Vlinder Quotes

We've searched our database for all the quotes and captions related to Vlinder. Here they are! All 11 of them:

Vlinders zijn de meest vergankelijke, gracieuze schepsels ter wereld. Ze worden uit het niets geboren, verlangen stilletjes naar iets heel kleins en beperkts, om uiteindelijk weer als in het niets te verdwijnen.
Haruki Murakami (1Q84 (1Q84, #1))
En Bram was zijn zoon. Juist omdat hij het niet was - van je eigen zoon zou je verplicht zijn te houden, waardoor je altijd moest twijfelen of je het wel echt deed; van Bram hield hij omdat het Bram was.
Tim Krabbé (Een tafel vol vlinders)
Als we ons met de instelling van de reiziger [met ontvankelijkheid als voornaamste kenmerk] door onze eigen omgeving bewogen, zou deze wellicht niet minder interessant blijken dan de hoge bergpassen en de oerwouden vol vlinders in Humboldts Zuid-Amerika.
Alain de Botton (The Art of Travel)
Het voelde alsof zij de enigen op de wereld waren met een ziel.
Tim Krabbé (Een tafel vol vlinders)
Vind je het goed als ik jou gebruik om mijn leven aan diggelen te gooien?
Tim Krabbé (Een tafel vol vlinders)
Dan was hij niet boos, zoals je huis niet boos is als je met vakantie bent geweest.
Tim Krabbé (Een tafel vol vlinders)
Geluk en ongeluk werden zielenstaten buiten haar om. Zij is: niets! Kan dat sereniteit wezen? Zij is een meisje geworden dat de eenvoudigste functie van het bestaan voltrekt zonder dat daar enig gevoelen bij te pas komt. Zij is een jonge vrouw die zich door de stad beweegt en geen indrukken meer van buiten ontvangt; een jonge vrouw, wier innerlijk niet meer afgestemd is op iets van buitenuit. Een wezen zonder ziel, misschien! Zo zijn er inderdaad velen; hier is echter een ziel geweest. Die ziel geleek een vlinder. Hij fladderde op, er blijft wat gekleurd stof van de vleugels trillen op het plantblad, en dat stof wekt voortdurend herinnering aan de weggefladderde vlinder. De tijd verglijdt.
Lode Zielens (Moeder, waarom leven wij?)
Al bij de eerste kus had ze er rekening mee gehouden dat de liefde zou kunnen vervliegen: de vlinders blijven niet fladderen in je buik. Vroeg of laat komen ze tot rust en vormen zich tot bloemen in de tuin van je hart; of ze worden mest voor andere vleugels, andere hartkloppingen, andere kriebels in je buik.
Federica Brunini
Når jeg ser små barn, merker jeg ikke noe til denne myke morsfølelsen, kjenner bare sur lukt, ser for meg deres endeløse kravling, hovne gummer, våte smekker, klissete kinn, en rød hake, kaldt sikkel på en hake.
Auður Ava Ólafsdóttir (Vlinders in november)
We deden ons best ons steeds flexibeler op te stellen en we merkten ook dat we vergevingsgezinder werden, jegens onszelf én iedereen die we onderweg tegenkwamen. Erg veel keus hadden we eerlijk gezegd ook niet. Met reisplannen die afhankelijk waren van de aanwezigheid van plaatsen waar we gratis ons afvalwater konden lozen (die ons gps-systeem niet altijd aangaf…) en eventueel oponthoud in stadjes onderweg (als gevolg van een optocht, een marathon, wegwerkzaamheden) waren een open mind en een vrije geest haast een vereiste. En dan was er nog de waslijst aan dingen die we onveranderlijk thuis vergaten, waardoor we gedwongen werden een creatieve oplossing te verzinnen voor bepaalde dingen. Om nog maar te zwijgen van onze ontmoetingen met coyotejongen, elanden, beren, vlinders die zich massaal verplaatsten, of de vrouw die op hoge hakken haar varkentje uitliet op de camping, gehuld in een trui met monogram, die perfect paste bij het truitje dat het varken droeg. Hoe door de wol geverfd je ook bent en hoe goed je ook probeert te plannen, reizen leert je nergens meer van op te kijken en overal gewoon in mee te gaan. Natuurlijk
Tim Bauerschmidt (Driving Miss Norma)
Maar asof die natuur self vir Eron ’n troosgeskenk wou gee, was dit ’n helder herfsdag toe hy die voetheuwels van Galgepiek bereik. Die son het deur die takke gesprankel en die woud in skarlaken en brons gehul. Daar was die sonlig en die herfsblare en sy gedagtes het verder weggedwaal, sodat hy nie mooi besef het wat rondom hom gebeur nie. Die klank van tienduisend ruisende, ritselende blare het sy aandag getrek. Maar dit was nie herfsblare nie, dit was vlinders wat in die Nanaalse woud vertoef op reis na die warmer suidelike streke. Soos blare met gekartelde rante het hulle rondgedwarrel en ineens was alles één: Die vlinders was bewus van die son, die son het homself gedeel met die woud, die woud was bedag op die voetstappe en het haarself oopgekelk vir die hartseer seun en sy hond.
Carina Stander (Die Wonderwese)