Mijn Zoon Quotes

We've searched our database for all the quotes and captions related to Mijn Zoon. Here they are! All 10 of them:

Het was verschrikkelijk, zeker, maar er was al zoveel verschrikkelijks in mijn leven gebeurd dat ik - hoe, dat zoude wel altijd een raadsel blijven - had overleefd en doorstaan... Misschien kon dit er nog net bij...
Gerard Reve (Moeder en zoon)
In Nederland wil ik niet leven, Men moet er steeds zijn lusten reven, Ter wille van de goede buren, Die gretig door elk gaatje gluren. 'k Ga liever leven in de steppen, Waar men geen last heeft van zijn naasten: Om ‘t krijschen van mijn lust zal zich geen reiger reppen, Geen vos zijn tred verhaasten. In Nederland wil ik niet sterven, En in de natte grond bederven Waarop men nimmer heeft geleefd. Dan blijf ik liever hunkrend zwerven En kom terecht bij de nomaden. Mijn landgenooten smaden mij: "Hij is mislukt." Ja, dat ik hen niet meer kon schaden, Heeft mij in vrijheid nog te vaak bedrukt. In Nederland wil ik niet leven, Men moet er altijd naar iets streven, Om ‘t welzijn van zijn medemenschen denken. In het geniep slechts mag men krenken, Maar niet een facie ranslen dat het knalt, Alleen omdat die trek mij niet bevalt. Iemand mishandlen zonder reden Getuigt van tuchtelooze zeden. Ik wil niet in die smalle huizen wonen, Die leelijkheid in steden en in dorpen Bij duizendtallen heeft geworpen... Daar loopen allen met een stijve boord - Uit stijlgevoel niet, om te toonen Dat men wel weet hoe het behoort - Des Zondags om elkaar te groeten De straten door in zwarte stoeten. In Nederland wil ik niet blijven, Ik zou dichtgroeien en verstijven. Het gaat mij daar te kalm, te deftig, Men spreekt er langzaam, wordt nooit heftig, En danst nooit op het slappe koord. Wel worden weerloozen gekweld, Nooit wordt zoo'n plompe boerenkop gesneld, En nooit, neen nooit gebeurt een mooie passiemoord.
J. Slauerhoff
„Zie zoo, nu zie ik ze niet meer. Jij weet niet wat handel is, Koekebakker, anders zou je der niet om lachen. Om te beginnen ga je tot je achtiende jaar op school. Heb jij ooit geweten hoeveel schapen er in Australië zijn en hoe diep ’t Suezkanaal is? Nou juist, daar heb je het. Ik heb dat geweten. Weet jij wat polarisatie is? Ik ook niet, maar ik heb ’t geweten. De raarste dingen heb ik moeten leeren. Vertaal in ’t Fransch: [80]„onder benefice van inventaris.” Ga der maar tegen aan staan. Je hebt er geen begrip van, Koekebakker. Dat duurt zoo jaren. Dan doet je ouwe heer je op een kantoor. Dan merk je, dat je al die dingen geleerd hebt om met een kwast papier nat te maken. Overigens is ’t ’t ouwe gedonderjaag, ’s morgens om negen uur present en urenlang stil zitten. Ik vond dat ik op die manier niet opschoot. Ik kwam altijd te laat, ik probeerde wel op tijd te komen, maar ’t wou niet meer, ik had ’t zooveel jaren gedaan. En taai. Ze zeiden dat ik alles verkeerd deed, daar zullen ze wel gelijk aan gehad hebben. Ik wilde wel, maar ik kon niet, ik ben geen kerel om te werken. Ze zeiden, dat ik de anderen van hun werk hield. Ook daarin zullen ze wel gelijk gehad hebben. Als ik klaagde, dat ik ’t niks lollig vond en vroeg of ik daarvoor nu op school al die wonderlijke dingen had geleerd, dan zei de oue boekhouder: „Ja jongetje, het leven is geen roman.” Bakken vertellen, dat kon ik en dat vonden ze leuk ook, maar ze waren er niet tevreden mee. De ouwe boekhouder wist al heel gauw niet wat hij met me doen moest. Als de baas er niet was maakte ik dierengeluiden, zong komieke liedjes, die ze nog nooit hadden gehoord. De zoon van den baas was een ingebeelde kwajongen; af en toe kwam i op kantoor om centen te halen. Hij sprak vreeselijk gemaakt en keek met een allerellendigst, door niets gemotiveerd vertoon van superioriteit naar de bedienden van zijn pa. De lui lachten zich een beroerte als ik dien jongeheer nadeed. Ik heb daar ook nog een schrijfmachine bedorven en een boek weggemaakt. Toen hebben ze me aan een toestel gezet, dat ze de „guillotine” noemden. Daar moest ik monsters mee knippen. Dagen lang heb ik daaraan gestaan: alle monsters werden scheef. De lui hadden ’t wel in de gaten, ze hadden niets [81]anders verwacht. Ze hadden me daar alleen maar aan gezet om erger te voorkomen. Die monsters werden weggegooid; die gingen nooit naar de klanten. Toch had ik in die dagen nog gelegenheid om een brief verkeerd in te sluiten. Natuurlijk was ’t erg; de man die den brief kreeg mocht niet weten, dat de baas zaken deed met den man waaraan i geschreven was. De boekhouder was totaal van streek. Toen begreep ik, dat ik maar liever heen moest gaan. Ik kreeg een poot van den baas. Ik was zelf ook blij dat ik wegging en heb hem hartelijk de hand geschud. Ik heb gezegd, dat ’t me speet, maar dat ik er niets aan doen kon en ik geloof, dat ’k ’t meende. Zie je, Koekebakker, dat is handel. Ik ben daarna nog drie weken volontair geweest op een effectenkantoortje, krantjes nakijken met een boek om te zien of de stukken van de klanten waren uitgeloot. Je ergste vijand zal er voor bewaard blijven. Ze moesten me wegdoen. Ik moest daar ook copieeren. Er was geen denken aan, dat ze uit ’t copieboek konden wijs worden. Ik zag wel in dat ’t zoo niet ging, ik kon er mijn hoofd niet bij houden.
Nescio (De Uitvreter, Titaantjes, Dichtertje, Mene Tekel)
Italië wint van de Bondsrepubliek met 3-1 in de finale van het wereldkampioenschap voetbal, Vlaanderen raakt zonder stroom nadat de levering in de kerncentrale van Doel 'om veiligheidsredenen' onderbroken is, er worden zes mensen doodgeschoten in een joods restaurant aan de Parijse rue des Rosiers, het Israëlische leger intensiveert zijn bombardementen op Beiroet, en al die weken door zeurt mijn zoon me aan mijn kop, tot ik hem ten langen leste meeneem naar het ziekenhuis.
Bavo Claes (Kraai)
Mijn laatste vrouw kwam mijn leven binnengewandeld als in een bloemrijk vers van een stokoude Lodeizen. Ze beloofde me vijf jaar te wiegen. Ze stelde me voor aan haar zoon. Zeven jaar oud. En omdat het Austeriaanse Legoland Perpectief ook wat wil in dit universum, bleek het joch dezelfde ziekte als ik te bezitten. De televisiegenieke versie ook nog. Gooien, smijten en slaan. En er was nog een verrassing: zo onopgevoed had ik een kind nog nooit gezien. Onbegrijpelijk onopgevoed. In mij stond een vader op. Zo'n enorm groot beest van een vader, dat ik Opvoeden wilde tot ik erin bleef. Na drie weken was de vrouw jaloers op de aandacht die ik het kind schonk. Na vijf weken gebruikte ze hem als chantagemiddel.
Nanne Tepper
Yannick Dangre. Mensen, zo heet toch niemand? Het moet wel bijna een pseudoniem zijn. Als je echt 'Yannick Dangre' heet moet je wel gek zijn onder die naam poëzie te gaan schrijven, kun je net zo goed meteen 'rijkeluiszoontje' op je voorhoofd tatoeëren. Nee, als de jongen echt zo heet, mijn god, dan heb ik met hem te doen. Je ziet zijn moeder voor je, Helen Dangre, die tegen vader Jacques Dangre zegt, zeg, zullen we onze zoon Yves noemen? Nee, gotsiemikkie, wat gewoontjes, maak er maar Yannick van. Jakkie! Maar als hij echt Yannick Dangre heet, dan had hij wis en waarachtig poëzie geschreven onder de naam Frits van den Ende, of als het ludiek moest wezen Frits Mompelkut, en zo weet ik dus stellig te beweren dat het alleen een pseudoniem kan zijn, maar die gedachte is onverdraaglijk, ik kan er niet van slapen. Je gaat poëzie schrijven en je noemt jezelf 'Yannick Dangre'. En dan heb je tot overmaat van ramp zo'n 18e eeuwse krullendos, en schrijf je met een ganzenveren pen met grote sierlijke prulletters de derde nachtbundel van het jaar, geadverteerd als 'De wereld lijkt langzaam in een donkere nacht te verdwijnen en dat vraagt om reactie.' Nou, bij deze dan, Yannick. Met je nacht en navel. Kom uit de kast, zeg ik. Zou dit dezelfde onverlaat zijn die ook Chretien Breukers verzon?
Martijn Benders
De rechters In het hoge Peru, in Nicaragua, doorheen Patagonië, in de steden, kreeg je geen rechten, bezit je niets: beker van de miserie, in de steek gelaten zoon van de Amerika’s, geen wet, geen rechter beschermt voor jou je grond, je hut met maïsvelden. Toen de kaste van jouw mensen kwam, die van jouw heren, en de aloude droom van klauwen en messen al was vergeten, kwam de wet je hemel ontvolken, jou je aanbeden terreinen ontrukken, jou het water van je stromen betwisten, jou het rijk van je bomen ontroven. Ze namen je tot getuige, zetten stempels op je hemd, vulden je hart met plooien en papieren, ze begroeven je in kille arresten en toen je wakker werd aan de grens van de rampzaligste catastrofe, beroofd, eenzaam, zwervend, kerkerden ze je, sloten je in het blok, bonden je handen opdat je niet zou kunnen wegzwemmen uit het water van de armen, maar spartelend zou verdrinken. De welwillende rechter leest je artikel Vierduizend, kapittel Drie voor, hetzelfde dat men vandaag gebruikt in heel de blauwe geografie bevrijd door mensen als jij die vielen en hij maakte je tot wettelijk aanhangsel en zonder beroep, tot schurftige hond. Je bloed vraagt, hoe raakten de rijke en de wet verstrengeld? Met welk weefsel van zwavelig ijzer? En hoe vielen de armen voor het gerecht? Hoe kon de aarde zoveel onheil aanvaarden voor haar arme kinderen, die wreed waren gevoed met steen en verdriet? Toch is het gebeurd zoals ik het neerschreef. De levens hebben het op mijn voorhoofd geschreven. (Willy Spillebeen)
Pablo Neruda (Canto General)
Een brave zoon belooft een goed man. Ik geloof zeer zeker, dat gij uw onbetwistbaar gezag als man nooit zult gebruiken, dan ten beste ener vrouw, die al haar geluk, al haar veiligheid aan u toevertrouwt: die u uit achting, zowel als uit voorkeuze, tot echtgenoot verkiest, zonder dat uw rijkdom bij haar in 't allerminst in aanmerking komt. Wat dan, vraagt gij mij met een bekommerende liefde, die mij doet zien, hoezeer gij verlangt de mijne te zijn?
Betje Wolff
Westerlings rechterhand, onderluitenant Vermeulen, en twee knil-officieren, majoor Stufkens en kapitein Rijborz, trokken door naar het noorden en tilden de ‘methode-Westerling’ naar een nieuw triest niveau. Lijsten met verdachten werden achterwege gelaten, ondervragingen bleken overbodig. Als geen enkele rebel gevat kon worden – velen waren allang naar het binnenland gevlucht – haalden ze gewoon de plaatselijke gevangenis leeg. Oppakken, schieten en vooral zorgen dat het gezien werd. Abubakar Lambogo, een rebellenleider die terugkwam van een militaire vergadering, werd niet alleen gedood, maar ook onthoofd, waarna zijn hoofd publiekelijk werd tentoongesteld. ‘Elke week gingen wij op de marktdag naar Enrekang. Toen we daar waren, zagen we bij de ingang van de markt het hoofd van Abubakar Lambogo op een paal gespietst staan. Ik keek heel kort, maar herkende hem meteen. Hij kwam soms thuis bij ons op bezoek. Er stonden veel mensen omheen. Het hoofd werd bewaakt door soldaten van het knil.’ Een andere ooggetuige wist precies welke bedoeling hierachter stak: ‘De Nederlanders deden dit doelbewust om de mensen van Enrekang en omstreken bang te maken. Ze durfden hun huizen niet meer uit. Er waren enkel donkere knil-soldaten daar, ik vermoed dat het Ambonezen waren. Hun kapitein heette Blume, maar die zag ik niet. Een van hen zei: “Hier is jullie held!” Ik zweer op mijn geloof dat het Nederlandse leger dit deed.’1024 In september 2020 kende de Nederlandse staat de zoon van de onthoofde Lambogo een schadevergoeding van 874,80 euro toe. De zoon heeft het bijzonder lage bedrag geweigerd
David Van Reybrouck (Revolusi: Indonesië en het ontstaan van de moderne wereld)
Ik Hermes, zoon van de Oppergod Zeus bergnimf Maia mijn geboortemoeder niet alleen bode, benoem mij hoeder der kunsten, lyriek, poëzie en heus leraar van de schone zanggodinnen men vergeet, ook ik laat mijn stem eens los hoor het gezang alom Epidauros luister Grieken, laat mij u beminnen zodat ik uw ontroerend hart beroer zet u neder op de punt van uw stoel hef niet uw voeten van de kille vloer geef alleen maar toe aan zalig gevoel doof geheel om u heen al het rumoer treed in het mythologisch zang gewoel
Laurens Windig