst voor volksgerichten en de volatiliteit van de publieke opinie. […] Het volk is verdeeld. Het lijkt wel alsof er elke dag meer facties en partijen met verontwaardigde deelbelangen bij komen, die meer energie investeren in het bestrijden van elkaar dan in het dienen van het collectieve belang. Wanneer zich geen substantiële kwestie aandient waarover men van mening kan verschillen, worden willekeurige trivialiteiten aangegrepen om haat en vijandigheid uit te diepen en te benadrukken wat het volk verdeelt in plaats van wat het volk zou moeten verbinden. Ieder is overtuigd van zijn eigen gelijk en de waarheid wordt onder de immense hoeveelheid waarheden bedolven. Hiermee is de democratie verworden tot een ochlocratie, waarin de turbulentie van opvliegendheid en oncontroleerbare verontwaardiging de macht hebben gegrepen en waarin het staatsbelang dagelijks wordt geofferd op het altaar van de deelbelangen van doelgroepen. Wantrouwend en verdeeld volk kan leiders afzetten en beleid saboteren, maar het kan geen staat besturen. De democratie erodeert onder de obsessie voor pietluttigheden en details. Achterdocht knaagt onophoudelijk en de metselspecie van vertrouwen in de collectieve zaak wordt met elk incident verder afgebikt tot zij verpulvert en het bouwwerk instort dat ooit solide leek. Een autocratie kan maatschappelijke coherentie goedschiks of kwaadschiks afdwingen, maar een democratie functioneert uitsluitend bij de gratie van het breekbare vertrouwen in haar wetten en instituties. Dit vertrouwen wordt doelbewust verder ondermijnd door politici die in naam van de democratie het wantrouwen in de democratie voeden. Hoe verdeeld het volk ook is, er staan om de haverklap leiders op die de uiteenlopende vormen van onvrede mobiliseren en pretenderen dat zij namens het gehele volk spreken. Zij spiegelen het volk voor dat het een monopolie heeft op het gezonde verstand en dat het homogeen is in zoverre het wordt verraden door de politieke elite. Zij presenteren het als een vanzelfsprekendheid dat de gezonde volkswil, die door de heersende klasse wordt genegeerd, naadloos samenvalt met hun eigen standpunten en elke mening die afwijkt van die van hen, beschouwen zij als een verloochening van het soevereine volk en een verkrachting van de democratie. Zij doen een beroep op emotie en presenteren rationaliteit als een instrument van het establishment. Het volk heeft geen behoefte aan feiten of argumenten, omdat het volk dondersgoed weet dat argumentatie een onderdeel is van het complot om het volk te onderwerpen en dat dat de feiten zijn. Met de insinuatie dat de democratische instituties het werktuig zijn waarmee de politieke elite het volk knecht en kleineert, zetten zij het volk in naam van de democratie op tegen de democratie, die in hun visie geen democratie mag heten als zij niet neerkomt op een compromisloze alleenheerschappij van hun eigen gelijk.
Ilja Leonard Pfeijffer (Alkibiades)
In hun nieuwe, eigen ontplooiing zullen het meisje en de vrouw slechts tijdelijk mannelijke deugden en ondeugden imiteren en mannelijke beroepen nabootsen. Na de onzekerheid van zulke overgangen zullen de vrouwen het grote aantal en de wisseling van die (veelal belachelijke) vermommingen alleen hebben doorgemaakt om hun meest persoonlijke wezen te zuiveren van de misvormende invloeden van het andere geslacht. De vrouwen, in wie het leven directer, vruchtbaarder en rijker aan vertrouwen is genesteld, moeten immers in wezen rijpere mensen zijn geworden, menselijker mensen dan de lichte, niet door het gewicht van een lichamelijke vrucht onder het levensoppervlak getrokken man, die, verwaand en gehaaste als hij, onderschat wat hij meent lief te hebben. Dat zal dit onder pijnen en vernederingen tot rijping gekomen mensdom van de vrouw, als zij de conventies van de slechts-vrouwelijkheid in de vermommingen van haar uiterlijke staat zal hebben afgelegd, het licht zien, en de mannen die dit nu nog niet voorvoelen zullen erdoor worden verrast en verslagen. Op zekere dag (waarvan nu reeds, vooral in de noordelijke landen, betrouwbare tekenen spreken en schitteren), op zekere dag bestaan er het meisje en de vrouw, wier naam niet meer alleen een tegenpool van het mannelijke zal betekenen, maar iets op zichzelf staands, iets waarbij je niet aan aanvulling en begrensdheid denkt, alleen aan leven en bestaan: de vrouwelijke mens. Deze vooruitgang zal het liefde-beleven dat nu vol dwaling is (vooralsnog zeer tegen de wil van de voorbijgestreefde mannen), veranderen, grondig wijzigen en omvormen tot een verhouding die bedoeld van mens tot mens, en niet meer van man tot vrouw. - Rome, 14 mei 1904
Rainer Maria Rilke (Letters to a Young Poet)
Als Berthe vraagt of ze ergens trots op is aarzelt ze even en zegt dan dat ze jaren geleden, in dat strafkamertje, waar ze dus inderdaad vaak zat, wat ze eigenlijk prettig vond omdat dan niemand zich met haar bemoeide, dat ze, toen ze nog echt een kind was, probeerde op haar handen te staan met haar voeten tegen de muur, bijna zo lang als het Misearatur duurde en dat dat lukte en dat het haar voor het eerst een ongekend gevoel van vrijheid gaf en dat ze toen, dat ze zich toen afvroeg wat er nog meer kon zijn dat haar vrijheid gaf, maar dat ze dit aan niemand heeft verteld omdat op je handen staan toch niet echt nodig wordt gevonden en ook niet gepast, dus het is iets wat niemand weet. Een wolk haalt het groene veldje licht en de rode toef op het bureau weg. Berthe vraagt of ze het nog steeds kan, op haar handen staan, en ze zegt dat ze het al wel drie jaar niet meer heeft gedaan en dat ze nu ook een stuk langer is geworden en Berthe vraagt of ze het voor haar alleen toch nog een keer wil doen, en hoewel het zo lang geleden is en nog nooit iemand heeft gekeken en het vast niet meer goed gaat als iemand naar haar kijkt terwijl ze het doet, omdat alles altijd het beste gaat als niemand kijkt, zegt ze toe, omdat het voor Berthe is en voor niemand anders, ze wil graag iets doen voor Berthe alleen, iets waar Berthe haar om vraagt, daarom probeet ze het, met haar lijf dat zoveel langer is geworden en haar borsten die last hebben van de zwaartekracht, het gaat vijf keer mis en vijf keer zegt ze: Ziet-u-wel-ik-kan-het-niet-meer-en-vroeger-kon-ik-het en de zesde keer staat ze daar op haar handen met haar voeten tegen een blinde wand aan en zegt ze in één teug: Misereatur-mei-omnipotens-Deus-et-dimittat-mihi-omnia-peccata-mea-liberet-me-ab-omni-malo-salvet-et-confirmet-in-omni-opere-bono-et-perducat-me-ad-vitam-aeternam-amen, waarna ze haar voeten weer naar de vloer laat vallen.
Joke van Leeuwen (Feest van het begin)
(Ik luister naar hem, en als hij de scène van de koppelaar en het meisje dat verleid wordt voordraagt, word ik door twee tegengestelde opwellingen aangegrepen, ik weet niet of ik moet lachen of kwaadworden. Ik heb het er moeilijk mee: tien keer onderdrukt een schaterlach mijn woede, tien keer eindigt mijn diepe verontwaardiging in een schaterlach. Ik ben geheel van streek door zoveel scherpzinnigheid en laaghartigheid, door de afwisseling van zulke juiste en zulke verkeerde denkbeelden, door een zo totale perversiteit der gevoelens, een zo grote verdorvenheid en een zo ongewone openhartigheid. Hij merkt de strijd die in mij woedt en vraagt: Wat is er?) IK. Niets. HIJ. U schijnt in de war te zijn. IK. Dat ben ik ook. HIJ. Maar wat raadt u me dan aan? IK. Over iets anders te praten. Ach, ongeluksvogel, bent u altijd zo geweest of bent u zo diep gezonken? HIJ. Dat geef ik toe. Maar trekt u zich mijn toestand niet zo aan. Het was niet mijn bedoeling u verdriet te doen, toen ik mijn hart voor u uitstortte. Ik heb bij die mensen nog wat gespaard. Zoals u weet kreeg ik alles wat ik nodig had, absoluut alles, en ze gaven me nog wat extra zakgeld voor mijn persoonlijke pleziertjes. (Dan begint hij met zijn vuisten op zijn voorhoofd te slaan, zich op de lippen te bijten en met een verwilderde blik naar het plafond te staren, terwijl hij uitroept: Wat gebeurd is, is gebeurd. Ik heb wat opzij gelegd, de tijd is voorbij gegaan en dat is al veel gewonnen.) IK. U bedoelt zeker verloren? HIJ. Nee, nee, gewonnen. Men wordt elke minuut rijker: een dag minder te leven of een daalder meer, dat is precies eender. Het belangrijkste is toch iedere avond lekker op je gemak, vrij en overvloedig naar de plee te kunnen gaan: 'O stercus pretiosum!' Dat is het grote doel van het leven in alle rangen en standen. Op het laatste moment zijn we allemaal even rijk: Samuel Bernard die door diefstal, zwendel en fraude zevenentwintig miljoen in goud nalaat, en Rameau, die niets nalaat, Rameau die van de armen zal worden begraven.
Denis Diderot
Feiten, zei ik. Wat zijn feiten? Feiten zijn niets meer dan toevalligheden, die net zo goed anders hadden kunnen zijn. Wanneer er op de zesde dag van de wassende maan van de maand Maimakterion een aardbeving plaatsvindt, is er geen enkele reden te bedenken waarom deze niet had kunnen plaatsvinden op de vierde dag van de afnemende maan van Mounychion. De grote koning van Perzië kan evengoed eerder of later sterven dan de dag waarop hij sterft. De weldadige schaduw van de wilg en de plataan waarin wij jaren geleden over hem hebben gesproken, had ook geworpen kunnen zijn door een eik en een notelaar. Ik had ook kunnen uitglijden toen ik op het strand van Kyzikos oog in ○00 kwam te staan met Mindaros, Spartaanse admiraal waardoor de Hellespont, de Bosporus en de oorlog misschien verloren waren geweest voor Athene, Elke gebeurtenis is de worp van een dobbelende hand. De geschiedenis ontbeert logica. Met onze interpretaties achter af proberen we de loop van de gebeurtenissen uit alle macht in een voor ons bevredigend stramien van oorzaken en gevolgen te persen, maar de feiten als zodanig zijn manifestaties van willekeur. Daardoor zijn feiten nog eenvoudiger te bestrijden dan abstracte waarheden. Als ik mij van een onwelkom feit wil ontdoen, maak ik er een mening van door mijn eigen onwaarheid er als mijn eigen mening tegenover te stellen. Vervolgens is het eenvoudig voor mij om het debat te winnen en de meerderheid van het volk van de waarheid van mijn leugen te overtuigen, want de pleitbezorger van de feiten wordt gehinderd door de beperking die hem wordt opgelegd door de omstandigheid dat de willekeur van zijn feiten samenhang ontbeert en niet noodzakelijkerwijs een goed verhaal oplevert, terwijl als leugenaar vrij ben als een vogel, mij niets hoef aan te trekken van de hinderlijke feiten en een verhaal kan verzinnen dat meer logica vertoont en geloofwaardiger is dan de werkelijkheid. En omdat waarschijnlijkheid een groter gewicht in de schaal legt dan waarheid zoals wij eerder hebben geconcludeerd, maakt de waarheidsverteller vanwege zijn gebondenheid aan willekeurige feiten geen schijn van kans tegen de vrijheid van de leugenaar.
Ilja Leonard Pfeijffer (Alkibiades)
Wanneer ik probeer na te gaan wat ik aan de kant van Méséglise te danken heb - de bescheiden ontdekkingen die daar hun toevallige decor of onmisbare inspiratiebron hadden - herinner ik me dat het op een van die wandeltochten was, dat najaar, bij de dichtbegroeide helling die Montjouvain beschut, dat ik voor het eerst werd getroffen door die onevenredigheid tussen onze indrukken en de gebruikelijke uitdrukkingswijze daarvan. Toen ik, na een uur monter tegen regen en wind te hebben opgetornd, aankwam bij de plas van Montjouvain, bij een met dakpannen afgedekt hutje waar de tuinman van M. Vinteuil zijn gereedschap opborg, was de zon weer doorgebroken, en zijn in de stortbui schoongespoelde verguldsel glansde als nieuw in de lucht, op de bomen, op de muur van de hut, op het nog natte pannendak, waar boven aan de nok een kip rondstapte. De blazende wind rukte horizontaal aan de grassen die in het muurbeschot groeiden en aan de donzen veren van de kip, die, het ene zowel als het andere, gerekt tot in hun volle lengte, meegaven op het waaien met de overgave van inerte, lichte dingen. Het pannendak bracht in de plas, die de zon opnieuw liet spiegelen, een roze marmering teweeg waar ik nooit eerder acht op had geslagen. En toen ik op het water en op het muurvlak een bleke glimlach de glimlach van de hemel zag beantwoorden, riep ik in mijn enthousiasme, zwiepend met mijn weer dichtgevouwen paraplu: 'Allemachtig, allemachtig.' Maar tegelijkertijd besefte ik dat het mijn plicht zou zijn geweest het niet bij die ondoorzichtige woorden te laten, maar te proberen iets van mijn verrukking te begrijpen. En het was ook die dag - dankzij een voorbijkomende boer die er al uitzag of hij vrij slechtgehumeurd was, wat erger werd toen hij bijna mijn paraplu in zijn gezicht kreeg, en die mijn 'mooi weer hè, goed om te lopen' stug beantwoordde - dat ik te weten kwam dat dezelfde emoties zich niet tezelfdertijd, volgens een al van tevoren vaststaand patroon, bij alle mensen voordoen. Altijd als ik, later, door het wat langdurige lezen in een spraakzame stemming was gebracht, had de schoolvriend met wie ik maar al te graag een gesprek wilde beginnen er juist plezierig op los gepraat en wenste nu ongestoord te kunnen lezen. Als ik net vol genegenheid aan mijn ouders had gedacht en bezield was van de beste voornemens, die hun het meest plezier zouden doen, hadden zij dezelfde tijd gebruikt om achter een - door mij vergeten - pekelzonde te komen waar ze mij streng om berispten terwijl ik naar hen toe rende om hun een zoen te geven.
Marcel Proust (Du côté de chez Swann / À l'ombre des jeunes filles en fleurs / Le Côté de Guermantes)
„Zie zoo, nu zie ik ze niet meer. Jij weet niet wat handel is, Koekebakker, anders zou je der niet om lachen. Om te beginnen ga je tot je achtiende jaar op school. Heb jij ooit geweten hoeveel schapen er in Australië zijn en hoe diep ’t Suezkanaal is? Nou juist, daar heb je het. Ik heb dat geweten. Weet jij wat polarisatie is? Ik ook niet, maar ik heb ’t geweten. De raarste dingen heb ik moeten leeren. Vertaal in ’t Fransch: [80]„onder benefice van inventaris.” Ga der maar tegen aan staan. Je hebt er geen begrip van, Koekebakker. Dat duurt zoo jaren. Dan doet je ouwe heer je op een kantoor. Dan merk je, dat je al die dingen geleerd hebt om met een kwast papier nat te maken. Overigens is ’t ’t ouwe gedonderjaag, ’s morgens om negen uur present en urenlang stil zitten. Ik vond dat ik op die manier niet opschoot. Ik kwam altijd te laat, ik probeerde wel op tijd te komen, maar ’t wou niet meer, ik had ’t zooveel jaren gedaan. En taai. Ze zeiden dat ik alles verkeerd deed, daar zullen ze wel gelijk aan gehad hebben. Ik wilde wel, maar ik kon niet, ik ben geen kerel om te werken. Ze zeiden, dat ik de anderen van hun werk hield. Ook daarin zullen ze wel gelijk gehad hebben. Als ik klaagde, dat ik ’t niks lollig vond en vroeg of ik daarvoor nu op school al die wonderlijke dingen had geleerd, dan zei de oue boekhouder: „Ja jongetje, het leven is geen roman.” Bakken vertellen, dat kon ik en dat vonden ze leuk ook, maar ze waren er niet tevreden mee. De ouwe boekhouder wist al heel gauw niet wat hij met me doen moest. Als de baas er niet was maakte ik dierengeluiden, zong komieke liedjes, die ze nog nooit hadden gehoord. De zoon van den baas was een ingebeelde kwajongen; af en toe kwam i op kantoor om centen te halen. Hij sprak vreeselijk gemaakt en keek met een allerellendigst, door niets gemotiveerd vertoon van superioriteit naar de bedienden van zijn pa. De lui lachten zich een beroerte als ik dien jongeheer nadeed. Ik heb daar ook nog een schrijfmachine bedorven en een boek weggemaakt. Toen hebben ze me aan een toestel gezet, dat ze de „guillotine” noemden. Daar moest ik monsters mee knippen. Dagen lang heb ik daaraan gestaan: alle monsters werden scheef. De lui hadden ’t wel in de gaten, ze hadden niets [81]anders verwacht. Ze hadden me daar alleen maar aan gezet om erger te voorkomen. Die monsters werden weggegooid; die gingen nooit naar de klanten. Toch had ik in die dagen nog gelegenheid om een brief verkeerd in te sluiten. Natuurlijk was ’t erg; de man die den brief kreeg mocht niet weten, dat de baas zaken deed met den man waaraan i geschreven was. De boekhouder was totaal van streek. Toen begreep ik, dat ik maar liever heen moest gaan. Ik kreeg een poot van den baas. Ik was zelf ook blij dat ik wegging en heb hem hartelijk de hand geschud. Ik heb gezegd, dat ’t me speet, maar dat ik er niets aan doen kon en ik geloof, dat ’k ’t meende. Zie je, Koekebakker, dat is handel. Ik ben daarna nog drie weken volontair geweest op een effectenkantoortje, krantjes nakijken met een boek om te zien of de stukken van de klanten waren uitgeloot. Je ergste vijand zal er voor bewaard blijven. Ze moesten me wegdoen. Ik moest daar ook copieeren. Er was geen denken aan, dat ze uit ’t copieboek konden wijs worden. Ik zag wel in dat ’t zoo niet ging, ik kon er mijn hoofd niet bij houden.
Nescio (De Uitvreter, Titaantjes, Dichtertje, Mene Tekel)